Haarvisie verslagen
← Alle verslagen📄 Download als PDF
🎧 Luister dit verslag
1,0x
⬇️ Download naar telefoon
📖 Lees mee met de podcast

Hé Jamal, welkom bij deze update over jouw pensioenzaken. Dit is een grondig herzien en gecontroleerd verslag, speciaal voor jou als ondernemer van Kapsalon Haarvisie Rijswijk en HV Wateringen. We hebben de diepte in gedoken en zelfs een onafhankelijke check laten uitvoeren om er zeker van te zijn dat alle informatie klopt. Want we snappen: pensioen is belangrijk en je wilt weten waar je aan toe bent.

Waar het in de kern op neerkomt, is dit: jijzelf bent als eigenaar van een eenmanszaak of VOF-vennoot géén verplichte deelnemer aan het pensioenfonds voor je personeel. Goed om te weten dus dat de premies die je betaalt, puur voor je medewerkers zijn. Daarnaast heb je wel degelijk mogelijkheden om zelf pensioen op te bouwen, en daarvoor hebben we de meest actuele rekenregels voor je uitgezocht. En houd rekening met veranderingen voor je personeelspensioen door de nieuwe Wet toekomst pensioenen; daarover zo meer.

Laten we beginnen met het Pensioenfonds Kappers, de officiële naam, dat momenteel een gezonde dekkingsgraad van zo'n 133% heeft. Een belangrijke conclusie uit ons onderzoek: jouw bedrijven, Haarvisie Rijswijk en HV Wateringen, vallen inderdaad onder de verplichtstelling voor het fonds. Maar... en dit is cruciaal: de verplichtstelling geldt voor werknemers die in dienstbetrekking zijn, vanaf 18 tot 68 jaar. Dit betekent dat jij en bijvoorbeeld A. als vennoot, géén verplichte deelnemer zijn. Je bouwt hier dus zelf geen pensioen op en er wordt ook geen premie voor jou ingelegd. Het fonds is er voor al je medewerkers met een arbeidsovereenkomst, dus ook oproepkrachten en BBL-leerlingen. Mocht je twijfelen bij stagiairs, dan is dát het enige waarvoor je nog met het fonds zou hoeven te bellen. Controleer ook of de premie voor het Sociaal Fonds Kappers in je loonadministratie zit, want ook die is verplicht. Je kunt het fonds bereiken via de telefoonnummers die op hun site staan, mocht je vragen hebben.

Over de premies en opbouw in 2026: de totale premie is 13,90% van het pensioengevend loon, gelijk verdeeld tussen werkgever en werknemer. Het ouderdomspensioen bouwt op tegen 0,87% en er is een maximum pensioengevend loon van ongeveer € 79.400. Die € 10.956 die je op je bankafschrift zag staan, is dus de volledige personeelspremie van 13,90% die jij als werkgever voorschiet. Een snelle controle met het loon van je stylists bevestigt dit.

Nu een kleine verrassing, en een belangrijke correctie op de eerdere versie van dit dossier: in de huidige kappersregeling is er géén franchise. Dat betekent dat je personeel pensioen opbouwt over het héle salaris vanaf de eerste euro, tot aan het maximum pensioengevend loon. Dit verklaart waarom de premie van 13,9% relatief laag lijkt. Verwar dit niet met de AOW-franchise van € 19.172 die relevant is voor je jaarruimte, dat is iets heel anders.

Verder biedt de regeling je personeel standaard pensioen vanaf 68 jaar, met de mogelijkheid om eerder met pensioen te gaan. Er is ook een partnerpensioen van 0,609% van de pensioengrondslag voor gehuwden of geregistreerd partners, en soms ook voor samenwoners met een notariële overeenkomst. Ook is er een wezenpensioen voor kinderen tot 18 jaar, bij studie zelfs tot 27 jaar. Belangrijk voor jou als werkgever is dat bij arbeidsongeschiktheid de pensioenopbouw van je personeel, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid, premievrij wordt voortgezet door het fonds. Je hoeft daar als werkgever dus niets voor te regelen.

En dan de grote verandering: de Wet toekomst pensioenen. Het Pensioenfonds Kappers is van plan om per 1 januari 2028 – of misschien zelfs al 1 januari 2027 – over te stappen op een nieuwe regeling. Nu bouwt je personeel een recht op, straks wordt het een premieregeling waarbij ze een eigen pensioenpotje opbouwen. De premie gaat dan omhoog van 13,9% naar 26,2%. Maar let op, dit percentage betaal je dan over een *lager* pensioengevend salaris, want er komt dan wel een franchise. Ook de regels voor partner- en wezenpensioen wijzigen; het recht hierop vervalt bijvoorbeeld zodra iemand niet meer in de kappersbranche werkt, tenzij men ervoor kiest dit zelf te betalen. Het belangrijkste voor jou is de vraag wat die nieuwe franchise exact wordt, want dat bepaalt of je loonkosten per medewerker stijgen of dalen. Dit bedrag is nu nog niet bekend en is de belangrijkste open vraag voor jouw begroting voor 2028. Neem contact op met het fonds voor de meest actuele planning en de details van de nieuwe franchise.

Waar je personeel hun pensioen kan checken, en waar jij zou kunnen kijken of er eventueel pensioen op jouw naam loopt uit een heel oud dienstverband, is op mijnpensioenoverzicht.nl. Daar zie je een totaalbeeld van AOW en opgebouwde werkgeverspensioenen. Lijfrentes staan hier overigens niet op, die moet je zelf bijhouden.

Dan nu jouw eigen pensioen als ondernemer. Aangezien je geen werknemer bent, bouw je geen pensioen op via een werkgever. Je hebt echter wel de mogelijkheid om zelf fiscaal voordelig pensioen op te bouwen via de zogenaamde 'jaarruimte'. Dit is de fiscale ruimte om lijfrentepremies af te trekken van je inkomen. De formule hiervoor is sinds 2023 gewijzigd en is nu direct gekoppeld aan je inkomen en de werkelijk ingelegde pensioenpremie. De oude formule met "6,27 keer factor A" bestaat niet meer. Simpel gezegd: je jaarruimte bereken je door 30% te nemen van je inkomen van het voorafgaande jaar (tot een maximum van ongeveer € 137.800), verminderd met de AOW-franchise van € 19.172, en daarvan trek je vervolgens eventuele al ingelegde pensioenpremies af. De Belastingdienst heeft hiervoor ook een handig hulpmiddel online.

Kortom Jamal, je hebt nu een helder beeld van het pensioenfonds voor je personeel, inclusief de cruciale boodschap dat jij er zelf niet onder valt. Wees voorbereid op de aankomende veranderingen door de Wet toekomst pensioenen, vooral wat betreft die nog onbekende nieuwe franchise. En gebruik de jaarruimte om zelf een stevig pensioen op te bouwen. Neem deze informatie ter harte voor je financiële planning. Mocht je nog vragen hebben, weet dan dat we voor je klaarstaan.

Dit dossier hoort bij de kennisbank van de digitale boekhouder (map kennis/ in financieel-advies). Verwijzingen naar analyses/... en -CHECK.md slaan op bestanden in die map; de -CHECK is het controlerapport van een tweede model.

Gemaakt op: 8 september 2026 · Versie 2: 9 september 2026
Voor: Jamal Benmessaoud (Kapsalon Haarvisie Rijswijk, eenmanszaak · HV Wateringen VOF · Dani Jay BV · 25% Trend Brands BV)
Status: onderzoek op basis van echt geopende bronnen. Bedragen zonder bron staan als "niet gevonden".

Lees dit eerst. Dit is geen belastingadvies, maar een onderzoeksdossier. Elk bedrag komt uit een pagina die ik echt heb geopend (zie bronnenlijst onderaan). Waar ik het niet kon vinden, staat dat er letterlijk bij. Waar ik reken, staat "eigen berekening" erbij.

Versie 2. Een tweede model heeft versie 1 onafhankelijk gecontroleerd tegen zelf geopende bronnen (controlerapport: pensioen-en-stoppen-CHECK.md). Van de 105 getoetste claims waren er 59 goed, 18 fout, 11 gedeeltelijk fout, 9 ontbrekend maar wel in de bron aanwezig en 5 niet te verifiëren. De vier zwaarste correcties: (1) de jaarruimteformule met "6,27 × factor A" bestaat sinds 2023 niet meer, (2) het inkomen onder alle rekenvoorbeelden was niet van Jamal en niet van het juiste jaar, (3) de overbruggingslijfrente kan Jamal helemaal niet gebruiken, en (4) de vraag of Jamal verplicht deelnemer is bij Pensioenfonds Kappers — de nummer-1-actie van versie 1 — was al beantwoord in het verplichtstellingsbesluit. Ook is negen keer een "niet gevonden" alsnog opgelost uit een officiële bron. Zie het Correctielogboek onderaan.


1. BPF Kappersbedrijf — het pensioenfonds van je personeel

1.1 Hoe heet het fonds nu

De officiële naam op de site is Pensioenfonds Kappers (pensioenkappers.nl).
De dekkingsgraad stond in juli 2026 op 132,9% (bron: nieuwsbericht 10-08-2026).

1.2 Wie valt onder de verplichtstelling

Letterlijk van de site:

"Jouw bedrijf valt onder de verplichtstelling als je een kapperszaak hebt waar je hoofdhaar of baardhaar knipt, scheert of op een andere manier behandelt."

Dus: Haarvisie Rijswijk én HV Wateringen vallen hieronder. Geen twijfel.

Voor wie geldt het precies? Dat staat in het besluit zelf. Onder de knop "Verplichtstelling.pdf" op diezelfde pagina hangt het ministeriële besluit (Staatscourant 2023, nr. 32217, 28 december 2023, in werking 1 januari 2024). Daar staat het letterlijk:

"De deelneming in de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Kappersbedrijf is verplichtgesteld voor de werknemers vanaf de eerste dag van de maand, waarin de 18-jarige leeftijd wordt bereikt tot de eerste dag van de maand, waarin de 68-jarige leeftijd wordt bereikt"

En de definitie:

"werknemer: degene die tot een werkgever in dienstbetrekking staat in de zin van de sociale werknemersverzekeringen."

Wat dat voor jou betekent — dit is nu hard. Een eigenaar van een eenmanszaak staat niet in dienstbetrekking. Een VOF-vennoot ook niet. Jij en A. zijn dus géén verplicht deelnemer. Je bouwt daar niets op en er wordt geen premie voor jullie ingelegd. Wie er wél onder valt: elke medewerker met een arbeidsovereenkomst vanaf 18 jaar, dus ook oproepkrachten en BBL-leerlingen. Bij stagiairs hangt het ervan af of er een dienstbetrekking is; twijfel je bij een concreet geval, dan is dat het enige waarvoor je nog hoeft te bellen.

Ook verplicht: Sociaal Fonds Kappers. Van dezelfde pagina: "Als je bedrijf onder de verplichtstelling valt, betaal je in de meeste gevallen ook premie aan De Stichting Sociaal Fonds voor Opleiding en Ontwikkeling in het Kappersbedrijf (Sociaal Fonds Kappers)." Controleer of die premie in je loonadministratie zit — hij stond niet in versie 1 van dit dossier.

Telefoonnummers van de site: werkgevers (050) 582 98 71, deelnemers (050) 582 98 70.

1.3 Premie en opbouw 2026

Van de pagina "Rekencijfers": totale premie 13,90%, waarvan 6,95% werkgever en 6,95% werknemer. Opbouwpercentage ouderdomspensioen 0,87%. Maximum pensioengevend loon € 79.409. Partnerpensioen-opbouw 0,609% van de pensioengrondslag.

De verdeling staat letterlijk in het Rekenvoorbeeld 2026 van het fonds: "De premie die je betaalt is 6,95% van je pensioengevend loon. Je werkgever betaalt ook 6,95% van je pensioengevend loon."

Wat dit betekent voor die € 10.956 op je bankafschrift. Het fonds factureert de volledige 13,90% aan jou als werkgever; het werknemersdeel houd je in op het loon. Omdat jij zelf geen deelnemer bent (zie 1.2), kan er per definitie geen eigen premie in zitten. Kruiscontrole: drie stylists in Rijswijk met samen ± € 120.000 pensioengevend loon × 13,90% = ± € 16.700 per jaar, dus ± € 11.100 over acht maanden. Dat ligt vlak bij de € 10.956 die jan-aug 2026 betaald is. Het is dus de personeelspremie.

1.4 De franchise — hier zit een verrassing

In het Pensioen 1-2-3 (laag 2, versie 2026) staat het rekenvoorbeeld:

"Je salaris is € 22.658,- bruto per jaar. Dit is je pensioengrondslag. Je bouwt daarover 0,87% ouderdomspensioen op."

En:

"Je bouwt vanaf je 18e elk jaar 0,87% over je salaris aan ouderdomspensioen op."

Nog directer, uit dezelfde PDF: "De pensioengrondslag is je pensioengevend salaris." En uit het Rekenvoorbeeld 2026 van het fonds: "In 2026 bouw je over je pensioengevend loon (basisloon en vakantietoeslag) 0,87% ouderdomspensioen op."

Conclusie: in de huidige kappersregeling is er GEEN franchise. Je bouwt op over je hele salaris vanaf de eerste euro, tot het maximum van € 79.409. Dat verklaart ook waarom de premie met 13,90% relatief laag oogt: hij loopt over een brede grondslag. Het wordt bevestigd door de fondstekst over de nieuwe regeling (zie 1.6): daar staat "in plaats van 13,9% over je volledige pensioengevend salaris".

Let op, twee verschillende franchises. De franchise die híer niet bestaat is de pensioenfranchise van het BPF. De AOW-franchise van € 19.172 in hoofdstuk 2 is iets heel anders: die staat in artikel 3.127 lid 3 Wet IB 2001 en hoort bij je jaarruimte. Haal die twee niet door elkaar.

1.5 Wat de regeling verder geeft

Uit Pensioen 1-2-3 laag 2:

"Deelnemers hoeven niet zelf een verzoek in te dienen." Het UWV geeft wijzigingen door aan het fonds.

Dit laatste is relevant voor je personeel: valt iemand langdurig uit, dan hoef jij als werkgever niets te regelen voor de pensioenopbouw.

1.6 Wet toekomst pensioenen — wanneer gaat dit fonds over?

Van de fondspagina "Afspraken over de nieuwe pensioenregeling":

"In plaats van 13,9% over je volledige pensioengevend salaris, betaal je nu samen met je werkgever 26,2% over een lager pensioengevend salaris."

Overgangsdatum: 1 januari 2028 gepland. Het bestuur streeft naar 1 januari 2027. Let op: dat nieuwsbericht dateert van 23 december 2024. Vraag het fonds dus ook naar de actuele planning, niet alleen naar de nieuwe franchise.
De afspraken zijn gemaakt tussen FNV Mooi, CNV en ANKO.

Wat dat betekent, in gewone taal. Nu is het een uitkeringsovereenkomst: je bouwt een recht op, 0,87% per jaar, met een premie van 13,9% over je hele salaris. Straks is het een premieregeling: je bouwt een eigen pot op, geen opbouwpercentage meer, premie 26,2% over een lager salaris (er komt dus een franchise). Wat de nieuwe richtleeftijd wordt: niet gevonden.

Wat er nog meer verandert, en wat je personeel gaat vragen (staat op dezelfde pagina, ontbrak in versie 1):

Let op. Het percentage gaat van 13,9% naar 26,2%, maar de grondslag wordt kleiner.
Of jouw loonkosten per medewerker hierdoor stijgen of dalen, hangt af van hoe hoog die nieuwe franchise wordt.
Dat bedrag heb ik niet gevonden. Dat is de belangrijkste open vraag voor jouw begroting 2028.

De site vermeldt de term "Wet toekomst pensioenen" niet met zoveel woorden op die pagina — het gaat over een transitieplan tussen sociale partners.

1.7 Waar jij je eigen deelname kunt checken

Uit het Pensioen 1-2-3:

"De pensioenbedragen staan op je Uniform Pensioenoverzicht. Dat krijg je elk jaar van ons. Maar ook op mijnpensioenoverzicht.nl zie je hoeveel pensioen je krijgt."

En:

"Wil je weten hoeveel AOW en pensioen je in totaal hebt? Kijk dan op mijnpensioenoverzicht.nl."

Drie plekken om te kijken: mijnpensioenoverzicht.nl (inloggen met DigiD, toont AOW + alle werkgeverspensioenen bij elkaar), het portaal van Pensioenfonds Kappers zelf (voor je personeel), en de jaarlijkse UPO in de post.

Let op: ik kon niet vaststellen of lijfrentes ook op mijnpensioenoverzicht.nl staan. De homepage gaf daar geen antwoord op. Ga ervan uit van niet — lijfrentes moet je zelf bijhouden.

Let op: factor A heb je níet meer nodig. Sinds 1 januari 2023 werkt de jaarruimte met de werkelijk ingelegde pensioenpremie, niet met factor A (zie 2.1). Wat je wél uit mijnpensioenoverzicht.nl wilt halen: of er ergens nog opbouw op jouw naam loopt, bijvoorbeeld uit een dienstverband van vóór 1993 of via Dani Jay BV. Zie je niets, dan is je vermindering nul.


2. Pensioen voor jou als ondernemer

Je bent geen werknemer in Rijswijk. Dus je bouwt daar niets op via een werkgever.
Wat je wél hebt: jaarruimte. Dat is de fiscale ruimte om zelf pensioen op te bouwen met aftrek.

2.1 De formule

De Belastingdienst zegt zelf alleen: reken het uit met het "hulpmiddel lijfrentepremie".
De formule zelf staat gewoon in de wet — artikel 3.127 Wet IB 2001, tekst geldig 1 januari 2026 (op te halen via https://wetten.overheid.nl/BWBR0011353/2026-01-01/0/afdrukken).

Lid 1, letterlijk:

"...kan hij, vanwege een pensioentekort in het voorafgaande kalenderjaar, premies voor lijfrenten ... in aanmerking nemen tot een gezamenlijk bedrag van ten hoogste 30% van de premiegrondslag, waarbij op de uitkomst van deze berekening nog in aftrek komt de volgens het vierde lid bepaalde vermindering in verband met de opbouw van pensioenaanspraken."

Lid 3, letterlijk:

"De premiegrondslag bestaat uit het gezamenlijke bedrag in het voorafgaande kalenderjaar van: a. de winst uit onderneming vóór de ondernemersaftrek; b. het belastbare loon; c. het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden; d. de belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen; van de belastingplichtige waarvan ten hoogste € 137.800 in aanmerking wordt genomen, verminderd met een bedrag van € 19.172."

Jaarruimte = (30% × premiegrondslag) − in het vorige jaar ingelegde pensioenpremie

premiegrondslag = inkomen vórig jaar (max € 137.800) − AOW-franchise € 19.172

Belangrijke correctie op versie 1. Versie 1 zette hier "− (6,27 × factor A)". Die formule bestaat niet meer. Artikel 3.127 lid 4 zegt sinds 1 januari 2023 (Wet toekomst pensioenen) letterlijk:

"...de vermindering in verband met de opbouw van pensioenaanspraken [wordt] gesteld op: het gezamenlijke bedrag van de in het voorafgaande kalenderjaar in pensioenregelingen van de belastingplichtige ingelegde premies voor ouderdomspensioen en partnerpensioen ... voor zover deze ingelegde premies het gevolg zijn van de toeneming van de diensttijd in dat kalenderjaar..."

Dus: werkelijk betaalde pensioenpremie, geen factor A. Het getal 6,27 komt nul keer voor in de wettekst van 2026. Voor jou is die vermindering € 0, want je bent geen deelnemer (zie 1.2).

2.2 De bedragen 2026, en waar elk getal vandaan komt

Onderdeel 2026 Bron
Percentage jaarruimte 30% wetten.overheid.nl, art. 3.127 lid 1 Wet IB 2001 (tekst 1-1-2026)
Vermindering wegens pensioenopbouw werkelijk ingelegde pensioenpremie vorig jaar art. 3.127 lid 4 — niet 6,27 × factor A
AOW-franchise € 19.172 art. 3.127 lid 3
Maximum inkomen (aftopping) € 137.800 art. 3.127 lid 3
Maximale premiegrondslag € 118.628 137.800 − 19.172
Maximale jaarruimte € 35.588,40 eigen berekening: 30% × € 118.628
Maximale reserveringsruimte € 42.753 art. 3.127 lid 2 + Belastingdienst, Fiscale informatie 2026 hfd. 15

De volledige wettekst is gewoon op te halen via de afdrukvariant van wetten.overheid.nl (.../2026-01-01/0/afdrukken). Versie 1 meldde dat dat niet lukte en leunde daarom op een commerciële bron; dat was niet nodig.

Let op wat die € 35.588 wél en niet is. Het is het maximum dat iemand met een inkomen van € 137.800 of meer kan hebben. Het is niet jouw jaarruimte. Jouw eigen bedrag staat in 5.1.

2.3 Reserveringsruimte

Letterlijk van belastingdienst.nl:

"De jaarruimte die u niet hebt gebruikt, kunt u nog in de 10 jaar erna gebruiken in uw reserveringsruimte."

En, belangrijk voor de volgorde:

"Hebt u zowel jaarruimte als reserveringsruimte? Gebruik dan eerst uw reserveringsruimte. Zo voorkomt u dat eerder niet-gebruikte jaarruimte verloren gaat."

Voor jou: uit je aangifte IB 2023 blijkt dat er geen lijfrentepremie is afgetrokken. De pot is er dus. Hoe groot? Conservatief nagerekend met de franchise van 2026 als benadering: jaarruimte 2023 ≈ 30% × (€ 97.551 − € 19.172) = € 23.514; jaarruimte 2024 ≈ 30% × (€ 123.643 − € 19.172) = € 31.341. Alleen die twee jaren samen zijn al € 54.855 aan onbenutte ruimte — ruim boven het plafond van € 42.753. Je mag dus uitgaan van de volle reserveringsruimte.

In één jaar kun je dan aftrekbaar storten: jouw jaarruimte + € 42.753. Met de jaarruimte uit 5.1 (± € 16.900) komt dat op ± € 59.700. Versie 1 noemde hier € 78.341; dat was het theoretische maximum voor iemand met een inkomen van € 137.800, niet voor jou.

2.4 Wat je jaarruimte wél verlaagt

Niet factor A. Sinds 1 januari 2023 verlaagt alleen de werkelijk ingelegde pensioenpremie van het voorafgaande jaar je jaarruimte (art. 3.127 lid 4). Eén euro ingelegde pensioenpremie kost je één euro jaarruimte — niet 6,27 euro.

Voor jou is die vermindering nul. Je bent geen verplicht deelnemer bij Pensioenfonds Kappers (1.2) en er is voor jou dus in 2025 geen premie ingelegd. Hetzelfde geldt voor A. als VOF-vennoot. Het hele rekenvoorbeeld dat hier in versie 1 stond ("elke euro BPF-opbouw kost je 6,27 euro jaarruimte") is vervallen.

Eén ding om toch te checken: heb je in 2025 loon genoten uit Dani Jay BV met pensioenopbouw, of heb je oude aanspraken uit dienstverbanden van vóór 1993? Log één keer in op mijnpensioenoverzicht.nl met DigiD. Zie je daar geen actieve opbouw in 2025, dan is je vermindering nul.

Wat er gebeurt als je tóch te veel stort. Dat is minder erg dan versie 1 schreef. De Belastingdienst (Fiscale informatie 2026, 15.2.2): "Kunt u de in 2026 betaalde premies of stortingen voor een lijfrente niet (helemaal) aftrekken? ... Dan wordt bij het berekenen van de belasting die u moet betalen als de uitkeringen ingaan, rekening gehouden met deze niet-afgetrokken premies of stortingen. U betaalt dan alleen belasting over de uitkeringen of afkoopsom als dat bedrag hoger is dan het bedrag van de niet-afgetrokken premies of stortingen." Er is dus een saldomethode; het is niet "dubbel mis". De pagina zet er wel bij: "Dat geldt echter niet onbeperkt." Te veel storten blijft onhandig — je geld zit vast zonder dat je er aftrek voor kreeg.

2.5 Lijfrente, bankspaar of beleggen — wat is het verschil

De Belastingdienst noemt drie vormen: de lijfrenteverzekering (bij een verzekeraar, uitkering vaak levenslang), de lijfrenterekening (geblokkeerd bankspaar) en het lijfrentebeleggingsrecht (geblokkeerde beleggingsrekening). Alle drie geven aftrek binnen de jaarruimte.

Alle drie zitten ook niet in box 3. Dat is het tweede voordeel naast de aftrek.
Vrij beleggen in box 3 wordt in 2026 belast met 36% over 6,00% fictief rendement (zie 4.1).

In de uitkeringsfase gelden maxima per jaar (Belastingdienst, 2026): tijdelijke oudedagslijfrente uit een verzekering € 27.192, uit een rekening of beleggingsrecht € 26.781. Bij de rekening mag je bóven € 26.781 uitkomen, maar dan moet je minimaal 20 jaar uitkeren.

De "20 jaar-regel" — gevonden, en precies zoals je dacht. Belastingdienst, Fiscale informatie 2026, hoofdstuk 15.2.1, tabel "Lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht", letterlijk:

"Gaan de uitkeringen in in het jaar waarin u de AOW-leeftijd bereikt of daarna? Dan moet u de uitkeringen minimaal 20 jaar ontvangen. Gaan de uitkeringen eerder in dan in het jaar waarin u de AOW-leeftijd bereikt? Dan moet u de uitkeringen ontvangen 20 jaar plus het aantal jaar dat de uitkeringen eerder ingaan."

Met hun eigen voorbeeld: ingang op 63 terwijl je AOW-leeftijd 67 is → 20 + 4 = 24 jaar. Voor jou, met een verwachte AOW-leeftijd van 68 (zie 2.6): ingang op 60 → 20 + 8 = 28 jaar uitkeren. Dat is de belangrijkste rem op "eerder stoppen met een bankspaarlijfrente".

En de overbruggingslijfrente is voor jou geen optie. Op dezelfde pagina staat letterlijk: "Een overbruggingslijfrente is alleen toegestaan voor lijfrentetegoeden die u hebt opgebouwd voor 2006." Versie 1 gebruikte die lijfrente (max € 63.288 per jaar) op twee plaatsen als brug tussen stoppen en AOW. Dat kan dus niet. Wat wél kan om vanaf je 60e inkomen te hebben: een gewone oudedagslijfrente die eerder ingaat — bij een verzekeraar levenslang, bij een bank over 28 jaar.

2.6 Jouw AOW-leeftijd

Van rijksoverheid.nl: 2025 t/m 2027 = 67 jaar. 2028 t/m 2031 = 67 jaar en 3 maanden.

En letterlijk (versie 1 citeerde hier een zin die niet zo op de pagina staat; dit is de echte tekst):

"Elk jaar stelt het kabinet vast op welke leeftijd mensen over 5 jaar AOW krijgen." en "Als de AOW-leeftijd eenmaal is vastgesteld kan deze niet meer gewijzigd worden."

De AOW-leeftijd is vastgesteld tot en met 2031.

Voor jou — nu wél op te zoeken. svb.nl opent gewoon (versie 1 meldde een HTTP 403; dat klopte niet). De SVB zegt letterlijk:

"De AOW-leeftijd is vastgesteld voor iedereen die vóór 1 oktober 1964 is geboren. Voor mensen die op of na 1 oktober 1964 zijn geboren, is de AOW-leeftijd nog niet definitief vastgesteld."

En de tabel met verwachte AOW-leeftijden:

Geboren tussen Verwachte AOW-leeftijd
01-04-1973 en 31-12-1975 68 jaar
01-01-1976 en 30-09-1978 68 jaar en 3 maanden

Bij het geboortejaar dat hier is aangenomen (1975-1976) is jouw verwachte AOW-leeftijd dus 68 jaar of 68 jaar en 3 maanden. Versie 1 hield "minimaal 67 jaar en 3 maanden" aan; dat is een vol jaar te laag. Vul je eigen geboortedatum in op svb.nl om het exact te zien.

Praktisch gevolg: stop je op je 60e, dan moet je acht jaar overbruggen, niet zeven. En omdat de overbruggingslijfrente voor jou niet bestaat (2.5), doe je dat met een gewone oudedagslijfrente die eerder ingaat — met een uitkeringsduur van 20 + 8 = 28 jaar bij een bank, of levenslang bij een verzekeraar.

2.7 De oudedagsreserve (FOR) — afgeschaft, maar niet weg

Belastingdienst, letterlijk:

"Sinds 2023 kunt u geen oudedagsreserve meer vormen."
"Een opgebouwde FOR mag op de balans van uw onderneming blijven staan, u mag alleen geen bedragen meer toevoegen."

Wat er met een oude stand gebeurt bij stoppen:

"Met het staken van uw onderneming wordt deze reserve opgeheven. De bedragen waarover u uitstel van belastingheffing hebt gekregen, worden nu bij uw winst opgeteld."

Maar er is een uitweg:

"Maar gebruikt u het bedrag van uw oudedagsreserve voor de aankoop van een lijfrente bij een verzekeraar? Dan kunt u de lijfrentepremie aftrekken van uw inkomen uit werk en woning. Per saldo betaalt u dus geen hoger belastingbedrag."

De reserve gaat ook omlaag of verdwijnt als je een lijfrente koopt en de verlaging in je aangifte meldt, of als de reserve hoger is dan het ondernemingsvermogen én je staakt, de AOW-leeftijd bereikt, of niet meer aan het urencriterium voldoet.

Actie: kijk op de balans van Haarvisie Rijswijk of daar nog een FOR-stand staat. Zo ja: dat is een belastingschuld die op je wacht. Je kunt hem nu al in stukjes omzetten in lijfrente en dan is hij weg.
Of er een FOR-stand staat, weet ik niet — dat staat niet in de gegevens die ik heb.


3. Ooit stoppen of verkopen

3.1 Stakingswinst — wat is het

Belastingdienst, letterlijk:

"Stakingswinst is het verschil tussen de boekwaarde van uw onderneming en de werkelijke waarde op het moment van overdracht of beëindiging."

Ondernemersplein maakt het concreter. Stakingswinst bestaat uit vier dingen:

Voor Haarvisie: de goodwill van een salon met 33 jaar historie en twee vestigingen is waarschijnlijk het grootste stuk. Die staat nu voor niets op de balans en wordt bij verkoop volledig belast.

3.2 Stakingsaftrek

"U kunt maximaal € 3.630 stakingsaftrek aftrekken van de stakingswinst" — en dat is eenmalig in je leven.

De Belastingdienst bevestigt in de fiscale informatie 2026: stakingsaftrek "maximaal € 3.630".

Let op: eenmalig in je hele leven. Je hebt twee ondernemingen (Rijswijk en het VOF-aandeel Wateringen). Je kunt de stakingsaftrek maar één keer gebruiken, dus zet hem in bij de staking met de hoogste winst.

Belangrijk: de stakingsaftrek en de extra lijfrentepremieaftrek gelden "alleen voor ondernemers, niet voor medegerechtigden". Nuance uit artikel 3.129 lid 4: een medegerechtigde die de rechtstreekse voortzetting is van zijn eigen ondernemerschap telt voor de stakingslijfrente tóch als ondernemer.

Twee dingen die versie 1 miste, beide uit artikel 3.79 Wet IB 2001:
- De aftrek is gelijk aan de stakingswinst, met een maximum van € 3.630 (lid 2). Is je eerste staking kleiner dan € 3.630, dan blijft het restant beschikbaar voor een latere staking (lid 4).
- Zet je een doorgeschoven onderneming later zelf stil, dan geldt de stakingsaftrek alleen als je die onderneming minstens drie jaar voor eigen rekening hebt gedreven (lid 3).

3.3 Stakingslijfrente — de grote knop

Dit is de belangrijkste fiscale knop bij stoppen. Je zet stakingswinst om in een lijfrente, en dan hoef je nu niet af te rekenen.

Maxima 2026 (Belastingdienst, "Extra lijfrentepremieaftrek bij stakende ondernemers 2026"):

Bedrag Situatie
€ 574.867 "staking door een ondernemer met een leeftijd van 62 jaar of ouder" · "staking door een invalide ondernemer" · "staking van de onderneming door overlijden"
€ 287.445 "staking door een ondernemer met een leeftijd tussen 52 jaar en 62 jaar" · "staking door een ondernemer als de lijfrente-uitkering direct ingaat"
€ 143.732 "overige gevallen"

Let op: die leeftijden zijn geen vaste getallen. De Belastingdienst-tabel is een momentopname bij AOW-leeftijd 67. De wet (art. 3.129 lid 2) werkt relatief: € 574.867 geldt bij een leeftijd "die ten hoogste vijf jaar lager is dan de ten tijde van het staken geldende pensioengerechtigde leeftijd", € 287.445 bij "ten hoogste vijftien jaar lager". Bij jouw verwachte AOW-leeftijd van 68 schuiven die grenzen naar 63 en 53. De Fiscale informatie 2026 gebruikt weer een derde formulering ("61 jaar en 10 maanden of ouder"). Reken voor 2036 dus met de wettelijke regel, niet met 62 en 52.

Termijn — dit is een harde deadline. Ondernemersplein: extra lijfrentepremieaftrek is beschikbaar "tot 1 juli van het nieuwe kalenderjaar nadat u gestopt bent."

Dus: staak je in 2036, dan moet de lijfrente uiterlijk 1 juli 2037 zijn bedongen. Mis je die datum, dan is de hele stakingswinst gewoon belast.

De verrekening — gevonden, en dit raakt je direct. Belastingdienst, Fiscale informatie 2026, 15.2.3, letterlijk:

"Van de omgezette stakingswinst moet u de volgende bedragen aftrekken: de waarde van bedrijfs- en beroepspensioenaanspraken die ten laste van de winst zijn opgebouwd · rechten op bedrijfsbeëindigingvergoedingen en dergelijke · de stand van de oudedagsreserve aan het begin van het kalenderjaar · de lijfrentepremies die u in 2001 en volgende jaren hebt afgetrokken · stortingen op uw lijfrenterekening of beleggingsrekening die u hebt afgetrokken · de bedragen die al eerder zijn afgetrokken door het omzetten van stakingswinst in een lijfrente"

Artikel 3.129 lid 3 zegt hetzelfde in wetstaal.

Wat dat betekent voor je plan: elke euro lijfrente die je nú aftrekt (hoofdstuk 5) verkleint later je stakingslijfrente-ruimte, euro voor euro. Die twee knoppen eten elkaar op. Bij een stakingswinst van € 150.000 tegen een maximum van € 287.445 knelt dat nog niet. Bij verkoop van twee salons met goodwill kan het wél knellen — laat je boekhouder dat op dat moment narekenen.

3.4 Doorschuiven — niet afrekenen maar overdragen

Belastingdienst: "in bepaalde gevallen hoeft er niet of niet geheel fiscaal afgerekend te worden over de stakingswinst". Vijf faciliteiten, letterlijk van de pagina "Stakingswinst berekenen":

  1. "als u verder gaat met een nieuwe of bestaande onderneming"
  2. "bij een echtscheiding of als uw partner overlijdt"
  3. "als u de onderneming overdraagt aan een medeondernemer of werknemer"
  4. "als u de onderneming overdraagt aan een bv"
  5. "als u komt te overlijden"

Versie 1 noemde er vier en liet nummer 1 weg. Die is voor jou juist relevant: je hébt twee ondernemingen. Ondernemersplein legt hem uit: stop je met de ene en ga je door met de andere IB-onderneming, dan kun je de belasting over de stakingswinst doorschuiven naar dat andere bedrijf. Let op: "dit geldt alleen als u verder gaat met een onderneming voor de inkomstenbelasting. Dus niet voor een bv."

Nummer 3 is voor jou het interessantst. Als Noël, Jarlin of Jora ooit de salon overneemt, kan de belastingclaim meeverhuizen in plaats van dat jij nu afrekent.

De termijn — gevonden, het is 36 maanden. Artikel 3.63 Wet IB 2001, letterlijk:

lid 5: "Het eerste lid is voorts slechts van toepassing indien de onderneming wordt overgedragen aan een natuurlijk persoon die gedurende de 36 maanden die onmiddellijk voorafgaan aan het tijdstip van de overdracht als werknemer in die onderneming werkzaam is geweest."
lid 4: bij een medeondernemer moet de onderneming die 36 maanden deel hebben uitgemaakt van een samenwerkingsverband met de voortzetter, en moet die voortzetter in die periode als ondernemer winst hebben genoten.

Lid 6 laat toe dat die termijn bij ministeriële regeling wordt verkort. Praktisch: wil je ooit aan een medewerker overdragen, dan moet die er op het moment van overdracht minstens drie jaar in dienst zijn. Dat is planbaar.

3.5 Geruisloze inbreng in een BV

Optie 3 hierboven: de eenmanszaak omzetten in een BV zonder af te rekenen over de stille reserves en goodwill.

De faciliteit staat in artikel 3.65 Wet IB 2001 ("Omzetting in een NV of BV") en de Belastingdienst noemt "als u de onderneming overdraagt aan een bv" als officiële doorschuiffaciliteit. Wat je daar niet in vindt en wat dus nog steeds openstaat: de termijn voor de voorovereenkomst, de voortzettingseis en de overige voorwaarden — die staan in de Standaardvoorwaarden geruisloze omzetting, niet in de wet zelf. Ook of ruisende inbreng in jouw geval gunstiger is, is een rekensom voor de boekhouder.

Je hebt al een BV (Dani Jay BV). Dat maakt de route "salon in de BV" praktisch eenvoudiger, maar of het fiscaal slim is hangt af van je winstniveau. Op je eigen belastbare winst van ± € 108.000 (2026, zie hoofdstuk 5) zit je in de zone waar BV en IB-onderneming elkaar naderen. Dat is een rekensom voor de boekhouder, geen internetvraag — ik heb geen bron geopend die dat omslagpunt onderbouwt.

3.6 Verkoop van je VOF-aandeel aan A.

HV Wateringen is een VOF met je vrouw. Let op: hoe de winst fiscaal verdeeld wordt, is niet zeker. Drie interne bronnen zeggen iets anders:

Fiscaal telt wat er in de aangifte staat. Dit is geen detail: het bepaalt je premiegrondslag voor de jaarruimte (hoofdstuk 5) én je stakingswinst later. Dit uitzoeken is nu een van de belangrijkste acties.

Wat ik hard heb: de Belastingdienst noemt doorschuiving "bij een echtscheiding of als uw partner overlijdt" en "aan een medeondernemer". A. is een medeondernemer. Dus route 3 uit 3.4 is in beeld.

Wat ik NIET gevonden heb: of overdracht tussen fiscale partners extra voorwaarden kent, hoe de stakingsaftrek dan verdeeld wordt, en of dit als één of als twee stakingsmomenten telt.

Dit is precies zo'n punt waar zelf gokken duur wordt. Niet zelf invullen.

3.7 Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) — hoofdlijnen 2026

De BOR gaat over schenken en erven, niet over verkopen. Relevant als de zaak ooit naar Dani of een ander kind gaat.

Belastingdienst, letterlijk:

Let op — dit laatste raakt jou.
Het Spaanse vastgoed van ± € 391.000 is een belegging, geen onderneming. Dat valt dus buiten de BOR.
De salons wél. Dani Jay BV en het 25%-belang in Trend Brands BV: hangt ervan af of dat actieve ondernemingen zijn. Niet vast te stellen zonder de jaarrekeningen.

Vrijstellingsbedragen 2026 — gevonden in de officiële brochure. De Belastingdienst-pagina verwijst naar de brochure "Erf- en schenkbelasting en de bedrijfsopvolgingsregeling 2026" (PDF). Daar staat het letterlijk:

De veel genoemde bedragen klopten dus gewoon. Versie 1 nam ze uit voorzichtigheid niet over.

Drie dingen uit die brochure die je moet weten voor je gaat plannen:
- Voor de waarde wordt uitgegaan van de hoogste van de goingconcernwaarde en de liquidatiewaarde.
- De bezitstermijn wordt langer als de erflater bij overlijden meer dan 2 jaar ouder is dan de AOW-leeftijd: een half jaar erbij per extra jaar. Voor een schenker geldt hetzelfde vanaf 6 jaar boven de AOW-leeftijd.
- Naast de vrijstelling zijn er twee regelingen voor uitstel van betaling, die je tegelijk mag gebruiken.

3.8 MKB-winstvrijstelling op stakingswinst

Belastingdienst 2026, letterlijk:

"12,7% van de winst, nadat u deze hebt verminderd met de ondernemersaftrek."

En in de fiscale informatie 2026: "12,7% van het gezamenlijke bedrag van de behaalde winst".

Geldt dit ook over stakingswinst? Ja — dat volgt rechtstreeks uit de wet. Artikel 3.79a Wet IB 2001, letterlijk:

"De MKB-winstvrijstelling bedraagt 12,7% van het gezamenlijke bedrag van de winst die de belastingplichtige als ondernemer geniet uit een of meer ondernemingen (paragraaf 3.2.2) nadat dit bedrag is verminderd met de ondernemersaftrek (paragraaf 3.2.4)."

Stakingswinst is winst uit onderneming, en de stakingsaftrek is onderdeel van de ondernemersaftrek (art. 3.74 onderdeel e). Dus: eerst stakingsaftrek eraf, dan 12,7% mkb-winstvrijstelling over wat overblijft. In de rekenvoorbeelden hieronder is dat geen aanname meer maar gewoon de wet.

3.9 Overige ondernemersaftrek 2026

Uit de fiscale informatie 2026: zelfstandigenaftrek € 1.200 (€ 600 met AOW-leeftijd), startersaftrek € 2.123, stakingsaftrek maximaal € 3.630, meewerkaftrek 1,25% tot 4% van de winst, mkb-winstvrijstelling 12,7%.

De zelfstandigenaftrek is inmiddels bijna niets meer waard: € 1.200.

3.10 Tarieven box 1 in 2026 (nodig voor de rekenvoorbeelden)

Nog niet AOW-leeftijd bereikt:

Schijf Belastbaar inkomen Tarief
1 tot € 38.883 35,75%
2 € 38.883 t/m € 78.426 37,56%
3 boven € 78.426 49,50%

Het tarief voor AOW-gerechtigden — uitgezocht, het is 17,85%. De Belastingdienst-pagina toont in de rij "geboren op of na 1 januari 1946" 35,75% in schijf 1. Dat is inconsistent met de rest van diezelfde pagina. Na te rekenen:

De Belastingdienst bevestigt dat zelf verderop: wie in januari 2026 de AOW-leeftijd bereikt (en dus ná 1946 geboren is) heeft schijf 1 op 17,85%.

Schijf Belastbaar inkomen (AOW-gerechtigd) Tarief
1 tot € 38.883 (€ 41.123 als je vóór 1946 geboren bent) 17,85%
2 tot € 78.426 37,56%
3 boven € 78.426 49,50%

En nog iets dat versie 1 helemaal miste: de aftrekrem van 11,94%. Artikel 2.10 lid 2 Wet IB 2001: bij een belastbaar inkomen boven € 78.426 wordt de belasting verhoogd met 11,94% van de grondslagverminderende posten. Lid 3 noemt daar onder andere de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling. In het rekenvoorbeeld van 5.2 scheelt dat ± € 2.653. Alle bedragen hieronder zijn daarvoor gecorrigeerd.


3.11 Personeel bij stoppen: de compensatie transitievergoeding verdwijnt (toegevoegd 9-9-2026 uit de subsidies-check)

Stop je de zaak wegens pensionering en ontsla je daarbij personeel, dan kon een kleine werkgever tot nu toe de
transitievergoeding terugvragen bij UWV. Volgens rijksoverheid.nl (29-5-2026) verdwijnt die compensatie per 1 januari 2027
voor alle werkgevers, ook bij bedrijfsbeëindiging wegens pensionering of overlijden (voorstel, nog in behandeling in de
Kamers). Reken bij een stoppen-scenario na 2026 dus de volle transitievergoeding (1/3 maandsalaris per dienstjaar) als kostenpost.
Details en bron: subsidies-en-loonkostenvoordelen.md hoofdstuk 0 en 4.

4. Spaans vastgoed — nu en bij stoppen of overlijden

Je hebt ± € 391.000 aan vastgoed in Spanje.

4.1 Nederland: box 3

Belastingdienst, berekening box 3-inkomen 2026:

Onderdeel 2026
Rendement banktegoeden 1,28% (nog voorlopig)
Rendement beleggingen en andere bezittingen 6,00%
Rendement schulden 2,70% (nog voorlopig)
Heffingsvrij vermogen € 59.357 p.p. / € 118.714 met fiscaal partner
Tarief box 3 36%

De percentages voor banktegoeden en schulden worden begin 2027 definitief vastgesteld.

Een tweede woning valt onder "overige bezittingen": 6,00% fictief rendement.

Zo rekent de Belastingdienst het echt (stappenplan op dezelfde pagina): het heffingsvrij vermogen gaat van de rendementsgrondslag af, niet van het rendement. Met een fiscaal partner:

Stap Bedrag
Rendementsgrondslag € 391.000
Min heffingsvrij vermogen (samen) − € 118.714
Grondslag sparen en beleggen € 272.286
Voordeel uit sparen en beleggen (6,00%) € 16.337
Box 3-belasting (36%) ± € 5.881

En daar gaat de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting (4.2) nog vanaf. Eigen berekening. Versie 1 rekende € 391.000 × 6% × 36% = € 8.446 en kwam daarmee ± 44% te hoog uit.

Vergeet de tegenbewijsregeling niet. Op precies deze pagina staat: "Volgens de uitspraken van de Hoge Raad moeten wij uw werkelijk rendement belasten als dit lager is dan het fictief rendement... Als uw werkelijk rendement later lager is dan het fictief rendement, dan passen wij uw box 3-inkomen aan in uw aangifte inkomstenbelasting 2026." Bij een pand dat niet verhuurd wordt en niet of nauwelijks in waarde stijgt, kan dat schelen. Laat je boekhouder dit expliciet toetsen — het stond niet in versie 1.

4.2 Het verdrag NL-Spanje: waar wordt vastgoed belast?

Het geldende verdrag is van Madrid, 16 juni 1971 (Trb. 1971, 144 en Trb. 1972, 141).

Artikel 6, lid 1 — letterlijk:

"Inkomsten uit onroerende goederen mogen worden belast in de Staat waar deze goederen zijn gelegen."

Artikel 24, lid 1 (vermogen) — letterlijk:

"Vermogen, voor zover bestaande uit onroerende goederen, zoals omschreven in artikel 6, tweede lid, mag worden belast in de Staat waar deze goederen zijn gelegen."

Artikel 25 — hoe Nederland dubbele belasting voorkomt:

"Nederland is bevoegd bij het heffen van belasting van zijn inwoners in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven, de bestanddelen van het inkomen of het vermogen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst in Spanje mogen worden belast."

En vervolgens verleent Nederland "een vermindering op het overeenkomstig het eerste lid van dit artikel berekende belastingbedrag", evenredig aan het deel dat in Spanje mag worden belast — expliciet met verwijzing naar "de artikelen 6, ... en 24, eerste en tweede lid".

In gewone taal:
Spanje mag heffen over het Spaanse pand. Nederland telt het wél mee in je box 3-grondslag, maar geeft je daarna een evenredige vermindering (vrijstellingsmethode). Netto betaal je in Nederland dus effectief niets extra over het Spaanse pand zelf — maar het duwt je andere box 3-vermogen wel omhoog in de grondslag.

Let op: dat je aangifte moet blijven doen in Nederland, staat vast. Of jouw boekhouder de vermindering correct toepast, is een controlepunt.

4.3 Pensioenen in het verdrag (artikel 19)

Letterlijk:

"Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 20, eerste lid, zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een van de Staten ter zake van een vroegere dienstbetrekking, slechts in die Staat belastbaar."

Dus onder het huidige verdrag van 1971: woon je in Spanje, dan is je Nederlandse pensioen alleen in Spanje belast.

Dat gaat veranderen. Er is ambtelijke overeenstemming over een nieuw verdrag. Jongbloed Fiscaal Juristen (bijgewerkt 9 juni 2026): "The discussions with Spain are years old and the current status is not entirely clear. The changes are expected to take effect earliest in 2027, if they proceed." SpanjeVandaag (12 april 2026): in 2025 is "ambtelijke overeenstemming bereikt tussen Nederland en Spanje over een wijziging van het verdrag"; de tekst krijgt rechtskracht "na parlementaire goedkeuring"; verwacht wordt "dat er een drempelbedrag van € 15.000 wordt ingevoerd" waarboven Nederland mag heffen over pensioenuitkeringen. Onroerend goed blijft belast in het land waar het ligt — dat verandert niet.

Let op: het nieuwe verdrag is nog niet ondertekend en niet geratificeerd. Reken er niet op, maar houd er wel rekening mee als je ooit naar Spanje zou willen emigreren.

4.4 Spaanse belastingen op het pand zelf

Als niet-inwoner met een woning in Spanje betaal je in Spanje twee dingen per jaar.

IRNR — Impuesto sobre la Renta de no Residentes (Modelo 210)

Onderdeel Bedrag
Grondslag bij leegstand / eigen gebruik 1,1% van de kadastrale waarde, of 2% als er de afgelopen tien jaar geen herwaardering was
Tarief EU/EER-inwoners 19%
Tarief niet-EU 24%
Deadline fictief inkomen 31 december van het jaar ná het belastingjaar
Deadline huurinkomsten tussen 1 en 20 januari

Bij verhuur: 19% over de huur ná aftrek van kosten (dat mag als EU-inwoner). Als Nederlander ben je EU-inwoner, dus 19%.

IBI — de gemeentelijke onroerendezaakbelasting. Jaarlijks, geïnd door het "ayuntamiento". Tarief 0,4% tot 1,1% van de kadastrale waarde, per gemeente verschillend. In de praktijk "usually is between 200 and 800 Euro per year".

Spaanse vermogensbelasting (Modelo 714). Niet-inwoners betalen alleen over Spaanse bezittingen boven € 700.000, tarief 0,2% tot 3,5%. Veel regio's geven 100% korting: de aanslag wordt nul, de aangifteplicht blijft. Boven € 3.000.000 komt er een solidariteitsheffing van 1,7% tot 3,5% bij.

Voor jou: met ± € 391.000 zit je onder de € 700.000-grens. Vermogensbelasting speelt dus niet — tenzij het pand fors in waarde stijgt of je er iets bij koopt.

4.5 Spaanse erfbelasting

Hier moet ik eerlijk zijn: dit heb ik niet betrouwbaar kunnen vaststellen.

Ik heb geprobeerd de Agencia Tributaria (Spaanse Belastingdienst) te openen — alle URL's gaven 404 of waren afgeschermd. Andere bronnen die ik opende gingen niet over erfbelasting.

Wat ik wel heb, uit één geopende bron (Jongbloed Fiscaal Juristen, bijgewerkt 9-6-2026): als Nederland straks heffingsrecht over pensioenen krijgt, "the exemption for inheritance tax in Spain will likely also be eliminated" voor de betrokkenen.

Wat ik niet heb kunnen vaststellen en dus niet opschrijf als feit: de Spaanse staatstarieven van de Impuesto sobre Sucesiones y Donaciones, de indeling in Grupo I t/m IV, de regionale kortingen per Comunidad Autónoma, de aangiftetermijn, en of er een verdrag ter voorkoming van dubbele erfbelasting tussen Nederland en Spanje bestaat.

Dit is een gat in dit dossier. Vul het met een Spaanse gestor of een NL-fiscalist met Spanje-praktijk. Niet zelf invullen.

Wat wél zeker is: het pand ligt in Spanje, dus Spanje mag heffen (artikel 24 verdrag). En Nederland heft erfbelasting over het wereldwijde vermogen van een inwoner. Er is dus een reëel risico op dubbele heffing. Dat is precies waarom je hier iemand op moet zetten.


5. Rekenvoorbeelden op jouw cijfers

Alle bedragen hieronder zijn eigen berekening op basis van de bronbedragen 2026.

Twee verschillende cijfers, niet door elkaar halen (versie 1 deed dat wel):

Versie 1 gebruikte overal € 122.500. Dat cijfer is het gezamenlijke nettoresultaat van beide salons in 2025 (€ 122.479), dus inclusief het deel van A., en van het verkeerde jaar. Alle bedragen in dit hoofdstuk zijn daarop gecorrigeerd.

5.1 Jaarruimte 2026 storten

Stap 1 — jouw premiegrondslag over 2025. Rijswijk (eenmanszaak, 100% van jou) leverde in 2025 € 63.593 op, HV Wateringen VOF € 58.886 in totaal. Je aandeel daarin is nog onzeker (zie 3.6), dus drie scenario's:

VOF-aandeel Winst 2025 (jij) Min AOW-franchise € 19.172 Jaarruimte 2026 (30%)
10% (driejaar-overzicht 2024-2025) € 69.482 € 50.310 € 15.093
20% (feitelijk in de aangifte IB 2023) € 75.370 € 56.198 € 16.859
50% (zoals de jaarrekening VOF vermeldt) € 93.036 € 73.864 € 22.159

Vermindering wegens pensioenopbouw: € 0 (je bent geen BPF-deelnemer, zie 1.2).

Beste schatting: ± € 16.900. Niet € 30.998 zoals in versie 1, en ook niet het wettelijke maximum van € 35.588 — dat geldt pas vanaf een inkomen van € 137.800. Heb je in 2025 loon genoten uit Dani Jay BV, dan telt dat mee en gaat het bedrag omhoog.

Stap 2 — je reserveringsruimte. Vrijwel zeker de volle € 42.753 (zie 2.3).

Totale aftrekruimte 2026: ± € 16.900 + € 42.753 ≈ € 59.700.

Stap 3 — wat dat oplevert. Belastbaar inkomen 2026 vóór de storting: winst € 108.000 − zelfstandigenaftrek € 1.200 = € 106.800, min mkb-winstvrijstelling 12,7% (€ 13.564) = ± € 93.236 belastbaar. De lijfrentestorting gaat daar in zijn geheel vanaf (de mkb-winstvrijstelling raakt hem niet).

De waarde per euro is niet overal gelijk. Naast het schijventarief spelen twee dingen mee: de aftrekrem van 11,94% (art. 2.10 lid 2) die wegvalt zodra je onder € 78.426 zakt, en de algemene heffingskorting die met 6,398% herleeft boven een verzamelinkomen van € 29.736 (art. 8.10 lid 2).

Zone (belastbaar inkomen zakt van → naar) Storting in die zone Waarde per euro Besparing
€ 93.236 → € 78.426 € 14.810 49,5% € 7.331
€ 78.426 → € 61.821 € 16.605 55,9% € 9.282
€ 61.821 → € 38.883 € 22.938 44,0% € 10.093
€ 38.883 → € 33.624 € 5.259 42,1% € 2.214
Totaal € 59.612 gemiddeld 48,5% ± € 28.920

Uitkomst: stort je de volle ruimte van ± € 59.700, dan krijg je ± € 28.900 terug.
Stort je alleen de jaarruimte van ± € 16.900, dan zit je nog helemaal in de bovenste twee zones en krijg je ± € 8.500 terug (ruim 50%). Dat is de meest rendabele euro; daarboven daalt het rendement.

Drie waarschuwingen bij dit hoofdstuk:

  1. De herlevende heffingskorting werkt op je verzamelinkomen, niet alleen op box 1. Heb je box 3-inkomen uit het Spaanse pand (hoofdstuk 4), dan herleeft die korting niet of maar deels en vallen de tarieven van 55,9% en 44,0% lager uit.
  2. Het kost echte cash. Het eigen vermogen van de eenmanszaak stond eind 2025 op -€ 296.641 en het deposito op € 20.379. Geld in een lijfrente komt er tot je AOW-leeftijd niet meer uit zonder revisierente (Belastingdienst, 15.2.4).
  3. Wat je nu aftrekt, gaat later van je stakingslijfrente af (zie 3.3). Die twee knoppen eten elkaar op.

5.2 Stoppen op je 60e met € 150.000 stakingswinst

Je bent nu ± 50. Op je 60e schrijven we ± 2036.
Let op: ik reken met de tarieven en bedragen van 2026. In 2036 zijn die anders. Dit is een orde-van-grootte, geen prognose.

Op je 60e zit je boven "AOW-leeftijd min vijftien jaar" (bij AOW 68 is dat 53) en onder "AOW-leeftijd min vijf jaar" (63) → maximum stakingslijfrente € 287.445.
€ 150.000 past daar ruim in — mits je stakingslijfrente-maximum niet al is opgesoupeerd door lijfrentepremies die je in de jaren daarvoor hebt afgetrokken (zie 3.3).

Extra knop die versie 1 miste: artikel 3.127 lid 5. In het jaar dat je staakt mag je op verzoek de cijfers van dat jaar zelf gebruiken voor je gewone jaarruimte, in plaats van die van het jaar ervoor. De stakingswinst telt dan mee in je premiegrondslag, dus je gewone jaarruimte is in het stakingsjaar veel groter dan normaal — bovenop de stakingslijfrente. Het jaar erná wordt je premiegrondslag juist met die stakingswinst verminderd. Dit is de knop die je bij het stoppen wilt kennen.

Variant A — zonder stakingslijfrente

Stap Bedrag
Stakingswinst € 150.000
Min stakingsaftrek − € 3.630
Subtotaal € 146.370
Min mkb-winstvrijstelling 12,7% (art. 3.79a, zie 3.8) − € 18.589
Belastbaar € 127.781

Belasting (tarieven 2026, geen ander inkomen, vóór heffingskortingen):

Schijf Grondslag Tarief Belasting
1 (tot € 38.883) € 38.883 35,75% € 13.901
2 (tot € 78.426) € 39.543 37,56% € 14.852
3 (rest) € 49.355 49,50% € 24.431
Subtotaal € 53.184
Aftrekrem art. 2.10 lid 2 11,94% × (€ 3.630 + € 18.589) + € 2.653
Totaal ± € 55.837

Je houdt ± € 94.200 over van € 150.000. Versie 1 kwam op € 96.800 omdat de aftrekrem ontbrak.

Variant B — met stakingslijfrente

Je bedingt vóór 1 juli 2037 een lijfrente voor het belastbare deel: € 127.781. Dat bedrag gaat volledig van je inkomen af. Belastbaar in het stakingsjaar: € 0. Belasting in het stakingsjaar: € 0.

Direct voordeel: € 55.837 die je niet hoeft af te dragen. (Met belastbaar inkomen € 0 speelt de aftrekrem niet meer, want die grijpt pas boven € 78.426.)

Maar: de uitkeringen zijn later wél belast. Wat levert het dan netto op?

Twee routes, en de uitkeringsduur is niet vrij te kiezen.

Route 1 — laten ingaan op je AOW-leeftijd (68). Bij een lijfrenterekening moet je dan minimaal 20 jaar uitkeren: € 127.781 ÷ 20 = € 6.389 per jaar. Samen met AOW blijf je dan waarschijnlijk in schijf 1, en AOW-gerechtigden betalen daar 17,85% (zie 3.10, nu wél hard).

Route 2 — laten ingaan op je 60e, om de brugjaren te dekken. Dat mag, maar dan geldt de regel uit 2.5: 20 jaar plus het aantal jaren vervroeging. Bij een AOW-leeftijd van 68 is dat 20 + 8 = 28 jaar. € 127.781 ÷ 28 = ± € 4.564 per jaar, ofwel € 380 per maand. Van je 60e tot je 68e is dat je enige inkomen uit deze pot — te weinig om acht jaar van te leven, maar het is er wel meteen. Bij een verzekeraar kun je in plaats daarvan een levenslange oudedagslijfrente kiezen die op je 60e ingaat.

Correctie op versie 1: de overbruggingslijfrente kan niet. Versie 1 adviseerde de stakingswinst in tweeën te splitsen met een overbruggingslijfrente (max € 63.288 per jaar) voor de brugjaren. Die vorm is "alleen toegestaan voor lijfrentetegoeden die u hebt opgebouwd voor 2006" (Belastingdienst, 15.2.1). Die heb je niet.

Wat het oplevert:

Scenario Belasting over € 127.781
Alles in één jaar (variant A) ± € 55.837 — effectief 43,7%
Uitgesmeerd, alles in schijf 1 vóór AOW-leeftijd (35,75%) ± € 45.682
Uitgesmeerd, alles in schijf 1 ná AOW-leeftijd (17,85%) ± € 22.809

In de praktijk zit je bij route 2 in beide werelden: de eerste acht jaar tegen 35,75%, daarna tegen 17,85%. Grof: 8/28 × € 45.682 + 20/28 × € 22.809 = ± € 29.400.

Het voordeel van de stakingslijfrente ligt dus in de orde van € 26.000, plus het rendement dat je over geld maakt dat je anders meteen had afgedragen.

Voorwaarde: stoppen op je 60e betekent dat je acht jaar moet overbruggen (AOW-leeftijd 68, zie 2.6), niet zeven. En de brug moet je vullen met een oudedagslijfrente die eerder ingaat, met de bijbehorende lange uitkeringsduur — of met vermogen buiten de lijfrente om.


6. Wat dit voor jou betekent — 8 acties

In versie 2 zijn de eerste drie acties van versie 1 vervallen of veel kleiner geworden, omdat de antwoorden gevonden zijn. Er zijn drie nieuwe acties bijgekomen.

# Actie Waarom Prioriteit Deadline
1 Stel vast wat de VOF-verdeling van HV Wateringen fiscaal ís. Vraag de boekhouder: welk percentage van het resultaat staat er in de aangiftes 2024 en 2025 op jouw naam? Drie interne bronnen zeggen 50/50, 20/80 en 10/90. Dit bepaalt je jaarruimte (verschil ± € 7.000 aftrek) én je stakingswinst later. Zonder dit cijfer klopt geen enkele berekening in hoofdstuk 5. Hoog Binnen 2 weken
2 Laat de jaarruimte 2026 + reserveringsruimte 2016-2025 uitrekenen met het Hulpmiddel Lijfrentepremie, met de júiste input: jouw winst uit onderneming 2025 vóór ondernemersaftrek, plus eventueel loon uit Dani Jay BV. Er staat naar schatting ± € 59.700 aftrekbare ruimte klaar, goed voor ± € 28.900 minder belasting. Maar het exacte bedrag hangt aan actie 1. Hoog Vóór 1 november 2026
3 Beslis over de inleg — en check éérst je kaspositie. De eerste ± € 16.900 (je jaarruimte) levert ruim 50% op; daarboven zakt het rendement naar 44% en lager. Het eigen vermogen van de eenmanszaak is -€ 296.641 en het deposito € 20.379. Geld in een lijfrente komt er niet uit zonder revisierente. Hoog Vóór 1 december 2026
4 Stort, als je het doet, vóór 31 december 2026. Belastingdienst: "U mag alleen premies en stortingen aftrekken in het jaar waarin u deze hebt betaald." Mis je 31 december, dan schuift de aftrek een jaar op en verlies je het oudste jaar reserveringsruimte. De zesmaandsverlenging van art. 3.130 lid 2 geldt alleen bij staking, niet voor de gewone jaarruimte. Hoog 31 december 2026 — harde deadline
5 Log één keer in op mijnpensioenoverzicht.nl met DigiD. Om te zien of er nog oude aanspraken staan uit dienstverbanden van vóór 1993, of opbouw via Dani Jay BV. Zo ja, dan verlaagt de in 2025 ingelegde premie je jaarruimte (art. 3.127 lid 4). Zie je niets, dan is je vermindering nul. Midden Vóór 1 oktober 2026
6 Check de balans van Haarvisie Rijswijk op een oude FOR-stand. Staat er een: zet hem in stukjes om in lijfrente. Een FOR-stand is een belastingschuld die bij staken in één klap belast wordt. Let op: bij omzetting moet de premie vóór 1 juli van het jaar erná betaald zijn én het omgezette bedrag bij je winst worden geteld. Midden Bij de jaarrekening 2026
7 Begroot je loonkosten voor de nieuwe kappersregeling. De premie gaat van 13,9% naar 26,2%, maar over een lagere grondslag. Vraag het fonds om (a) de nieuwe franchise en (b) de actuele planning — het nieuwsbericht met "streven naar 1-1-2027" is van december 2024. Vraag meteen of je Sociaal Fonds Kappers-premie klopt. Met 4,5 FTE over twee zaken kan dit tienduizenden euro's per jaar schelen, omhoog of omlaag. Midden Vóór 1 juli 2027
8 Zet een fiscalist met Spanje-praktijk op het Spaanse vastgoed: erfbelasting Spanje + Nederland, het nieuwe verdrag, én de box 3-tegenbewijsregeling (werkelijk rendement). Dit blijft het grootste gat in dit dossier. Er is reëel risico op dubbele erfbelasting over ± € 391.000, en de tegenbewijsregeling kan direct geld schelen. Midden Vóór 1 januari 2027

Vervallen uit versie 1:
- "Bel Pensioenfonds Kappers of jij en A. onder de verplichtstelling vallen" — beantwoord door het verplichtstellingsbesluit (1.2): jullie vallen er niet onder. Bellen hoeft alleen nog bij twijfel over een concrete oproepkracht of stagiair.
- "Zoek uit wat die € 10.956 pensioenpremie is" — dat is de personeelspremie (1.3). Hooguit één regel bevestiging vragen.
- "Haal je factor A op" — factor A speelt sinds 2023 geen rol meer in de jaarruimte (2.1).

Extra, geen actie maar een houding: de stakingslijfrente-deadline is 1 juli van het jaar ná het stakingsjaar (Ondernemersplein en art. 3.130 lid 2). Als je ooit stopt of verkoopt, is dat de datum die je in je hoofd moet hebben. Mis je hem, dan kost dat in het voorbeeld van 5.2 ± € 55.800.


7. Wat ik NIET kon vaststellen

Eerlijke lijst. Niets hiervan is ingevuld met een aanname die als feit leest.

In versie 2 zijn negen punten uit deze lijst geschrapt omdat ze bij de controle alsnog uit een officiële bron kwamen: de verplichtstelling (1.2), de wettekst van art. 3.127 (2.1), de 20 jaar-regel (2.5), jouw AOW-leeftijd (2.6), de verrekening op de stakingslijfrente (3.3), de 36-maandentermijn bij doorschuiven (3.4), de BOR-vrijstellingsbedragen (3.7), de mkb-winstvrijstelling over stakingswinst (3.8) en het AOW-schijftarief (3.10).

  1. De franchise in de nieuwe kappersregeling (vanaf 2027/2028). Alleen "een lager pensioengevend salaris" — geen bedrag.
  2. De nieuwe pensioenrichtleeftijd na de overgang.
  3. Of er een FOR-stand op de balans van Haarvisie Rijswijk staat.
  4. Jouw exacte AOW-leeftijd. De verwachting is 68 jaar (geboren t/m 1975) of 68 jaar en 3 maanden (1976 en later), maar wettelijk vastgesteld is hij pas voor wie vóór 1 oktober 1964 geboren is. Vul je eigen geboortedatum in op svb.nl.
  5. De VOF-verdeling van HV Wateringen. Jaarrekening 50/50, aangifte 2023 20/80, driejaar-overzicht 10/90. Zie actie 1.
  6. Of je in 2025 pensioenpremie hebt ingelegd via Dani Jay BV. Zo ja, dan verlaagt dat je jaarruimte. Zie actie 5.
  7. De voorwaarden en termijnen van geruisloze inbreng in een BV (voorovereenkomst, terugwerkende kracht, voortzettingseis). Die staan in de Standaardvoorwaarden geruisloze omzetting, niet in de wet.
  8. Of Dani Jay BV en het 25%-belang in Trend Brands BV als "actieve onderneming" kwalificeren voor de BOR. Daarvoor zijn de jaarrekeningen nodig.
  9. Wat overdracht van een VOF-aandeel aan een fiscale partner extra aan voorwaarden kent, en of dat als één of twee stakingsmomenten telt.
  10. Of lijfrentes zichtbaar zijn op mijnpensioenoverzicht.nl.
  11. Bijna alles over Spaanse erfbelasting: staatstarieven, Grupo-indeling, regionale kortingen, aangiftetermijn, en of er een NL-Spanje erfbelastingverdrag bestaat. Alle Agencia Tributaria-URL's gaven 404, ook bij de controle.
  12. De Spaanse cijfers voor IRNR, IBI en vermogensbelasting (4.4). Die staan alleen op adviseurssites, niet op een officiële Spaanse bron. Laat een gestor ze bevestigen.
  13. De ingangsdatum van het nieuwe verdrag NL-Spanje. Nog niet ondertekend, nog niet geratificeerd. Verwachting "op zijn vroegst 2027", maar dat is een inschatting van een adviseur, geen besluit.
  14. Het omslagpunt waarop een BV gunstiger wordt dan een IB-onderneming (3.5). Daar is geen bron voor geopend; dat is een rekensom voor de boekhouder.

8. Bronnen

Alleen pagina's die daadwerkelijk zijn geopend en gelezen. De bronnen 1-33 op 8 september 2026 (versie 1), de bronnen 34-45 op 9 september 2026 (versie 2, bij de onafhankelijke controle).

Pensioenfonds Kappers

  1. Rekencijfers 2026 — https://www.pensioenkappers.nl/rekencijfers (8-9-2026)
  2. Verplichtstelling — https://www.pensioenkappers.nl/verplichtstelling (8-9-2026)
  3. Pensioenpremie — https://www.pensioenkappers.nl/pensioenpremie (8-9-2026)
  4. Afspraken over de nieuwe pensioenregeling — https://www.pensioenkappers.nl/nieuws/afspraken-over-de-nieuwe-pensioenregeling (8-9-2026)
  5. Pensioen 1-2-3 laag 2 (PDF, versie 2026) — https://www.pensioenkappers.nl/sites/default/files/documenten/pensioen-1-2-3-laag-2.pdf (8-9-2026)
  6. Nieuws en actuele berichten — https://www.pensioenkappers.nl/actueel (8-9-2026)

Belastingdienst

  1. Fiscale informatie 2026 — Uitgaven voor inkomensvoorzieningen (stakingslijfrente-maxima, reserveringsruimte, tijdelijke oudedagslijfrente) — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/fisin/fisin2026/uitgaven_voor_inkomensvoorzieningen (8-9-2026)
  2. Fiscale informatie 2026 — Ondernemersaftrek en investeringsaftrek — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/fisin/fisin2026/ondernemersaftrek_en_investeringsaftrek (8-9-2026)
  3. Fiscale informatie 2026 — Hoe wordt de belasting berekend (tarieven box 1) — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/fisin/fisin2026/belastingberekening (8-9-2026)
  4. Hoe bereken ik mijn jaarruimte voor aftrek van lijfrente? — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/aftrek-en-kortingen/content/hoe-bereken-ik-mijn-jaarruimte (8-9-2026)
  5. Aftrekken lijfrentepremies (jaarruimte + reserveringsruimte, 10 jaar) — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/werk_en_inkomen/lijfrente/aftrekken-lijfrentepremies/aftrekken-lijfrentepremies (8-9-2026)
  6. Hulpmiddel lijfrentepremie vanaf 2016 — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/aftrek-en-kortingen/content/hulpmiddel-lijfrentepremie-2016-en-daarna (8-9-2026)
  7. Mkb-winstvrijstelling 2026 (12,7%) — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/winst/inkomstenbelasting/veranderingen-inkomstenbelasting-2026/mkb-winstvrijstelling-2026 (8-9-2026)
  8. Extra lijfrentepremieaftrek bij stakende ondernemers 2026 — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/winst/inkomstenbelasting/veranderingen-inkomstenbelasting-2026/extra-lijfrentepremieaftrek-bij-stakende-ondernemers-2026 (8-9-2026)
  9. Stakingswinst berekenen — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/ondernemen/onderneming_wijzigen_of_beeindigen/u_staakt_uw_onderneming/stakingswinst_berekenen (8-9-2026)
  10. Oudedagsreserve afrekenen — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/ondernemen/onderneming_wijzigen_of_beeindigen/u_staakt_uw_onderneming/oudedagsreserve_afrekenen (8-9-2026)
  11. Oudedagsreserve (afgeschaft sinds 2023) — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/winst/inkomstenbelasting/inkomstenbelasting_voor_ondernemers/fiscale_reserves/oudedagsreserve (8-9-2026)
  12. (Gedeeltelijke) doorschuiving of staking onderneming — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/winst/inkomstenbelasting/inkomstenbelasting_voor_ondernemers/gedeeltelijke_doorschuiving_of_staking_onderneming (8-9-2026)
  13. Bedrijf erven of schenken: de bedrijfsopvolgingsregeling — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/erfbelasting/content/bedrijf-overnemen-door-schenking-of-erfenis (8-9-2026)
  14. Hoe is het box 3-inkomen op mijn voorlopige aanslag 2026 berekend? — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/box-3/content/berekening-box-3-inkomen-2026 (8-9-2026)
  15. Centraal Aanspreekpunt Pensioenen — bedragen AOW-franchises en maximum pensioengevend loon per 1-1-2026 — https://centraalaanspreekpuntpensioenen.belastingdienst.nl/publicaties/va-25-008-v251209/ (8-9-2026)
  16. Kennisgroepen Belastingdienst, KG:070:2024:3 — jaarruimteberekening en opbouw pensioenaanspraken (in versie 1 gebruikt als bron voor "6,27 * factor A"; niet meer gebruikt in versie 2, zie correctie 1) — https://kennisgroepen.belastingdienst.nl/publicaties/kg07020243-vragen-en-antwoorden-over-de-jaarruimteberekening-en-de-opbouw-van-pensioenaanspraken/ (8-9-2026)
  17. Belastingverdrag Nederland-Spanje, Madrid 16 juni 1971 (PDF, volledige verdragstekst) — https://download.belastingdienst.nl/itd/verdragen/02000000.pdf (8-9-2026)

Rijksoverheid / Ondernemersplein

  1. AOW-leeftijd 2025-2031 — https://www.rijksoverheid.nl/themas/belastingen-uitkeringen-en-toeslagen/algemene-ouderdomswet-aow/aow-leeftijd (8-9-2026)
  2. Stakingswinst berekenen bij bedrijfsbeëindiging (stakingsaftrek € 3.630, deadline 1 juli) — https://ondernemersplein.overheid.nl/geldzaken-en-belastingen/alles-over-aangifte-doen/bedrijfsbeeindiging-stakingswinst-en-stakingsaftrek/ (8-9-2026)
  3. Stakingsaftrek en stakingslijfrenteaftrek — https://ondernemersplein.overheid.nl/stakingsaftrek-en-stakingslijfrenteaftrek/ (8-9-2026)

Overige (ter bevestiging, geen overheidsbron — als zodanig gemarkeerd in de tekst)

  1. Raisin, Jaarruimte berekenen in 2026 (in versie 1 gebruikt als bron voor "30% × premiegrondslag"; vervangen door de wettekst, bron 34) — https://www.raisin.com/nl-nl/pensioen/jaarruimte-berekenen/ (8-9-2026)
  2. Legal Fournier, Spanish Property Tax for Non-Residents (IRNR, IBI, vermogensbelasting) — https://legalfournier.com/en/tax-finance/spanish-property-tax-non-residents/ (8-9-2026)
  3. PTI Returns, Non-Resident Tax Spain (IRNR-tarieven, IBI-bandbreedte, vermogensbelasting) — https://www.ptireturns.com/blog/non-resident-tax-spain/ (8-9-2026)
  4. Taxes for Expats, Property tax in Spain for non-residents 2026 — https://www.taxesforexpats.com/country-guides/spain/property-tax-in-spain-non-residents.html (8-9-2026)
  5. Jongbloed Fiscaal Juristen, Nieuw belastingverdrag Spanje (bijgewerkt 9 juni 2026) — https://www.jongbloed-fiscaaljuristen.nl/emigratie/landeninformatie/wonen_in_spanje/nieuw_belastingverdrag_spanje/ (8-9-2026)
  6. SpanjeVandaag, Nieuw belastingverdrag zorgt voor veel vragen (12 april 2026) — https://spanjevandaag.com/12/04/2026/nieuw-belastingverdrag-zorgt-voor-veel-vragen-bij-nederlandse-gepensioneerden-in-spanje-analyse/ (8-9-2026)
  7. mijnpensioenoverzicht.nl (homepage; gaf geen inhoudelijk antwoord) — https://www.mijnpensioenoverzicht.nl/ (8-9-2026)

Nieuw in versie 2 (geopend op 9 september 2026)

  1. wetten.overheid.nl — Wet IB 2001, tekst 1-1-2026, volledige afdruk — https://wetten.overheid.nl/BWBR0011353/2026-01-01/0/afdrukken (art. 2.10, 2.10a, 3.63, 3.64, 3.74, 3.76, 3.79, 3.79a, 3.127, 3.128, 3.129, 3.130, 8.10)
  2. Staatscourant 2023, nr. 32217 (28-12-2023) — Verplichtstelling Bpf Kappersbedrijf — https://www.pensioenkappers.nl/sites/default/files/documenten/verplichtstelling.pdf
  3. Pensioenfonds Kappers — Voorbeeldberekeningen 2026 (PDF) — https://www.pensioenkappers.nl/sites/default/files/documenten/rekenvoorbeelden-2026.pdf
  4. Pensioenfonds Kappers — Rekenvoorbeeld pensioenopbouw, pensioenpremie en AOW 2026 (PDF) — https://www.pensioenkappers.nl/sites/default/files/documenten/rekenvoorbeeld-pensioenopbouw-pensioenpremie-en-aow-2026.pdf
  5. SVB — Uw AOW-leeftijd, vastgestelde én verwachte leeftijden (laatste check 1 mei 2026) — https://www.svb.nl/nl/aow/aow-leeftijd/uw-aow-leeftijd
  6. Belastingdienst — Fiscale informatie 2026, hoofdstuk 27 Premie volksverzekeringen — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/fisin/fisin2026/premie_volksverzekeringen
  7. Belastingdienst — Brochure "Erf- en schenkbelasting en de bedrijfsopvolgingsregeling 2026" (PDF) — https://download.belastingdienst.nl/belastingdienst/docs/erf_schenkbel_bedropvolgingsreg_2026_suc0351z61fd.pdf
  8. Ondernemersplein — Stakingsaftrek en stakingslijfrenteaftrek (opnieuw, volledig uitgelezen)
  9. analyses/driejaar-overzicht-2023-2025.md (intern)
  10. analyses/winst-voorspeller-2026.md (intern, 7-9-2026)
  11. analyses/extractie-aangiftes-ib-2023.md (intern)
  12. analyses/quick-scan-2026.md (intern)

Geprobeerd maar niet gelukt:
sede.agenciatributaria.gob.es en agenciatributaria.es (beide 404, ook opnieuw geprobeerd op 9-9-2026) · Belastingdienst-pagina geruisloze inbreng eenmanszaak naar BV (404) · Belastingdienst-pagina tweede woning in het buitenland (404) · rijksoverheid.nl Wet toekomst pensioenen (404) · pensioenkappers.nl/pensioenregeling/pensioenpremie (404).

Achterhaald uit versie 1: svb.nl gaf géén HTTP 403 (bron 38 opende gewoon) en wetten.overheid.nl geeft wél de volledige wettekst, via de /afdrukken-variant (bron 34).


9. Correctielogboek (versie 1 → versie 2)

Op 9 september 2026 is versie 1 onafhankelijk gecontroleerd door een tweede model, tegen zelf geopende bronnen. Het volledige rapport staat in pensioen-en-stoppen-CHECK.md: 105 getoetste claims, 59 goed, 18 fout, 11 gedeeltelijk fout, 9 ontbrekend, 5 niet te verifiëren, 3 achterhaald. Hieronder de correcties die de tekst hebben veranderd.

1. De jaarruimteformule (2.1, 2.2, 2.4, 5.1)
- Was: "Jaarruimte = (30% × premiegrondslag) − (6,27 × factor A)", met een heel rekenvoorbeeld over hoe factor A je ruimte verlaagt.
- Nu: de vermindering is de werkelijk in het vorige jaar ingelegde pensioenpremie. Factor A en het getal 6,27 zijn vervallen.
- Bron: art. 3.127 lid 4 Wet IB 2001, tekst 1-1-2026 — "het gezamenlijke bedrag van de in het voorafgaande kalenderjaar in pensioenregelingen van de belastingplichtige ingelegde premies".

2. Het percentage van 30% en de wettekst (2.1, 2.2)
- Was: "30% staat op een commerciële bron (Raisin), want wetten.overheid.nl geeft alleen de inhoudsopgave terug."
- Nu: het staat letterlijk in art. 3.127 lid 1, opgehaald via de afdrukvariant van wetten.overheid.nl.
- Bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0011353/2026-01-01/0/afdrukken

3. Verplichtstelling Pensioenfonds Kappers (1.2, hoofdstuk 6)
- Was: "Niet gevonden of het geldt voor de eigenaar van een eenmanszaak of een VOF-vennoot. Bellen dus (actie 1, prioriteit hoog)."
- Nu: jij en A. zijn géén verplicht deelnemer. Actie 1 uit versie 1 is vervallen.
- Bron: Staatscourant 2023 nr. 32217 — "verplichtgesteld voor de werknemers" en "werknemer: degene die tot een werkgever in dienstbetrekking staat in de zin van de sociale werknemersverzekeringen".

4. De € 10.956 pensioenpremie (1.3, hoofdstuk 6)
- Was: "Zoek uit wat dat is — werkgeversdeel personeel of eigen premie?"
- Nu: het is de personeelspremie; eigen premie kan niet, en de kruiscontrole op de loonsom klopt.
- Bron: verplichtstellingsbesluit + rekencijfers 2026 + analyses/quick-scan-2026.md.

5. Het inkomen onder alle rekenvoorbeelden (hoofdstuk 5)
- Was: "Uitgangspunt: winst 2026 ± € 122.500 (Rijswijk + aandeel Wateringen samen)", jaarruimte € 30.998, totale ruimte € 78.341.
- Nu: € 122.479 is het gezamenlijke resultaat van beide zaken in 2025, dus inclusief het deel van A. Jouw jaarruimte 2026 komt uit op ± € 16.900 (bandbreedte € 15.100 - € 22.200) en de totale ruimte op ± € 59.700. Voor de besparing wordt gerekend met winst 2026 ± € 108.000.
- Bron: art. 3.127 lid 3 (premiegrondslag = vorig jaar, alleen eigen winst) + analyses/driejaar-overzicht-2023-2025.md + analyses/winst-voorspeller-2026.md.

6. De overbruggingslijfrente (2.5, 2.6, 5.2)
- Was: de brug tussen stoppen op 60 en de AOW-leeftijd vullen met een overbruggingslijfrente, max € 63.288 per jaar.
- Nu: die vorm is "alleen toegestaan voor lijfrentetegoeden die u hebt opgebouwd voor 2006". Vervangen door een oudedagslijfrente die eerder ingaat.
- Bron: Belastingdienst, Fiscale informatie 2026, hoofdstuk 15.2.1.

7. De 20 jaar-regel (2.5)
- Was: "niet gevonden op een Belastingdienst-pagina, niet overnemen zonder bevestiging".
- Nu: letterlijk opgenomen: 20 jaar bij ingang op of na de AOW-leeftijd, 20 jaar plus het aantal jaren vervroeging bij eerdere ingang.
- Bron: Belastingdienst, Fiscale informatie 2026, hoofdstuk 15.2.1, tabel lijfrenterekening.

8. Jouw AOW-leeftijd (2.6, 5.2)
- Was: "svb.nl blokkeerde mijn opvraging (403). Reken op minimaal 67 jaar en 3 maanden."
- Nu: svb.nl opent gewoon. Verwachte AOW-leeftijd 68 jaar (geboren 01-04-1973 t/m 31-12-1975) of 68 jaar en 3 maanden (01-01-1976 t/m 30-09-1978). De brugperiode bij stoppen op 60 is dus acht jaar, niet zeven.
- Bron: https://www.svb.nl/nl/aow/aow-leeftijd/uw-aow-leeftijd

9. Te veel storten is niet "dubbel mis" (2.4)
- Was: "Stort je te veel, dan is het niet aftrekbaar én betaal je later belasting over de uitkering. Dubbel mis."
- Nu: er geldt een saldomethode; je betaalt alleen belasting over het deel dat de niet-afgetrokken premies te boven gaat. Wel met de kanttekening "dat geldt echter niet onbeperkt".
- Bron: Belastingdienst, Fiscale informatie 2026, hoofdstuk 15.2.2.

10. Verrekening op het stakingslijfrente-maximum (3.3)
- Was: "die verrekeningsregel heb ik niet letterlijk gevonden".
- Nu: de volledige lijst is opgenomen, inclusief het punt dat eerder afgetrokken lijfrentepremies je stakingslijfrente-ruimte verkleinen.
- Bron: Belastingdienst 15.2.3 + art. 3.129 lid 3 Wet IB 2001.

11. De leeftijdsgrenzen bij de stakingslijfrente (3.3, 5.2)
- Was: vaste leeftijden "62 jaar of ouder" en "tussen 52 en 62 jaar".
- Nu: de wet werkt relatief: vijf respectievelijk vijftien jaar onder de dan geldende AOW-leeftijd. Bij AOW 68 wordt dat 63 en 53.
- Bron: art. 3.129 lid 2 Wet IB 2001.

12. Doorschuiven: vijf faciliteiten en de 36-maandentermijn (3.4)
- Was: vier faciliteiten; "de termijn voor doorschuiven naar een werknemer is niet gevonden".
- Nu: vijf faciliteiten (de doorschuiving naar je eigen andere onderneming ontbrak) en de termijn is 36 maanden, zowel voor de werknemer als voor het samenwerkingsverband met een medeondernemer.
- Bron: belastingdienst.nl "Stakingswinst berekenen" + art. 3.63 lid 4, 5 en 6 Wet IB 2001.

13. De BOR-vrijstellingsbedragen (3.7)
- Was: "de veel genoemde bedragen heb ik niet op een overheidspagina kunnen bevestigen, dus die neem ik niet over".
- Nu: 100% vrijstelling tot een goingconcernwaarde van € 1.543.500, daarboven 75%, plus de verlengde bezitstermijn boven de AOW-leeftijd.
- Bron: Belastingdienst-brochure "Erf- en schenkbelasting en de bedrijfsopvolgingsregeling 2026".

14. Mkb-winstvrijstelling over stakingswinst (3.8)
- Was: "de pagina zwijgt erover; in de rekenvoorbeelden is dat een gemarkeerde aanname".
- Nu: het volgt rechtstreeks uit de wet en is geen aanname meer.
- Bron: art. 3.79a jo. art. 3.74 onderdeel e Wet IB 2001.

15. Het schijf-1-tarief voor AOW-gerechtigden (3.10, 5.2)
- Was: "de bron kwam tegenstrijdig terug; ik durf geen hard eindbedrag te noemen".
- Nu: 17,85% (8,10% inkomstenbelasting + 0,10% Anw + 9,65% Wlz; geen AOW-premie meer). De Belastingdienst bevestigt dit zelf in de maandtabel voor wie in januari 2026 de AOW-leeftijd bereikt.
- Bron: art. 2.10 lid 1 Wet IB 2001 + Fiscale informatie 2026 hoofdstukken 27 en 29.

16. De aftrekrem van 11,94% (3.10, 5.1, 5.2)
- Was: ontbrak volledig.
- Nu: opgenomen. In het voorbeeld van 5.2 variant A stijgt de belasting daardoor van € 53.184 naar ± € 55.837.
- Bron: art. 2.10 lid 2 en 3 Wet IB 2001.

17. De box 3-berekening en de tegenbewijsregeling (4.1)
- Was: € 391.000 × 6% × 36% = € 8.446, en geen woord over werkelijk rendement.
- Nu: het heffingsvrij vermogen gaat van de grondslag af, niet van het rendement: ± € 5.881 vóór de verdragsvermindering. En de tegenbewijsregeling (werkelijk rendement lager dan fictief) is toegevoegd als actiepunt.
- Bron: belastingdienst.nl, Berekening box 3-inkomen 2026 (stappenplan én de passage over de Hoge Raad).

18. De VOF-verdeling (3.6, 5.1)
- Was: "HV Wateringen is een VOF 50/50 met je vrouw".
- Nu: de verdeling is omstreden: jaarrekening 50/50, aangifte IB 2023 feitelijk 20/80, driejaar-overzicht 10/90 voor 2024-2025. Het uitzoeken is actie 1 geworden.
- Bron: analyses/extractie-aangiftes-ib-2023.md + analyses/driejaar-overzicht-2023-2025.md.

19. Toegevoegd, stond niet in versie 1
- Sociaal Fonds Kappers als tweede verplichte premie (1.2).
- Het onderscheid tussen de BPF-franchise (die niet bestaat) en de AOW-franchise van € 19.172 (1.4).
- Wat de nieuwe kappersregeling doet met partner- en wezenpensioen (1.6).
- Revisierente als prijs van vroegtijdig eruit stappen (2.4, 5.1).
- Art. 3.127 lid 5: in het stakingsjaar mag je de cijfers van dát jaar gebruiken (5.2).
- Bij overdracht aan je opvolger kun je bij hem geen lijfrenterekening afsluiten, wel een lijfrenteverzekering (Belastingdienst 15.2.3).
- De extra eisen bij de stakingsaftrek uit art. 3.79 lid 3 en 4 (3.2).

🎙️ Bespreek met Jarvis