Hallo Jamal! Welkom bij deze speciale podcastaflevering. Ik ben hier om je te helpen navigeren door de belangrijkste financiële en juridische punten die uit je recente dossier naar voren kwamen, met peildatum 8 september 2026. Zie het als een heldere samenvatting, een gids, om jouw bedrijfsstructuur en persoonlijke situatie zo optimaal en risicovrij mogelijk te maken.
De kern van de zaak is dit: je hebt een aantal mooie ondernemingen, maar de onderlinge verwevenheid, vooral die tussen je eenmanszaak, de VOF met A. en jullie privévermogen, is complex en brengt risico's met zich mee. Vooral de winstverdeling binnen de VOF en jullie huwelijksgoederenregime zijn nu de grootste aandachtspunten. Heldere afspraken en consistentie in documentatie zijn cruciaal om gedoe te voorkomen en alles netjes op orde te hebben, mocht er iets gebeuren. Laten we er rustig doorheen lopen.
**Jouw ondernemingen in vogelvlucht:** We hebben even gekeken naar de interne cijfers van je verschillende entiteiten. Je eenmanszaak, Haarvisie Rijswijk, doet het goed: de omzet steeg van zo’n 371.000 euro in 2025 naar een verwachte 449.000 euro in 2026, met een mooie winst van bijna 99.000 euro. Top! Dan HV Wateringen, de VOF met A. Hier zien we een omzet van ongeveer 282.000 euro in 2025, met een verwachte lichte daling naar 270.000 euro in 2026 en een winst van zo’n 47.000 euro voor de hele VOF. De VOF is op woensdag dicht, dat is goed om te onthouden. Dani Jay BV is helemaal van jou. Hier ontbreken nog wat stukken over een lening die je privé of zakelijk hebt opgenomen. Die moeten we echt compleet krijgen. In Trend Brands BV, ook bekend als KappersOnly, heb je een belang van 25 procent. En tot slot, je privé vastgoed in Spanje. Daarvan is de waarde nog niet vastgesteld, maar er zijn tussen 2023 en 2025 al aanzienlijke betalingen van ongeveer 419.000 euro gedaan.
**De winstverdeling van de VOF – een cruciaal punt:** Dit is een van de grootste risico's in je dossier, Jamal. In jullie eigen administratie van de VOF staan maar liefst vier verschillende manieren waarop de winst wordt verdeeld. De jaarrekening 2023 zegt 50/50, maar de belastingaangiftes van dat jaar gaven 20/80 aan. Uit kapitaalmutaties bleek 10/90, en over 2025 werd zo’n 90/10 in het voordeel van A. berekend. Voor 2026 voorspellen we zo'n 20 procent voor jou. Dit is enorm verwarrend en kan bij een controle voor problemen zorgen. We moeten vaststellen wat nu feitelijk de afspraak is en dit consequent toepassen.
**Jullie huwelijksgoederenregime:** Wat niet vaststaat, is jullie huwelijksgoederenregime. Dit is de spil waar bijna alles om draait, zeker gezien de VOF met A. Zonder heldere afspraken hierover, ben je als vennoot en als echtgenoot kwetsbaar.
**De dossiercheck door een tweede model:** Een onafhankelijke controle heeft jullie dossier nagelopen. Van de 120 gecontroleerde punten klopten er 83 volledig, waren er 9 gedeeltelijk fout en 3 helemaal fout. Er ontbraken 20 feiten en 5 punten waren niet te verifiëren. De echte fouten zaten in de interne cijfers: zo was een bedrag van 391.000 euro bij het Spaanse vastgoed eigenlijk een privé-opname uit Rijswijk, de VOF-winstverdeling stond onterecht als vaststaand 50/50, en de omzet van de salons ontbrak terwijl die wel beschikbaar was. Dit soort controles helpt ons om het dossier zo compleet en correct mogelijk te maken.
**Aansprakelijkheid per rechtsvorm:** Laten we even kijken naar de aansprakelijkheid van je bedrijven. Bij je eenmanszaak Haarvisie Rijswijk ben je met je privévermogen 100% aansprakelijk voor bedrijfsschulden. Simpel en direct. Bij de VOF Wateringen zijn jij én A. met jullie privévermogen 100% aansprakelijk voor de schulden, ook als de ander die heeft gemaakt. En hier komt de "stapeling": omdat Rijswijk en Wateringen aan hetzelfde privévermogen hangen, kan een probleem in de VOF indirect ook Rijswijk raken. Een BV, zoals Dani Jay, schermt je privévermogen juist af. Als bestuurder ben je dan in principe niet aansprakelijk voor bedrijfsschulden, tenzij je je taken niet goed uitvoert. Een BV heeft wel als extra plicht dat je een jaarrekening moet deponeren, in tegenstelling tot een eenmanszaak of VOF.
**Huwelijksgemeenschap en privévermogen – een diepere duik:** Dit is, zoals gezegd, cruciaal. Ben je vóór 2018 getrouwd zonder voorwaarden, dan zijn álle bezittingen en schulden van jullie beiden, inclusief je bedrijf. Vanaf 2018 is er een beperkte gemeenschap. Maar het belangrijkste is: huwelijkse voorwaarden, vastgelegd bij een notaris, kunnen ervoor zorgen dat je partner privé niet aansprakelijk is voor bedrijfsschulden. Zonder die voorwaarden en met een 50/50 VOF met A. is er geen buffer. Eén schuldeiser kan dan alles raken. We moeten echt achterhalen welk regime voor jullie geldt.
**Wat gebeurt er bij overlijden, scheiding of arbeidsongeschiktheid?** Bij een eenmanszaak valt je bedrijf bij overlijden in de nalatenschap. Bij de VOF regelt het vennootschapscontract wat er dan gebeurt. Een BV blijft bestaan, de aandelen vererven. Bij een scheiding hangt het sterk af van jullie huwelijksregime en moet je bedrijf gewaardeerd worden. Zonder duidelijke afspraken in het VOF-contract, liggen zaken zoals Wateringen stil als het privé misgaat, omdat jullie dan nog steeds zakelijk aan elkaar verbonden zijn. Bij arbeidsongeschiktheid heb je als eenmanszaak of VOF-vennoot geen inkomen of vangnet, tenzij je een verzekering hebt. Als DGA van een BV loopt je loon door zolang de BV kan betalen.
**Wat moet er in het VOF-contract staan?** Om veel van deze risico’s af te dekken, is een goed VOF-contract essentieel. Denk aan: 1. Wat iedereen inbrengt (geld, goederen, arbeid). 2. Een duidelijke winstverdeling. 3. Wie bevoegd is om beslissingen te nemen. 4. Afspraken over uittreden, inclusief waarderingsmethode en betaling. 5. Wat er gebeurt bij overlijden. 6. Regelingen voor arbeidsongeschiktheid. 7. Hoe je geschillen oplost, bijvoorbeeld via mediation. 8. Concurrentie- en relatiebedingen bij vertrek. 9. Afspraken over vakantie, ziekte en privé-opnames. Dit zijn echt de fundamentele afspraken die jullie moeten maken en vastleggen.
**Winstverdeling in een man-vrouwfirma en zakelijkheid:** Nogmaals terug naar die winstverdeling in de VOF. De Belastingdienst kijkt kritisch naar samenwerkingsverbanden tussen partners. Als jullie beiden ondernemer willen zijn, moeten jullie allebei voldoen aan het urencriterium van 1.225 uur per jaar. Als de werkzaamheden van één partner vooral ondersteunend zijn en de samenwerking ongebruikelijk, kan dat gevolgen hebben voor de ondernemersaftrek. Twee stylisten die samen een salon runnen is op zich gebruikelijk. Maar als één vennoot vooral administratie en inkoop doet, terwijl er 50/50 wordt verdeeld, kan dat als onzakelijk worden gezien. Het grootste probleem is echter de *inconsistentie* tussen alle documenten. We moeten de feitelijke situatie en urenregistratie goed onderbouwen en dan een winstverdeling vaststellen die vanaf nu consistent wordt doorgevoerd. De woensdag dat de salon dicht is, drukt overigens de uren, dus een goede registratie is daarbij extra belangrijk.
**Meewerkaftrek versus arbeidsbeloning (voor Rijswijk):** Dit speelt voor A. in je eenmanszaak. Hier is de keuze binair en streng. Ofwel A. werkt *zonder enige vergoeding* mee, en jij kunt, als je zelf aan het urencriterium voldoet en A. minimaal 525 uur meewerkt, de meewerkaftrek toepassen. Ofwel je betaalt A. een arbeidsbeloning van *minimaal 5.000 euro* per jaar. Dan is het voor jou aftrekbaar en voor A. belastbaar. Een bedrag tussen 0 en 5.000 euro is fiscaal de minst gunstige optie: het is voor jou niet aftrekbaar én kan de meewerkaftrek in de weg staan.
**UBO-registratie:** Voor sommige van je entiteiten is een UBO-registratie verplicht. Dit geldt voor de VOF en de BV’s, maar niet voor je eenmanszaak. In de VOF zijn zowel jij als A. UBO, omdat jullie beiden recht hebben op meer dan 25% van het vermogen. In Dani Jay BV ben jij 100% UBO. Voor Trend Brands BV, waar je precies 25% belang hebt, is het een scherp punt. De KvK zegt namelijk "méér dan 25%". Puur op basis van je aandelenbelang ben je daar waarschijnlijk geen UBO. Maar dit kan anders zijn door stemrecht, economisch belang of feitelijke zeggenschap. We moeten dit even navragen bij Trend Brands. Vergeet niet dat wijzigingen in UBO-gegevens binnen 7 dagen moeten worden doorgegeven.
**Jaarrekeningplicht BV:** Tot slot, voor je BV’s geldt een jaarrekeningplicht. Het bestuur moet de jaarrekening binnen 5 maanden na afloop van het boekjaar opmaken. Dit kan met maximaal 5 maanden worden uitgesteld onder bijzondere omstandigheden. Daarna moet het door de aandeelhouders worden vastgesteld, en vervolgens deponeren bij de KvK.
Zo, Jamal, dat was een hele mond vol, maar ik hoop dat het je een helder beeld geeft. Het komt erop neer dat je een solide basis hebt met je ondernemingen, maar er zijn belangrijke knoppen waar je aan kunt draaien om risico’s te minimaliseren en je positie te versterken. Vooral het op orde krijgen van die winstverdeling in de VOF, het vaststellen van jullie huwelijksgoederenregime, en het aanvullen van het VOF-contract zijn cruciale volgende stappen. Laten we hier snel over verder praten om actie te ondernemen. Bedankt voor het luisteren!
Dit dossier hoort bij de kennisbank van de digitale boekhouder (map
kennis/in financieel-advies). Verwijzingen naaranalyses/...en-CHECK.mdslaan op bestanden in die map; de -CHECK is het controlerapport van een tweede model.
Peildatum 8 september 2026. Bronnummers verwijzen naar hoofdstuk 8.
| Onderdeel | Vorm | Belang | Omzet en winst (interne cijfers) |
|---|---|---|---|
| Haarvisie Rijswijk | eenmanszaak | 100% | omzet 2025 € 371.081, 2026 verwacht ± € 449.000; winst 2026 ± € 99.000 |
| HV Wateringen | VOF met echtgenote A. | winstverdeling onduidelijk, zie hieronder | omzet 2025 € 281.886, 2026 verwacht ± € 270.000; winst 2026 ± € 47.000 (héle VOF), woensdag dicht |
| Dani Jay BV | BV | 100% | lening aan Jamal privé/zaak, stukken ontbreken |
| Trend Brands BV (KappersOnly) | BV | 25% | — |
| Vastgoed Spanje | privé | — | waarde niet vastgesteld; betalingen 2023-2025 ± € 419.000 |
Bron interne cijfers: analyses/winst-voorspeller-2026.md en
analyses/marge-per-medewerker-2025.md.
De winstverdeling van de VOF is niet vastgesteld. In de eigen stukken staan vier
verschillende verdelingen: de jaarrekening 2023 noemt 50/50, de aangiftes 2023 gebruikten
20/80, uit de kapitaalmutaties komt 10/90, en over 2025 is ± 90/10 ten gunste van A.
toegerekend (€ 52.997 van de € 58.886). De winst-voorspeller 2026 rekent met ± 20% voor
Jamal. Dit is het grootste controlerisico in het dossier; zie 1.5 en actie 3.
Onbekend: het huwelijksgoederenregime. Dat is de spil onder bijna alles hieronder.
Versie 2 (9-9-2026). Een tweede model heeft dit dossier onafhankelijk nagelopen en 120
controleerbare claims getoetst tegen bronnen die het zelf opende: 83 klopten, 9 waren
gedeeltelijk fout, 3 waren fout, 20 feiten ontbraken en 5 bleven onverifieerbaar. Alle drie
de echte fouten zaten in de interne cijfers, niet in de wetgeving: de € 391.000 bij "vastgoed
Spanje" was in werkelijkheid de privéopname uit Rijswijk 2025, de VOF-winstverdeling stond als
vaststaand "50/50" terwijl de eigen administratie vier verdelingen kent, en de omzet van beide
salons stond als onbekend terwijl die in de analysemap ligt — waardoor de benchmarkvergelijking
in 4.4 precies verkeerd om uitviel. Verder zijn negen punten uit hoofdstuk 7 alsnog ingevuld,
waaronder de box 1- en box 2-tarieven 2026, artikel 3.46 (geen KIA bij koop van je eigen BV),
de verwachte invoerdatum van de verplichte AOV en de CAO-loonsverhoging van 1 juli 2026. Het
KIA-hoofdstuk is bij de controle bevestigd: in gebruik nemen vóór 31-12 geeft de volle
aftrek. Het volledige controlerapport staat in rechtsvorm-risico-en-rendement-CHECK.md; alle
wijzigingen staan onderaan in het correctielogboek.
Letterlijk (bron 22): eenmanszaak — "Bij een eenmanszaak bent u 100% aansprakelijk met uw privévermogen voor de schulden van uw bedrijf."
VOF — "Bij een vof is elke vennoot 100% met het privévermogen aansprakelijk voor de schulden van de vof. Ook als een andere vennoot deze heeft gemaakt."
BV — "U bent als bestuurder niet aansprakelijk voor de schulden van het bedrijf of de organisatie. Er zijn wel uitzonderingen. Bijvoorbeeld als u uw taken niet goed uitvoert."
Volgorde van verhaal bij de VOF (bron 21): "Eerst kijkt u of u de schulden uit het vermogen van de vof zelf kunt betalen. Als dat niet genoeg is, hebben schuldeisers recht op het privévermogen van de vennoten."
| Eenmanszaak | VOF | BV | |
|---|---|---|---|
| Rechtspersoon | nee | nee | ja |
| Privévermogen aanspreekbaar | volledig | volledig, ook voor schulden van de ander | nee, behoudens bestuurdersaansprakelijkheid |
| Belasting over winst | inkomstenbelasting | inkomstenbelasting per vennoot | Vpb + box 2 |
| UBO-opgave | nee | ja | ja |
| Jaarrekening deponeren | nee | nee | ja |
De stapeling. Rijswijk en Wateringen zijn juridisch gescheiden, maar hangen aan hetzelfde privévermogen. Een klap in Wateringen raakt Rijswijk dus indirect, via privé. Dat is precies wat een BV wél afschermt.
Van KVK (bron 23): getrouwd vóór 2018 zonder voorwaarden — "Alle bezittingen en schulden zijn van jullie allebei. Ook je bedrijf." Getrouwd vanaf 2018 zonder voorwaarden: beperkte gemeenschap; een bedrijf van vóór het huwelijk blijft privé, maar er kan een vergoedingsrecht ontstaan. Huwelijkse voorwaarden zijn "afspraken over hoe jij en je partner bezittingen en schulden verdelen bij een scheiding."
Met huwelijkse voorwaarden kun je vastleggen dat je partner privé niet aansprakelijk is voor bedrijfsschulden (bron 22). Dat gaat via de notaris.
Waarom dit hier zwaar telt. Jamal en A. zijn 50/50 vennoot in dezelfde VOF. Zonder huwelijkse voorwaarden zit er geen buffer: beide vennoten hoofdelijk aansprakelijk, én beide privévermogens in dezelfde gemeenschap. Eén schuldeiser raakt dan alles. Niet vastgesteld: welk regime geldt. Zie actie 1.
| Gebeurtenis | Eenmanszaak | VOF | BV |
|---|---|---|---|
| Overlijden | valt in de nalatenschap | staat in het vennootschapscontract (voortzettings-/verblijvingsbeding) | aandelen vererven, BV blijft |
| Scheiding | hangt af van huwelijksregime, waardering nodig | idem, plus: je blijft samen vennoot tot het contract iets regelt | aandelen zijn vermogensbestanddeel |
| Arbeidsongeschiktheid | geen inkomen, geen vangnet | idem, per vennoot | DGA-loon loopt door zolang de BV kan betalen |
KVK (bron 23): "Bij een scheiding is het dus belangrijk dat je weet wat je bedrijf waard is."
Let op. Bij een man-vrouwfirma vallen scheiding en zakelijk conflict samen. Zonder uittredingsregeling ligt Wateringen stil op het moment dat het privé misgaat.
Ondernemersplein (bron 21): het contract regelt inbrengbedragen, winstdeling, bevoegdheden per vennoot, en wat gebeurt bij uittreding of overlijden. Uitgewerkte minimumlijst:
1. Inbreng per vennoot (geld, goederen, arbeid, goodwill) — wat is van wie.
2. Winstverdeling (nu 50/50) — zie 1.5.
3. Bevoegdheden: wie tekent zelfstandig tot welk bedrag.
4. Uittreden: opzegtermijn, waarderingsmethode, betaling in termijnen.
5. Overlijden: voortzettings- of verblijvingsbeding, overnamesom.
6. Arbeidsongeschiktheid: wie doet het werk, blijft de winstverdeling gelijk, hoe lang.
7. Geschillen: mediation of arbitrage vóór de rechter.
8. Concurrentie- en relatiebeding bij uittreden.
9. Vakantie, ziekte, privé-opnames uit de kas.
Let op: punten 1-5 volgen uit de KvK-tekst; 6-9 zijn logische aanvullingen. Een officieel modelcontract heb ik niet gevonden.
Belastingdienst (bron 15): "Als u en uw partner beiden voldoen aan de eisen voor het ondernemerschap, is ieder van u ondernemer voor de inkomstenbelasting." Er bestaat een ongebruikelijk samenwerkingsverband — partners werken samen op een manier die tussen niet-partners niet zou voorkomen; het voorbeeld is "een vof tussen een tandarts en een tandartsassistent." Gevolg: "tellen ondersteunende werkzaamheden niet mee voor het urencriterium." De vennoot die het urencriterium niet haalt krijgt geen ondernemersaftrek. Het urencriterium is 1.225 uur per kalenderjaar per persoon.
De wettekst is preciezer dan de samenvatting van de Belastingdienst. Artikel 3.6, tweede lid, onderdeel a, laat uren pas vervallen als aan twee voorwaarden tegelijk is voldaan: de werkzaamheden zijn "hoofdzakelijk van ondersteunende aard" én "het is ongebruikelijk dat een dergelijk samenwerkingsverband tussen niet-verbonden personen wordt aangegaan". Eén van de twee is niet genoeg. Dat is in Jamals voordeel.
Twee stylisten die samen een salon runnen is gebruikelijk. Een 50/50-verdeling terwijl één vennoot vooral administratie en inkoop doet, kan wél als ongebruikelijk worden gezien. Te onderbouwen in het dossier: wat doet A. feitelijk en hoeveel uur, welke verdeling is zakelijk (inbreng, uren, risico), en een urenregistratie per vennoot.
De echte vraag is hier omgekeerd. In de eigen stukken staan vier verschillende winstverdelingen naast elkaar: jaarrekening 2023 50/50, aangiftes 2023 20/80, kapitaalmutaties 10/90, toerekening 2025 ± 90/10 (€ 52.997 van de € 58.886 naar A.), prognose 2026 ± 20% voor Jamal. Het risico is dus niet in de eerste plaats dat 50/50 onzakelijk zou zijn, maar dat akte, jaarrekening, kapitaalrekeningen en aangifte niet hetzelfde zeggen. Dat is het eerste wat een controleur ziet. Met terugwerkende kracht wijzigen mag niet; vaststellen wat er feitelijk geldt en dat vanaf nu consistent doorvoeren wél.
Let op — woensdag dicht. Dat drukt de uren. Bij een 4-daagse week is 1.225 uur haalbaar, maar zonder registratie verlies je die discussie.
Speelt bij Rijswijk, niet bij de VOF (daar is A. mede-ondernemer). Tabel Belastingdienst (bron 16):
| Meegewerkte uren | Aftrek |
|---|---|
| minder dan 525 | geen |
| 525 – 875 | 1,25% van de winst |
| 875 – 1.225 | 2% van de winst |
| 1.225 – 1.750 | 3% van de winst |
| 1.750 of meer | 4% van de winst |
Voorwaarden, letterlijk: "U bent ondernemer. U voldoet aan het urencriterium. Uw fiscale partner werkt zonder vergoeding in uw onderneming, of de vergoeding die u hiervoor betaalt is minder dan € 5.000. Uw fiscale partner werkt 525 uur of meer in uw onderneming."
En: "Betaalt u uw partner een vergoeding die lager is dan € 5.000? Dan is deze vergoeding voor u niet aftrekbaar." / "Een arbeidsbeloning van minder dan € 5.000 is voor uw fiscale partner geen inkomen."
De keuze is binair, en strenger dan de Belastingdienst-samenvatting suggereert. Artikel 3.78, eerste lid, eist voor de meewerkaftrek dat de partner "zonder enige vergoeding arbeid verricht"; artikel 3.16, vierde lid, maakt een vergoeding onder € 5.000 niet-aftrekbaar. Een bedrag ertussenin — zeg € 2.000 — is dus de slechtste van drie opties: niet aftrekbaar én op gespannen voet met de meewerkaftrek. Kies dus: géén vergoeding → meewerkaftrek, of ≥ € 5.000 → arbeidsbeloning, aftrekbaar bij Jamal, belast bij A. KVK (bron 24) noemt vijf routes: meewerkaftrek, arbeidsbeloning, dienstverband, VOF, BV.
KVK (bron 28). Wél opgave: bv, nv, stichting, cv, vof, maatschap, coöperatie, vereniging. Géén opgave: "eenmanszaken", beursgenoteerde bv's/nv's, vve's, rechtspersonen in oprichting.
UBO bij een bv (bron 29): "Mensen die voor meer dan 25% aandeelhouder zijn", of "meer dan 25% stemrecht", of "meer dan 25% economisch belang", of feitelijke zeggenschap.
UBO bij een vof (bron 30): "Mensen die recht hebben op meer dan 25% van het vermogen". KvK-voorbeeld: twee vennoten met 50/50 winst zijn allebei UBO.
Termijn (bron 27): "Wijzigingen in UBO-gegevens moet je binnen 7 dagen nadat ze geldig geworden zijn doorgeven". Openbaarheid: "De gegevens van UBO's in het UBO-register zijn niet openbaar."
| Entiteit | UBO-plicht | Wie |
|---|---|---|
| Rijswijk (eenmanszaak) | nee | — |
| HV Wateringen (VOF) | ja | Jamal én A., beiden 50% |
| Dani Jay BV | ja | Jamal, 100% |
| Trend Brands BV | ja, door die BV | zie hieronder |
Scherp punt: 25% is niet méér dan 25%. De KvK-teksten zeggen overal "meer dan 25%". Het KvK-voorbeeld bij een cv met vier vennoten van elk 25%: "De vier vennoten zijn in dit voorbeeld geen UBO, want zij hebben elk 25%, dus niet mé[er]".
Jamal heeft precies 25% in Trend Brands. Op basis van alleen dat aandelenbelang is hij daar waarschijnlijk geen UBO. Let op: stemrecht, economisch belang of feitelijke zeggenschap kunnen dat omdraaien, en als niemand boven 25% uitkomt worden bestuurders als pseudo-UBO ingeschreven. Opvragen bij Trend Brands, niet aannemen.
KvK-plichten VOF. De VOF schrijft zich in met bedrijfsnaam, activiteiten en namen van de vennoten, plus de UBO's (bron 21). Elke vennoot betaalt inkomstenbelasting over zijn winstdeel; de VOF draagt de btw af. Niet gevonden: de wettelijke termijn voor gewone Handelsregister-wijzigingen (voor UBO is het wél hard: 7 dagen).
KVK (bron 25):
| Stap | Termijn |
|---|---|
| Bestuur maakt op | binnen 5 maanden na einde boekjaar |
| Uitstel opmaken (bijzondere omstandigheden) | maximaal 5 maanden extra |
| Aandeelhouders stellen vast | 2 maanden |
| Deponeren na vaststelling | "binnen acht dagen" |
| Uiterste datum bij boekjaar = kalenderjaar | 8 augustus |
| Idem, mét maximaal uitstel (5 + 5 + 2 maanden) | 31 december |
| Alle aandeelhouders óók bestuurder | 10 maanden + 8 dagen → 8 november |
| Absolute grens | 12 maanden na einde boekjaar |
Te laat is "strafbaar": boete of vervolging door het OM. En: "Je kunt persoonlijk aansprakelijk gesteld worden als je niet op tijd deponeert en je bedrijf gaat failliet." Niet gevonden: het exacte boetebedrag.
Bedrijfsklassen (bron 26), maatstaf minstens 2 van de 3 criteria, 2 jaar achter elkaar:
| Klasse | Balanstotaal | Netto-omzet | Werknemers |
|---|---|---|---|
| Micro | < € 450.000 | < € 900.000 | < 10 |
| Klein | € 450.000 – € 7,5 mln | € 900.000 – € 15 mln | 10 – 50 |
| Middelgroot | € 7,5 – € 25 mln | € 15 – € 50 mln | 50 – 250 |
Loopt de vaststelling vast, dan is er nog een uitweg (bron 25): "Is de jaarrekening niet op tijd vastgesteld? Dan deponeer je de opgemaakte nog niet-vastgestelde jaarrekening."
Dani Jay BV valt vrijwel zeker in micro: de lichtste vorm, alleen een beknopte balans, te deponeren via SBR (Zelf Deponeren Jaarrekening kan voor micro en klein niet). Dit is de goedkoopste opendeur in het dossier: micro-deponeren kost bijna niets, de sanctie op nalaten is bestuurdersaansprakelijkheid.
Belastingdienst (bron 14): "Leent de bv geld uit aan de aandeelhouder ... Dan moet de lening voldoen aan zakelijke voorwaarden."
Niet gevonden op een officiële pagina: een uitgewerkte checklist met eisen aan rente, zekerheden en aflossingsschema, of een uitleg van de onzakelijke lening. Dat begrip komt uit de rechtspraak; ik kon het niet citeren. Wat je hoe dan ook wilt: schriftelijke overeenkomst met bedrag, rente, looptijd, aflossingsschema en zekerheden. Zonder papier is er niets te verdedigen.
Wet excessief lenen (bron 13), letterlijk: "Leent u, of lenen u en uw fiscale partner meer dan € 500.000 (2023: € 700.000) van uw bv? Dan wordt het meerdere belast als inkomsten uit aanmerkelijk belang (box 2)."
| Kenmerk | Waarde |
|---|---|
| Grens | € 500.000 |
| Peildatum | 31 december |
| Heffing over het meerdere | box 2 |
| Meetellen | Jamal én fiscale partner én "verbonden personen" = "bloed- of aanverwanten in de rechte lijn", zoals kinderen |
| Uitzondering | eigenwoningschuld telt alleen mee bij hypotheekrecht aan de BV, tenzij die schuld al bestond op 31-12-2022 |
Drie dingen die direct opvallen: zoon Dani (15) telt mee; A. telt mee (de grens is gezamenlijk, niet per persoon); en de peildatum is één moment, dus aflossen vóór 31 december werkt.
Twee dingen die je makkelijk over het hoofd ziet (bron 13). Ten eerste is de drempel niet elk jaar hetzelfde: "Leent u in een jaar meer dan de drempel? Dan wordt het meerdere het jaar erna opgeteld bij de drempel voor dat jaar." en "Lost u een deel van de lening af? Dan daalt de drempel met dat bedrag, tot minimaal € 500.000." Ten tweede mag je niet salderen: "Alleen uw schulden tellen mee. We houden geen rekening met eventuele vorderingen die u hebt op uw bv." Bij een rekening-courant die beide kanten op loopt, telt dus alleen de schuldkant.
Artikel 13 Wet Vpb 1969, letterlijk (bron 8): "1 Bij het bepalen van de winst blijven buiten aanmerking de voordelen uit hoofde van een deelneming, alsmede de kosten ter zake van de verwerving of de vervreemding van die deelneming (deelnemingsvrijstelling). 2 Van een deelneming is sprake indien de belastingplichtige: a. voor ten minste 5% van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder is van een vennootschap ..."
Toegepast: wordt de 25% Trend Brands via Dani Jay BV gehouden, dan is dat een deelneming (25% ≥ 5%) en is dividend naar Dani Jay onbelast, net als verkoopwinst. Wordt het privé gehouden, dan is het box 2 en gewoon belast. Niet vastgesteld welke van de twee. Zie actie 9.
Vpb 2026 (bron 19): 19,0% tot € 200.000, 25,8% daarboven. "Het vennootschapsbelastingtarief is in 2026 niet gewijzigd".
Gebruikelijk loon DGA (bron 20 en artikel 12a Wet LB 1964, bron 63): het hoogste van drie maatstaven — het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, het hoogste loon van de werknemers, of "€ 58.000". De Belastingdienst noemt daarbij € 56.000 voor 2024 en 2025.
De uitzondering staat in de wet zelf (art. 12a, vierde lid): "Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien het bij toepassing van het eerste tot en met derde lid vast te stellen loon voor de arbeid in het lichaam ... in het kalenderjaar niet hoger is dan € 5.000." Bij een BV zonder noemenswaardige activiteit — en dat lijkt Dani Jay BV — is er dus geen gebruikelijk-loonverplichting zolang het passende loon onder € 5.000 blijft.
Box 2-tarieven 2026, artikel 2.12 Wet IB 2001 (bron 64): 24,5% tot € 68.843, daarboven € 16.866 plus 31%. Dat is het tarief waartegen dividend uit een privé gehouden Trend Brands-belang wordt belast — het alternatief voor de deelnemingsvrijstelling hierboven.
Nu, september 2026: er is géén wettelijke AOV-plicht voor zelfstandigen. De Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (wetsvoorstel 36912) is ingediend op 24 maart 2026 en op 8 september 2026 nog niet aangenomen; de commissie staat "In afwachting nota nav verslag" (bron 48).
Uit het voorstel (bron 46/47, met asterisk — bedragen kunnen wijzigen): "De bruto premie bedraagt 5,4% van de winst." met "een maximum kent van € 171 per maand"; uitkering "70% van het inkomen ... tot maximaal 100% van het minimumloon"; "geldt een wachttijd van 2 jaar"; opt-out "niet nodig voor zelfstandigen die al een (private) verzekering hebben of directeur-grootaandeelhouders" — met dien verstande dat een bestaande private polis niet automatisch vrijwaart: "Die verzekering moet dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen."
Verwachte invoering: 2030. KVK schrijft op 21 mei 2026 (bron 65): "Ondernemers hoeven tot 2030 nog geen verplichte verzekering te hebben tegen arbeidsongeschiktheid. Dat verwacht de minister van Werk en Participatie." Rijksoverheid houdt het vager: "Na behandeling in de Tweede en Eerste Kamer duurt het ten minste enkele jaren voordat de verzekering beschikbaar is". Het is dus een verwachting, geen wet — maar wel een planningsanker.
Geldt de BAZ voor VOF-vennoten? Ja. Rijksoverheid (bron 46): "De verzekering is verplicht voor alle zelfstandige ondernemers die winst uit de onderneming hebben (IB-ondernemers)." Een vennoot in een VOF is IB-ondernemer. Let op de keerzijde, op dezelfde pagina: "levenspartners die meewerken in de onderneming van hun partner" vallen er níet onder. Wordt A. fiscaal als meewerkende partner behandeld in plaats van als vennoot, dan valt zij dus buiten de BAZ. Nog een reden om de VOF-positie hard te maken.
Het handelingsmoment is de peildatum. KVK (bron 65): "Alleen als je vóór de peildatum een eigen AOV hebt afgesloten, kun je gebruikmaken van overgangsregeling. Het is nog niet duidelijk wanneer de overheid de peildatum bekendmaakt." Onder dat overgangsrecht moet de eigen polis voldoen aan drie eisen — eindleeftijd niet lager dan 55 jaar, wachttijd maximaal 2 jaar, geen beperkte uitkeringstermijn — maar geldt de zwaardere opt-out-eis "de premie minimaal even hoog" als de verplichte AOV niet. Wie ná de peildatum instapt, zit wel aan die premie-eis vast. Nu een AOV regelen is dus meer dan prijsvergelijken: het kan een blijvend gunstiger regime vastleggen.
Broodfonds.nl (bron 49), letterlijk: "Het Broodfonds is zeker geen verzekering." · "Je krijgt maximaal twee jaar aaneengesloten schenkingen per ziekte." · inleg € 37,50 → € 750 per maand, oplopend tot € 125 → € 2.500 (maximum) · minimaal 20 deelnemers, "Het maximum is vijftig deelnemers." · "Als je schenkingen uit je Broodfonds ontvangt, betaal je daar geen inkomstenbelasting over".
Een broodfonds vervangt de BAZ niet. Rijksoverheid (bron 46), letterlijk: "Zelfstandigen die zijn aangesloten bij een schenkkring zijn nog steeds verplicht de basisverzekering arbeidsongeschiktheid af te sluiten. Wel kan een bijvoorbeeld een schenkkring helpen de wachttijd van 2 jaar te overbruggen." Alleen een eigen AOV die aan de voorwaarden voldoet geeft een opt-out.
Het broodfonds keert maximaal 2 jaar uit, de BAZ heeft 2 jaar wachttijd: als aanvulling sluiten die precies aan. Maar € 2.500 per maand is laag bij een winst van ± € 99.000 plus VOF-aandeel. Een echte AOV is voor dit niveau de serieuze optie.
Let op de fiscale staart: het saldo op de Broodfondsrekening telt mee als eigen vermogen in box 3 (bron 49).
Ondernemersplein (bron 33): "Als uw werknemer ziek is, betaalt u maximaal 2 jaar het loon door". Jaar 1: "minimaal 70% van het brutoloon" plus aanvullen tot het minimumloon. Jaar 2: "ook minimaal 70%", maar "Is dit bedrag minder dan het minimumloon? Dan hoeft u dit bedrag niet aan te vullen".
Verzuimverzekering (bron 34): "Een verzuimverzekering is niet verplicht." Dekt de 2 jaar loondoorbetaling, verzuimbegeleiding, re-integratie en "de sociale premies en pensioenlasten van de zieke werknemer." Niet gedekt: al zieke medewerkers, dga's, en "iemand die geen werknemer van uw bedrijf is, bijvoorbeeld uw partner of een zzp'er."
Drie dingen die op dezelfde pagina's staan en het beeld scherper maken (bronnen 33 en 34). Eén: in jaar 2 hoeft Jamal niet aan te vullen, maar "uw medewerker kan een toeslag aanvragen bij UWV". Twee: de 70% geldt over het héle loon — "Ook bijvoorbeeld een 13e maand, overwerkuren of persoonlijke toelagen." Drie, het enige harde bedrag in dit hoofdstuk: "Eén dag verzuim kost zeker € 250."
Bij een AOW-gerechtigde werknemer geldt geen twee jaar maar maximaal 6 weken loondoorbetaling.
Bij 3 FTE is dit hét risico: één langdurig zieke stylist is een derde van de capaciteit weg terwijl 70% van het loon 2 jaar doorloopt. Kosten door, omzet weg. Bij € 250 per verzuimdag kost één jaar uitval al gauw meer dan € 60.000 aan directe loonkosten.
| Verplichting | Kern (letterlijk) | Bron |
|---|---|---|
| Werknemersverzekeringen | "De volgende 4 werknemersverzekeringen zijn voor iedere werknemer verplicht: WW, WIA, ZW, WAO" | 36 |
| Volksverzekeringen | AOW, Anw, Wlz — ingehouden op het loon | 36 |
| Whk | "u mag 50% van de premie Werkhervattingskas (Whk) inhouden" | 36 |
| RI&E | verplicht zodra je personeel hebt, ook stagiairs/uitzendkrachten; "In artikel 5 van de Arbowet staat een aantal algemene verplichtingen" | 37, 50 |
| Plan van aanpak | "U moet het plan van aanpak (PvA) uitvoeren en regelmatig beoordelen." | 37 |
| Basiscontract arbo | "Iedere werkgever moet beschikken over een basiscontract met een arbodienst of bedrijfsarts." | 51 |
| Pensioenfonds Kappers | verplichtgesteld voor "kapperszaken waar je hoofdhaar of baardhaar knipt, scheert of op een andere manier behandelt" | 53 |
| Sociaal Fonds Kappers | "Als je bedrijf onder de verplichtstelling valt, betaal je in de meeste gevallen ook premie aan De Stichting Sociaal Fonds voor Opleiding en Ontwikkeling in het Kappersbedrijf" | 53 |
| CAO Kappersbedrijf | avv op 24 november 2025, van kracht vanaf 25 november 2025, looptijd 1-7-2025 t/m 31-12-2026 | 54 |
RI&E-toetsing — mogelijk winst, maar de twee voorwaarden zijn cumulatief. Het schema op rie.nl (bron 52) loopt zo: heb je maximaal 25 medewerkers in dienst? En maak je je RI&E met een erkend branche-instrument? "Dan hoef je je RI&E niet te laten toetsen." Zo niet: "Je moet je RI&E laten toetsen door een gecertificeerde arbodienst of arbokerndeskundige." Met 3 FTE zit Jamal ruim onder de grens van 25, maar dat alleen is niet genoeg. Of er een erkend branche-RI&E voor kapsalons bestaat is nog steeds niet geverifieerd — en dát is hier de beslissende vraag, niet de omvang. (De lichtste route, de Checklist Gezondheidsrisico's zonder toetsing, geldt alleen bij maximaal 40 uur personeel per week; daar zit Rijswijk ruim boven.)
CAO-punten die geld kosten (bron 54): "4% verhoging van de cao-lonen voor alle werknemers per 1 november 2025" · "1,5% loonsverhoging voor alle werknemers van 21 jaar en ouder per 1 juli 2026" · reiskosten "van € 0,22 naar € 0,23 per kilometer" per 1 juli 2025 · nieuw loongebouw per 1 november 2025 · afschaffing van de BOL-korting per 1 juli 2025. De CAO is algemeen verbindend, dus geldt ook zonder ANKO-lidmaatschap. Die 1,5% van 1 juli 2026 is een lopende kostenpost in dit jaar en hoort in elke prognose voor 2026.
Tweede ziektejaar: er is iets op komst. De CAO vult bij ziekte niet aan boven 70%, maar sociale partners hebben een studieafspraak gemaakt (bron 54): "We hebben samen geconstateerd dat het niet wenselijk is dat zieke medewerkers in hun tweede ziektejaar minder dan het minimumloon ontvangen. We willen dit gaan oplossen via een collectieve regeling, zodat de extra kosten niet bij de ondernemer terechtkomen ... zodat we dit vanaf 1 januari 2026 kunnen invoeren." Of die regeling er per 1-1-2026 daadwerkelijk is gekomen, staat niet op de geopende pagina. Navragen bij ANKO of het Brancheplatform.
Nog een knop: je kunt eigenrisicodrager worden voor de Ziektewet of de WGA; dan betaal je lagere premies maar keer je zelf uit (bron 36).
Niet gevonden: premiepercentages werkgeverslasten (Aof, AWf, Whk, Zvw) — de vindplaats is wel bekend, hoofdstuk 7.1 van het Handboek Loonheffingen (bron 36) — de pensioenpremie kappers (pagina is JS-gerenderd, niet leesbaar), en het boetebedrag van de Arbeidsinspectie.
Ondernemersplein (bron 35) noemt: bedrijfsaansprakelijkheid (AVB), beroepsaansprakelijkheid, rechtsbijstand, bedrijfsschade, verzuim, arbeidsongeschiktheid, bestuurders- en overlijdensrisico, en voor spullen opstal, goederen, inventaris, krediet en transport. Cyberverzekering: niet gevonden op die pagina.
Let op: alleen van de verzuimverzekering staat er letterlijk dat hij niet verplicht is. Voor AVB, rechtsbijstand, inventaris en bedrijfsschade staat dat nergens — ze staan alleen in een opsomming.
Voor een salon het meest relevant: AVB (chemische beschadiging, brandwond — zonder BV direct privévermogen), bedrijfsschade (dekt omzetverlies, niet alleen de spullen) en rechtsbijstand (arbeidsconflicten zijn bij 3 FTE de waarschijnlijkste claim).
Indicatieve premies: niet gevonden. Geen enkele geopende bron noemt premiebedragen. Wel een rekenanker aan de schadekant (bron 34): "Eén dag verzuim kost zeker € 250."
Belastingdienst (bron 11) én artikel 3.41, tweede lid, Wet IB 2001 (bron 3) geven dezelfde tabel:
| Investeringsbedrag in een kalenderjaar | Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek |
|---|---|
| niet meer dan € 2.900 | 0% |
| € 2.901 t/m € 71.683 | 28% van het investeringsbedrag |
| € 71.684 t/m € 132.746 | € 20.072 (vast) |
| € 132.747 t/m € 398.236 | € 20.072 min 7,56% van het deel boven € 132.746 |
| meer dan € 398.236 | 0% |
De zoete zone is € 2.901 – € 71.683: daar is het 28%. Daarboven loopt het bedrag niet meer op; boven € 132.746 daalt het.
| Investering | KIA | Effectief |
|---|---|---|
| € 40.000 | € 11.200 | 28% |
| € 71.683 | € 20.071 | 28% |
| € 132.746 | € 20.072 | 15,1% |
Let op: dit is aftrek van de winst, geen teruggaaf. Zelfstandigenaftrek 2026 € 1.200, startersaftrek € 2.123 (bron 17 en art. 3.76 Wet IB 2001), mkb-winstvrijstelling 2026 "12,7% van de winst, nadat u deze hebt verminderd met de ondernemersaftrek" (bron 18 en art. 3.79a).
Wat de KIA netto waard is. Box 1 2026, artikel 2.10 Wet IB 2001 (bron 64):
| Belastbaar inkomen uit werk en woning | Tarief |
|---|---|
| tot € 38.883 | 8,10% |
| € 38.883 t/m € 78.426 | € 3.149 + 37,56% |
| meer dan € 78.426 | € 18.001 + 49,50% |
Daarbovenop kent lid 2 een tariefsaanpassing van 11,94% over grondslagverminderende posten boven € 78.426. Die rem raakt de KIA niet: lid 3 somt de posten limitatief op — ondernemersaftrek, mkb-winstvrijstelling, tbs-vrijstelling, aftrekbare eigenwoningkosten en persoonsgebonden aftrek — en de investeringsaftrek staat er niet bij. Bij een winst rond € 108.000 zit Jamal in de 49,5%-schijf; na de mkb-winstvrijstelling is elke euro KIA daar grofweg € 0,50 minder belasting waard. € 20.072 volle KIA is dus in de orde van € 10.000 cash.
Wat is investeren? Art. 3.43 lid 1 (bron 4): "Onder investeren wordt verstaan het aangaan van verplichtingen ter zake van de aanschaffing of de verbetering van een bedrijfsmiddel ... voorzover die verplichtingen en kosten op de belastingplichtige drukken." De Belastingdienst (bron 12) noemt als voorbeeld "(schriftelijke) acceptatie van een geldige offerte" of "mondelinge aanvaarding, zonder voorbehoud, van een aanbod tot koop". Dus: de verplichting aangaan is het moment, niet de levering.
De valstrik. Art. 3.44 lid 1 (bron 5), letterlijk: "Indien bij het einde van het kalenderjaar het bedrijfsmiddel nog niet in gebruik is genomen en de investeringsaftrek zou uitgaan boven wat bij het einde van dat kalenderjaar ter zake van de investering is betaald, wordt ... een bedrag gelijk aan de betaling in aanmerking genomen en wordt het meerdere in aanmerking genomen in de volgende kalenderjaren ... maar niet later dan in het kalenderjaar waarin het bedrijfsmiddel in gebruik wordt genomen."
In gewone taal, en dit is de kern voor Q4: in gebruik genomen vóór 31-12 → volledige KIA in 2026, ook bij late betaling. Niet in gebruik → KIA beperkt tot het op 31-12 betaalde bedrag, de rest schuift door.
Uitgesloten. Art. 3.45 lid 2 (bron 6): "Voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek behoren tot de bedrijfsmiddelen mede niet: a. bedrijfsmiddelen die zijn bestemd om ... hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan derden en b. bedrijfsmiddelen waarvan het investeringsbedrag minder bedraagt dan € 450."
Twee harde grenzen: € 450 per bedrijfsmiddel (een schaar van € 200 telt niet; vijf stoelen van € 900 tellen elk apart wél), en verhuur aan derden telt niet — relevant, want 5% van de kappersbedrijven verhuurt stoelen (bron 55).
Verder uitgesloten (lid 1): grond en de ondergrond van gebouwen, woonhuizen en woonschepen, personenauto's, vaartuigen, effecten, vorderingen, goodwill, vergunningen en dieren.
Uitgesloten verplichtingen — de val die je in Q4 wilt vermijden. Art. 3.45 gaat over wát je koopt; art. 3.46 lid 1 gaat over van wie, en sluit uit: "a. de belastingplichtige en personen die tot zijn huishouden behoren; b. bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of personen die behoren tot hun huishouden; c. gerechtigden tot een nalatenschap waartoe het bedrijfsmiddel behoort of d. degene die voor ten minste een derde gedeelte belang heeft in een lichaam en dat lichaam." Concreet:
| Van wie koop je? | Belang | KIA? |
|---|---|---|
| Dani Jay BV | 100% | Nee — ruim boven een derde, art. 3.46 lid 1 d |
| Trend Brands BV | 25% | Ja — 25% is minder dan een derde (33,3%) |
| A. of zoon Dani | — | Nee — art. 3.46 lid 1 a en b |
Groeit het belang in Trend Brands ooit naar 33,3% of meer, dan vervalt de KIA op inkoop daar ook.
Wel toegestaan: tweedehands. De Belastingdienst (bron 12): "Voor toepassing van de EIA en de MIA/VAMIL moet u investeren in nieuwe bedrijfsmiddelen. 'Nieuw' betekent in dit verband: niet eerder gebruikt. Tweedehands bedrijfsmiddelen komen dus niet in aanmerking. Voor de KIA hoeft een bedrijfsmiddel niet nieuw te zijn." Gebruikte salonstoelen boven € 450 geven dus gewoon 28%.
Terugname. Art. 3.47 (bron 7): verkoop binnen 5 jaar na het begin van het investeringsjaar voor meer dan € 2.900 geeft een desinvesteringsbijtelling van "een gelijk percentage als ter zake van de investering ... in aanmerking is genomen". Ongedaan gemaakt is ook: "het niet betaald zijn binnen twaalf maanden ... van ten minste 25% van het investeringsbedrag" (tenzij binnen die periode in gebruik genomen) en "het niet in gebruik genomen zijn ... binnen drie jaar na het begin van het kalenderjaar waarin de investering is gedaan."
Per onderneming. Art. 3.41 lid 1: "een per onderneming ... berekende kleinschaligheidsinvesteringsaftrek". Rijswijk en Wateringen hebben dus elk een eigen schijf. Maar lid 3: binnen een samenwerkingsverband worden investeringen samengeteld en naar rato toegerekend — voor de VOF dus één gezamenlijke schijf.
| Regeling | Aftrek | Aanmelden | Budget 2026 |
|---|---|---|---|
| EIA (bron 39) | "trekt u 40% van deze investering af van uw winst" | binnen 3 maanden na de besteldatum | € 460.000.000 |
| MIA (bron 40) | "een investeringsaftrek die kan oplopen tot 45%" | "binnen 3 maanden nadat u de koopovereenkomst heeft getekend of de bestelling heeft geplaatst" | € 135.000.000 |
| Vamil (bron 40) | "schrijft u tot 75% van de investeringskosten sneller af" | idem | € 20.000.000 |
Ondergrens EIA/MIA: art. 3.45 lid 4 onderdeel b (bron 6) — bedrijfsmiddelen "waarvan het investeringsbedrag minder bedraagt dan € 2.500" tellen niet mee.
Wijzigingen 2026 (bron 40): alleen warmtepompboilers en lucht/water-warmtepompen met halogeenvrije koudemiddelen kwalificeren nog, met een maximum investeringsbedrag per type. Zonnepanelen kwalificeren alleen voor Vamil onder code C 1250.
MIA-percentages (art. 3.42a lid 3): categorie I 45%, categorie II 36%, categorie III 27% — "tot 45%" is dus het maximum, niet de regel.
LED-verlichting: niet gevonden op een geopende RVO-pagina. Opzoeken in de Energielijst 2026 vóór je bestelt.
De 3-maandentermijn is fataal: melden gaat bij RVO, niet bij de aangifte, en telt vanaf de besteldatum — RVO: "ga hierbij niet uit van de offerte-, installatie-, factuur- of betaaldatum". Voor voortbrengingskosten geldt een andere termijn: binnen 3 maanden na het kwartaal waarin je die kosten maakte.
Stapelen: nu wel uit een bron. EIA en MIA sluiten elkaar uit per investering — art. 3.42a lid 6: "Voorzover met betrekking tot een investering bij de aangifte wordt gekozen voor energie-investeringsaftrek, blijft toepassing van de milieu-investeringsaftrek achterwege." Voor de KIA bestaat zo'n uitsluiting niet; art. 3.40 noemt de drie vormen naast elkaar en RVO schrijft bij de MIA: "Die aftrek komt bovenop uw gebruikelijke investeringsaftrek." KIA naast EIA of MIA mag dus; EIA naast MIA niet.
Art. 3.30 lid 2 Wet IB 2001 (bron 1), letterlijk: "... bedraagt op jaarbasis met betrekking tot goodwill ten hoogste 10% en met betrekking tot andere bedrijfsmiddelen ten hoogste 20% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten van het bedrijfsmiddel."
| Soort | Max. per jaar | Dus minimaal |
|---|---|---|
| Inventaris, apparatuur, verbouwing | 20% | 5 jaar |
| Goodwill | 10% | 10 jaar |
Kleine spullen gaan ineens (lid 4 — dat is een voorschrift, geen keuze): "De werkelijke aanschaffings- of voortbrengingskosten van voorwerpen van geringe waarde, waarvan de aanschaffings- of voortbrengingskosten gewoonlijk tot de lopende uitgaven van een onderneming worden gerekend, worden in het kalenderjaar van aanschaffing of voortbrenging ineens afgeschreven."
Gebouwen, art. 3.30a (bron 2): "Afschrijving op een gebouw ... is slechts mogelijk indien de boekwaarde van het gebouw hoger is dan de bodemwaarde", en lid 3: "De bodemwaarde van een gebouw is: de WOZ-waarde van het gebouw." Lid 2 geeft de opening: "Werktuigen die van een gebouw kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht ... worden als een afzonderlijk bedrijfsmiddel beschouwd."
Praktisch: wasunits, spiegelwanden en losse meubels zijn inventaris (20% per jaar, tellen mee voor de KIA); vaste bouwkundige aanpassingen lopen mee in het gebouw en botsen tegen de bodemwaarde. Splits de offerte in bouwkundig en inventaris. Pure winst.
Ondernemersplein (bron 31): "Er is geen standaard antwoord op deze vraag."
| Huren | Kopen | |
|---|---|---|
| Flexibiliteit | "U bent flexibeler." | "U bepaalt zelf hoelang u in uw pand blijft." |
| Onderhoud | "Grote onderhoudskosten zijn meestal niet voor uw rekening" | "U draagt de kosten voor klein én groot onderhoud." |
| Vermogen | "U profiteert niet van een mogelijke waardestijging" | "U bouwt meer vermogen op bij waardestijging" |
| Liquiditeit | "Huren heeft minder invloed op uw financiële middelen." | "In een pand zit eigen geld. Dit kunt u niet voor andere zaken gebruiken." |
| Verbouwen | toestemming verhuurder nodig | "U heeft meestal de vrijheid om met uw pand te doen wat u wilt." |
Huurbescherming: "U heeft bijvoorbeeld alleen recht op huurbescherming als u een middenstandsbedrijfsruimte huurt." Let op: of een kapsalon daaronder valt (art. 7:290 BW) is niet uit een bron te bevestigen.
Voor Jamal: er is de afgelopen jaren fors geld naar vastgoed in Spanje gegaan — de betalingen 2023-2025 via de zakelijke rekening tellen op tot ± € 419.000 (Rodrigo Homes € 184.800, Cajamar € 122.094, Martinez-Abarca solicitors € 108.275, plus twee kleinere posten; bron analyses/leveranciers-overzicht-rijswijk-2023-2025.md). Dat is een uitgavenstroom, geen waardering — de actuele waarde van het pand is niet vastgesteld. Hoe dan ook: nog meer vermogen in stenen concentreert het risico. Huren houdt het geld beschikbaar voor de salon, waar het rendement per euro hoger ligt.
Ondernemersplein (bron 32). Operational lease: "gebruikt u het bedrijfsmiddel, maar blijft de leasemaatschappij eigenaar. U huurt het bedrijfsmiddel dus eigenlijk"; die draagt het economisch risico, "Hierdoor is operational lease duurder dan financial lease." Financial lease: "bent u eigenaar van het bedrijfsmiddel ... U betaalt de leasemaatschappij iedere maand in termijnen terug. Bij financial lease heeft u dus een soort lening."
De tabel op die pagina vat het samen: operational lease heeft "hoger" kosten, risico bij de "leasemaatschappij" en "meer" gemak; financial lease "lager", "ondernemer" en "minder".
Voordeel: "Doordat u bedrijfsmiddelen leaset in plaats van koopt, houdt u werkkapitaal binnen uw bedrijf."
Voor de KIA: bij financial lease ben je eigenaar en ga je een aanschafverplichting aan — dat is investeren in de zin van art. 3.43. Bij operational lease huur je, en dan loop je bovendien tegen art. 3.45 lid 2 a aan (bedrijfsmiddelen die hoofdzakelijk aan derden ter beschikking worden gesteld tellen niet mee) — aan de kant van de leasemaatschappij. Let op: dat KIA daarom wel bij financial en niet bij operational lease geldt, staat nergens letterlijk; het volgt uit twee teksten samen. Laat het bevestigen. Btw bij lease: niet gevonden.
| MKB Krediet (bron 61) | MKB Duurzaamheidslening (bron 62) | |
|---|---|---|
| Bedrag | "€ 50.000 tot € 250.000" | "maximaal € 50.000" |
| Rente | "9,95% op jaarbasis" | "2 % op jaarbasis vast", dankzij rentesubsidie EZK |
| Looptijd | gemiddeld 5 jaar, "maximale looptijd is 10 jaar" | gemiddeld 5 jaar, "maximaal 7 jaar" |
| Kosten | "1,5% van krediet" eenmalig | "€ 375 tot € 850" |
| Extra | "gratis coaching én toegang tot trainingen", vaak met BMKB-borgstelling | voorwaarden: je valt niet onder de energiebesparingsplicht, elektriciteit < 50.000 kWh en gas < 25.000 m³ per jaar |
2% tegen 9,95% is het opvallendste verschil in dit hoofdstuk. Een salon zit vrijwel zeker onder de verbruiksgrenzen. Voor warmtepomp, LED of zonnepanelen is dit dus de route, en die stapelt met EIA of MIA.
Bankfinanciering MKB: geen concrete voorwaarden of tarieven gevonden — die pagina heb ik niet geopend, dus citeer ik niets.
Hoofdbron: Monitor Kerndata Kappers, editie 2026 (Panteia, juni 2026, data t/m 2025, onderliggend CBS Statline en btw-bestanden, SBI 96021), uitgegeven door het Brancheplatform Kappers (ANKO, CNV, FNV MOOI) — bron 55.
Omzet exclusief btw:
| Jaar | Totaal | Zzp | Salons mét personeel |
|---|---|---|---|
| 2023 | € 2.166.083.434 (+9,1%) | € 767.746.782 (+14,0%) | € 1.398.336.652 (+6,6%) |
| 2024 | € 2.325.956.316 (+7,4%) | € 865.020.057 (+12,7%) | € 1.460.936.259 (+4,5%) |
| 2025 | € 2.466.028.311 (+6,0%) | € 968.208.313 (+11,9%) | € 1.497.819.998 (+2,5%) |
Dit is het belangrijkste cijfer van het hoofdstuk. Salons mét personeel groeiden in 2025 met 2,5%, terwijl de tarieven met 4,8% stegen (4.3). Dat is volumekrimp. De groei zit volledig bij zzp.
Aantal bedrijven (CBS): 31.290 in 2023 → 31.920 in 2024 → 32.540 in 2025. Waarvan 1 fte (zzp): 80,8% → 81,5% → 81,8%. Bedrijven met meer dan 1 werkzame persoon: 5.995 → 5.910 → 5.935. Jamal zit dus in een categorie die in aantal daalt, met stijgende loonkosten. Dat is de context van elke beslissing hieronder.
| 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|
| Omzet per fte, totaal (excl. btw) | € 45.461 | € 48.440 | € 51.391 |
| Omzet per fte, zzp | € 30.352 | € 33.257 | € 36.392 |
| Omzet per fte, salons mét personeel | € 62.560 | € 66.383 | € 70.054 |
| Besteding per bezoek, totaal (incl. btw) | € 48,03 | € 50,05 | € 51,44 |
| Besteding per bezoek, mét personeel | € 52,34 | € 57,23 | € 60,05 |
Stoelen 2025 (2024 tussen haakjes): gemiddeld 3,7 (3,9) per bedrijf; zzp 2,6 (2,7); salons mét personeel 7,9 (8,3). Over de hele branche huurt 5% stoelen en verhuurt 5%; bij salons mét personeel is dat 2% huurders en 4% verhuurders.
Omzet per stoel — afgeleid, geen gepubliceerde norm. Gemiddelde omzet per salon mét personeel 2025 = € 1.497.819.998 / 5.935 = ± € 252.000; gedeeld door 7,9 stoelen = ± € 32.000 per stoel per jaar. Dit is mijn berekening uit twee tabellen.
Omzetverdeling 2025 (2024 tussen haakjes):
| Totaal | Mét personeel | |
|---|---|---|
| Knippen | 53% (50%) | 51% (48%) |
| Kleuren | 25% (22%) | 26% (25%) |
| Föhnen/stylen | 10% (9%) | 10% (9%) |
| Verkoop producten | 7% (7%) | 8% (8%) |
| Permanenten | 3% (3%) | 3% (3%) |
| Andere diensten | 2% (5%) | 2% (3%) |
Productverkoop bij salons mét personeel: 8%, al jaren stabiel en licht dalend (9% in 2021 en 2023, bronnen 56/57). Dit is een concrete knop: elk procentpunt retail is bijna volledig marge, want er staan geen extra behandeluren tegenover. Bij € 252.000 omzet is 1 procentpunt ± € 2.500.
CBS tabel 83131NED, categorie CPI121100 "Kappers en schoonheidssalons" (bron 59):
| Jaar | Indexcijfer | Jaarmutatie |
|---|---|---|
| 2022 | 121,74 | +4,4% |
| 2023 | 129,94 | +6,7% |
| 2024 | 139,02 | +7,0% |
| 2025 | 145,69 | +4,8% |
Uitsplitsing 2025: heren- en kinderkappers (CPI121110) index 147,91, +5,9%; dameskappers (CPI121120) index 146,31, +4,3%. Herentarieven stijgen 1,6 procentpunt sneller. Wie zijn herentarieven met minder dan 5,9% verhoogde, loopt achter op de markt.
2026-cijfers: niet gevonden — de CBS-API gaf lege maandcijfers. Tariefdifferentiatie senior/junior: geen bron gevonden met percentages; de CAO kent wel functieniveaus en een nieuw loongebouw, maar die tekst is niet geopend.
Er is geen officiële branchenorm. Dat is de uitkomst, geen tekortkoming. De Kerndata-monitor meet omzet en loonsom, maar publiceert geen kostenratio.
Spoor 1, eigen berekening uit CBS-cijfers (bron 55). Bruto loonsom 2025 = € 37.882.860 per maand × 12 = € 454.594.320; gedeeld door de omzet van salons mét personeel = 30,4%. Let op: dit is alleen brutoloon, exclusief werkgeverslasten, pensioen en het inkomen van de ondernemer. De werkelijke last ligt duidelijk hoger. Bruto loonsom per fte: € 32.402. Eind 2025: 22.389 medewerkers = 14.030 fte; deeltijdfactor Q4-2025 0,627, dalend vanaf 0,650 in 2022; totale loonsom +0,3% t.o.v. 2024.
Spoor 2, modelsalon uit een overheidsrapport (Sira Consulting in afstemming met ANKO, bron 58; 7 medewerkers, 4,9 fte, pand in eigen beheer):
| Post | Bedrag | % van omzet |
|---|---|---|
| Omzet | € 360.032 | 100% |
| Inkoopwaarde van de omzet | € 54.005 | 15,0% |
| Kosten (excl. regeldruk) | € 210.914 | 58,6% |
| Regeldruk | € 38.784 | 10,8% |
| Winst | € 56.328 | 15,6% |
Let op: "Kosten excl. regeldruk" is één verzamelpost; personeelskosten staan er niet apart in. Brutomarge ± 85%, maar de personeelsratio ontbreekt.
Spoor 3, Jamals eigen cijfers (bron analyses/marge-per-medewerker-2025.md, boekjaar 2025):
| Rijswijk (3 FTE) | Wateringen (1,5 FTE) | Branche mét personeel | |
|---|---|---|---|
| Omzet | € 371.081 | € 281.886 | — |
| Omzet per fte | € 123.694 | € 187.924 | € 70.054 |
| Personeelskosten | € 155.323 | € 57.715 | — |
| Personeelskosten als % omzet | 41,9% | 20,5% | 30,4% (alleen brutoloon) |
| Inkoop als % omzet | 19,0% | 21,1% | 15,0% (modelsalon) |
| Nettoresultaat | € 63.593 | € 58.886 | 15,6% (modelsalon) |
Dit draait de conclusie om. Rijswijk draait € 123.694 omzet per fte — 77% boven het branchegemiddelde van € 70.054, niet eronder. Wateringen zit met € 187.924 nog hoger, maar dat komt door junioren met lage loonkosten en door hairextensions (€ 33.863 van de inkoop), niet door structurele efficiëntie.
Drie kanttekeningen die je erbij moet houden, anders vergelijk je appels met peren:
1. Panteia telt bij "bedrijven met personeel" ook de ondernemer en meewerkende gezinsleden mee in de fte; Jamals 3 FTE telt hemzelf niet mee. De echte voorsprong is dus kleiner dan 77%.
2. De branchecijfers zijn exclusief btw; de omzetcijfers van Rijswijk komen deels van de bankrekening en zijn inclusief btw.
3. De personeelsratio's hierboven zijn wél volledige werkgeverslasten, de 30,4% van de branche is alleen brutoloon. Rijswijks 41,9% tegenover de branche is dus geflatteerd ongunstig; het echte verschil is kleiner.
De bruikbare boodschap: Rijswijk haalt bovengemiddelde omzet per stoel, en de knop die telt is de personeelsratio, niet de omzet. Elke procentpunt op € 371.000 omzet is € 3.700.
| KPI | Waarde 2025 | Bron |
|---|---|---|
| Omzet per fte per jaar | € 70.054 | 55 |
| Gemiddelde bon (incl. btw) | € 60,05 | 55 |
| Productverkoop als % omzet | 8% | 55 |
| Omzet per stoel per jaar | ± € 32.000 (afgeleid) | eigen berekening |
| Bruto loonsom per fte | € 32.402 | eigen berekening uit 55 |
| Tariefindexatie | +4,8% (heren +5,9%) | 59 |
| Bezettingsgraad · no-show · retentie · omzet per uur · personeelskosten-norm (branche) | niet gevonden | — |
| Omzet per fte Rijswijk / Wateringen 2025 | € 123.694 / € 187.924 | intern, 4.4 |
| Personeelskosten als % omzet Rijswijk / Wateringen 2025 | 41,9% / 20,5% | intern, 4.4 |
Voor no-show, bezetting en retentie bestaat geen Nederlandse benchmark. Die moet uit Jamals eigen DaVinci-data komen — voor sturing zelfs bruikbaarder dan een branchegemiddelde.
Niet gebruiken: Rabobank Cijfers & Trends (tweemaal HTTP 403; getallen als "brutomarge 82,2%" en "personeel 20,1%" stonden alleen in zoekresultaten) · ANKO-ledenrapport (achter login) · "loonkosten niet boven 50%" van kappersadministratie.nl (HTTP 404, onbevestigd) · Firmfocus "inkoopkosten rond 19 procent" (herkomst niet vermeld, wijkt af van de 15,0% uit bron 58) · Sarasalonsoft (cijfers uit 2016).
Autoriteit Persoonsgegevens (bron 42), letterlijk: "In de AVG staan de 6 geldige redenen om gegevens te verwerken. De juridische naam voor die redenen is grondslagen." Vier zijn belangrijk voor ondernemers: overeenkomst, wettelijke verplichting, toestemming, gerechtvaardigd belang.
Cruciaal: "U heeft voor elk doel waarvoor u gegevens verwerkt een aparte grondslag nodig. U kunt dus niet al uw verwerkingen op een hoop gooien en daarvoor 1 grondslag kiezen."
| Verwerking | Grondslag |
|---|---|
| Afspraak in DaVinci, afspraakherinnering, kleurformules/haardossier | overeenkomst — "De meest voorkomende grondslag zal zijn dat u gegevens nodig heeft om een overeenkomst uit te voeren." Geldt ook vóór het sluiten. |
| Nieuwsbrief of marketing | toestemming — aparte grondslag, aparte opt-in |
| Facturen en administratie | wettelijke verplichting (5.2) |
| Cameratoezicht | gerechtvaardigd belang (5.4) |
De AP waarschuwt tegen toestemming als standaardkeuze: "als iemand toestemming weigert of de eerder gegeven toestemming later intrekt, mag u de gegevens van deze persoon niet meer verwerken." En: "Voor u als ondernemer is de grondslag meestal: uitvoeren van een overeenkomst."
Let op: een haardossier met hoofdhuidaandoeningen, allergieën of zwangerschap kan een bijzonder persoonsgegeven zijn, met strengere regels. Dat heb ik niet uit een AP-pagina kunnen citeren — laat het toetsen als er medische aantekeningen in DaVinci staan.
Art. 52 lid 4 AWR (bron 9), letterlijk: "Voorzover bij of krachtens de belastingwet niet anders is bepaald, zijn administratieplichtigen verplicht de in de voorgaande leden bedoelde gegevensdragers gedurende zeven jaar te bewaren." Administratieplichtig zijn (lid 2) onder meer "lichamen" en "natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefenen" — dus eenmanszaak, VOF-vennoten én de BV's.
Twee termijnen, niet één: facturen, kas- en loonadministratie 7 jaar; klantgegevens in DaVinci zonder fiscale functie "niet langer dan noodzakelijk" (AVG). Een klant die 6 jaar niet is geweest hoeft niet in het systeem te blijven; de factuur wél. Niet gevonden: een vastgestelde bewaartermijn voor salon-klantdossiers — die bestaat niet, je moet hem zelf onderbouwen en vastleggen.
AP (bron 41), letterlijk: "De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) eist van zowel verwerkingsverantwoordelijken als verwerkers dat er een verwerkersovereenkomst is (artikel 28, derde lid, van de AVG). Beide partijen zijn dus aansprakelijk als zo'n overeenkomst ontbreekt."
Wat erin moet, volgens de AP:
1. Algemene beschrijving — onderwerp, duur, aard en doel, soort persoonsgegevens, categorieën betrokkenen, rechten en plichten.
2. Instructies — "De verwerking vindt in principe uitsluitend plaats op basis van uw schriftelijke instructies. De verwerker mag de persoonsgegevens niet voor eigen doeleinden gebruiken."
3. Geheimhoudingsplicht voor personeel van de verwerker.
4. Beveiliging — "passende technische en organisatorische maatregelen", bijvoorbeeld pseudonimisering en versleuteling.
5. Subverwerkers — niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming; "blijft de verwerker volledig aansprakelijk richting u".
6. Privacyrechten — hulp bij inzage, correctie, verwijdering, dataportabiliteit.
7. Andere plichten — datalekken melden, DPIA, voorafgaande raadpleging.
8. Gegevens verwijderen na afloop, inclusief kopieën.
9. Audits — meewerken en informatie beschikbaar stellen.
Wie is verantwoordelijke: "De organisatie die daadwerkelijk het doel en de middelen van de verwerking bepaalt ... Ongeacht wat er in de verwerkersovereenkomst staat. ... De feitelijke situatie is leidend."
Praktisch: DaVinci is een verwerker; er moet een verwerkersovereenkomst zijn. Voor WhatsApp Business ligt het lastiger — of Meta daar verwerker of zelfstandig verantwoordelijke is, kon ik niet vaststellen. Dat is een reëel gat, geen detail.
AP (bron 43), letterlijk:
- Grondslag — "Gaat het om de beveiliging van eigendommen en personeel? Dan is de grondslag vaak gerechtvaardigd belang."
- Noodzaak — "Het cameratoezicht moet noodzakelijk zijn. Dat wil zeggen dat u het doel niet op een andere manier kunt bereiken." en "Het moet onderdeel zijn van een totaalpakket aan maatregelen."
- Geen geluid — "Het opnemen van geluid is niet toegestaan tenzij dit noodzakelijk is voor het doel"; zoom- en analysefuncties uitschakelen.
- Kenbaarheid — "U moet ervoor zorgen dat mensen weten dat er een camera hangt en voor welk doel. Bijvoorbeeld door bordjes op te hangen."
- Bewaren — "U mag de camerabeelden niet langer bewaren dan noodzakelijk is. Is er een incident vastgelegd, zoals diefstal? Dan mag u deze beelden bewaren tot het incident is afgehandeld."
- DPIA verplicht bij "grootschalig en/of systematisch cameratoezicht" en bij een verborgen camera.
Harde grens die vaak wordt overtreden (bron 44): "uw werkgever mag deze camerabeelden niet gebruiken om u op uw functioneren aan te spreken of te beoordelen." Ook niet "stiekem filmen voor trainingsdoeleinden" of "'mystery shopping' met een verborgen camera."
OR-instemming is voorgeschreven bij toezicht op werknemers, maar bij 3 FTE is er geen OR-plicht. Bewaartermijn in dagen of weken: niet gevonden.
De aanname "Wwft niet van toepassing" klopt bijna, maar niet helemaal.
Art. 1a lid 1 Wwft (bron 10), letterlijk: "Deze wet is van toepassing op banken en andere financiële ondernemingen, alsmede op de ingevolge het vierde lid aangewezen natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen handelend in het kader van hun beroepsactiviteiten, met dien verstande dat voor de instellingen, bedoeld in het vierde lid, onderdeel i, alleen de verplichting in artikel 1f geldt."
Lid 4 onderdeel i wijst aan: "natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen als koper of verkoper van goederen". Een salon die producten verkoopt (8% van de omzet) is zo'n verkoper. Dus geldt alleen artikel 1f:
"Het is verboden voor instellingen als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdelen i, k en n, in of vanuit Nederland betaling van goederen in contanten voor een bedrag van € 3.000 of meer ... te verrichten of te accepteren, ongeacht of de transactie plaatsvindt in een handeling of door middel van meer handelingen waartussen een verband lijkt te bestaan."
| Wwft-verplichting | Geldt voor de salon? |
|---|---|
| Cliëntenonderzoek | nee |
| Melden ongebruikelijke transacties (FIU) | nee |
| Risicomanagement, opleidingsplicht | nee |
| Contantverbod € 3.000+ voor goederen (art. 1f) | ja |
Praktisch zelden aan de orde, maar de bepaling bestaat en opgeknipte transacties "waartussen een verband lijkt te bestaan" worden samengeteld. Let op: het verbod geldt voor goederen, niet voor diensten — een knipbeurt contant afrekenen valt er niet onder.
ACM (bron 45). De regels gelden ook voor diensten; de ACM geeft dienstvoorbeelden zoals "Riool ontstoppen 150 euro voor het eerste half uur, daarna 70 euro per uur". Verplicht: bedrag in euro's inclusief btw, alle bijkomende kosten erin, en vermelding in elk aanbod — website, menu's, advertenties. Wettelijke basis volgens de ACM: het Besluit prijsaanduiding producten, art. 193a en 230g Boek 6 BW.
Niet gevonden: een regel dat een tarievenlijst van buitenaf zichtbaar moet zijn; de ACM maakt dat voorbehoud niet. Een besluit met de naam "Besluit prijsaanduiding diensten" heb ik niet gevonden — wat bestaat is het Besluit prijsaanduiding producten (BWBR0015104).
Praktisch: zet tarieven inclusief btw op de website, in de salon en in elke uiting. Differentiatie per stylist-niveau mag, zolang duidelijk is welk tarief geldt vóór de klant in de stoel zit.
Wet Bibob: niet van toepassing. Bibob speelt bij vergunningen in horeca, coffeeshops, bouw en transport; een kapsalon heeft geen Bibob-plichtige vergunning. Let op: hier heb ik geen bron voor geopend — dit is algemene kennis, geen citaat.
Prioriteit 1 — deze maand.
1. Huwelijksgoederenregime vaststellen. Dit bepaalt de uitkomst van bijna alles hierboven. Zonder huwelijkse voorwaarden zijn Jamal en A. hoofdelijk aansprakelijk voor de VOF én zit hun privévermogen in dezelfde gemeenschap: nul buffer. Doen: trouwakte opzoeken, datum vaststellen (vóór of vanaf 2018), eventuele akte bij de notaris opvragen. Vaststellen kost niets; wijzigen vraagt een notaris.
2. De lening van Dani Jay BV op papier zetten. De stukken ontbreken. Saldo per 31-12 vaststellen, overeenkomst opstellen (bedrag, rente, looptijd, aflossing, zekerheden), en toetsen tegen de € 500.000-grens — mét de schulden van A. en eventueel Dani erbij, en zonder een eventuele vordering op de BV te salderen (dat mag niet). Deadline: peildatum 31 december; wie erboven zit kan tot die datum aflossen. Let op dat de drempel oploopt met wat in een eerder jaar al belast is.
3. VOF-contract Wateringen én de winstverdeling op één lijn brengen. Dit is de zwaarste post in het dossier. In de eigen stukken staan vier verdelingen: jaarrekening 2023 50/50, aangiftes 2023 20/80, kapitaalmutaties 10/90, toerekening 2025 ± 90/10, prognose 2026 ± 20% voor Jamal. Vaststellen wat er feitelijk geldt, akte en jaarrekening en aangifte gelijktrekken, en de verdeling zakelijk onderbouwen (inbreng, uren, risico). Met terugwerkende kracht wijzigen mag niet — vanaf nu consistent doorvoeren wel. Tegelijk het contract langs de 9 punten uit 1.4 leggen en urenregistratie per vennoot beginnen (1.225 uur). Controleer daarbij ook of A. fiscaal als vennoot of als meewerkende partner wordt behandeld: dat bepaalt of zij straks onder de verplichte AOV valt.
Prioriteit 2 — vóór 31 december 2026.
4. Q4-investering Rijswijk timen. Volgorde: verplichting aangaan → in gebruik nemen vóór 31-12 → lukt dat niet, betalen vóór 31-12. Onder € 71.683 blijven voor 28%; per bedrijfsmiddel boven € 450; offerte splitsen; niets verhuren aan derden; niet kopen van Dani Jay BV, van A. of van zoon Dani (art. 3.46). Tweedehands mag. Bij ± 50% marginaal tarief levert de volle € 20.072 KIA ongeveer € 10.000 minder belasting op.
5. Verduurzaming: EIA/MIA aanvragen én de 2%-lening bekijken. Eerst checken of het op de Energie- of Milieulijst 2026 staat. Aanmelden bij RVO binnen 3 maanden na de bestelling, ondergrens € 2.500. De Qredits Duurzaamheidslening is 2% tegen 9,95% voor gewoon krediet.
6. Jaarrekening Dani Jay BV controleren. Micro-klasse, beknopte deponering. Uiterste datum 8 augustus, of 8 november als alle aandeelhouders ook bestuurder zijn. Check of 2024 en 2025 gedeponeerd zijn.
Prioriteit 3 — dit kwartaal inplannen.
7. AOV-check voor Jamal zelf — en dit is tijdgevoeliger dan het lijkt. Er is nu geen plicht en de minister verwacht de verplichte AOV pas in 2030. Maar er komt een peildatum: wie vóór die datum al een eigen AOV heeft, valt onder een lichter overgangsregime en ontkomt aan de eis dat de premie minimaal even hoog moet zijn als die van de verplichte AOV. De peildatum is nog niet bekendgemaakt. Bij ± € 99.000 winst plus VOF-aandeel dekt een broodfonds (max € 2.500 per maand, 2 jaar) maar een deel — en een broodfonds vrijwaart je níet van de BAZ, het overbrugt alleen de wachttijd van 2 jaar. Offertes nu opvragen, en letten op de drie overgangsvoorwaarden: eindleeftijd niet lager dan 55 jaar, wachttijd maximaal 2 jaar, geen beperkte uitkeringstermijn.
8. Verzuimverzekering overwegen. Bij 3 FTE is één langdurig zieke een derde van de capaciteit, terwijl 70% van het loon 2 jaar doorloopt en één verzuimdag volgens Ondernemersplein al zeker € 250 kost. Weeg ook het eigenrisicodragerschap voor ZW/WGA mee. Check tegelijk of er een RI&E met plan van aanpak is en een basiscontract met een arbodienst — beide verplicht. Toetsvrijstelling geldt alleen als er én maximaal 25 medewerkers zijn én een erkend branche-instrument bestaat; zoek dus eerst uit of dat er voor kapsalons is.
9. Trend Brands: privé of via Dani Jay? Via de BV valt dividend onder de deelnemingsvrijstelling (drempel 5%) en is het onbelast; privé is het box 2 en belast tegen 24,5% tot € 68.843 en 31% daarboven. Check tegelijk de UBO-registratie: bij precies 25% is Jamal op aandelen waarschijnlijk geen UBO, maar stemrecht of feitelijke zeggenschap kan dat omdraaien. Opvragen, niet aannemen.
10. AVG-basis op orde. Verwerkersovereenkomst met DaVinci toetsen aan de 9 punten uit 5.3 · uitzoeken hoe de verwerkersrelatie met Meta ligt voor WhatsApp Business · tarieven inclusief btw zichtbaar · klantdossiers opschonen (facturen 7 jaar, klantgegevens niet langer dan noodzakelijk) · camera's: bordjes ophangen, geluid uit, nooit gebruiken om personeel te beoordelen.
Waar het geld zit: actie 4 levert direct tot € 20.072 extra aftrek op, bij ± 50% marginaal tarief dus ± € 10.000 cash; actie 5 40% (EIA) of tot 45% (MIA) aftrek plus ± 8 procentpunt rentevoordeel, en KIA mag daar bovenop; actie 9 het verschil tussen onbelast en 24,5-31% box 2 op dividend. De acties 1, 2, 3, 6, 7 en 8 leveren geen geld op maar wenden risico af: respectievelijk het hele privévermogen, box 2-heffing boven € 500.000, de continuïteit van Wateringen, bestuurdersaansprakelijkheid, 2 jaar inkomen en 2 jaar loondoorbetaling.
In versie 2 zijn negen punten uit deze lijst alsnog ingevuld; ze staan in het correctielogboek. Wat nu nog openstaat:
Over Jamals situatie: 1. het huwelijksgoederenregime · 2. of de 25% Trend Brands privé of via Dani Jay BV wordt gehouden · 3. omvang en voorwaarden van de BV-lening · 4. of er een VOF-contract bestaat · 5. welke winstverdeling in de VOF feitelijk geldt — de eigen stukken noemen 50/50, 20/80, 10/90 en 90/10 door elkaar (zie 1.5 en actie 3).
Over wetgeving en fiscaliteit: 6. box 3-forfaits en heffingsvrij vermogen 2026 (relevant voor Spanje en het box 3-vermogen) · 7. een officiële uitleg van de onzakelijke lening en de eisen aan een DGA-leningsovereenkomst · 8. het boetebedrag voor te laat deponeren · 9. of LED op de Energielijst 2026 staat en onder welke code · 10. de termijn voor gewone Handelsregister-wijzigingen · 11. of een kapsalon middenstandsbedrijfsruimte is · 12. de btw-behandeling van financial vs. operational lease · 13. of financial lease recht geeft op KIA (volgt uit twee teksten, staat nergens letterlijk) · 14. een bron over de Wet Bibob · 15. of een tarievenlijst van buitenaf zichtbaar moet zijn.
Over verzekeringen en personeel: 16. de exacte invoerdatum van de BAZ (2030 is een verwachting van de minister, geen wet) en de peildatum voor het overgangsrecht · 17. premiepercentages werkgeverslasten (Aof, AWf, Whk, Zvw) 2026 — vindplaats is bekend: hoofdstuk 7.1 Handboek Loonheffingen · 18. de premie van het bedrijfstakpensioenfonds Kappers en van het Sociaal Fonds Kappers (pagina's zijn JS-gerenderd) · 19. of de aangekondigde collectieve regeling voor het tweede ziektejaar er per 1-1-2026 daadwerkelijk is gekomen · 20. of er een erkend branche-RI&E voor kapsalons bestaat — dit is beslissend voor de toetsplicht · 21. het boetebedrag van de Arbeidsinspectie · 22. indicatieve premies voor AOV, AVB, rechtsbijstand, inventaris, bedrijfsschade of cyber · 23. of AVB, rechtsbijstand, inventaris en bedrijfsschade letterlijk niet verplicht zijn (ze staan alleen in een opsomming).
Over benchmarks: 24. Rabobank Cijfers & Trends (tweemaal HTTP 403, geen enkel cijfer gebruikt) · 25. ANKO-ledenrapporten (achter login) · 26. een officiële personeelskosten-norm voor de branche (bestaat publiek niet; Jamals eigen ratio's staan wel in 4.4) · 27. bezettingsgraad, no-show, klantretentie en omzet per uur · 28. tariefdifferentiatie senior/junior · 29. CBS-prijsindex kappers 2026 (lege maandcijfers, bij hercontrole op 9-9-2026 nog steeds leeg).
Over AVG: 30. of kleurformules en haardossiers bijzondere persoonsgegevens zijn · 31. of Meta voor WhatsApp Business verwerker of zelfstandig verantwoordelijke is · 32. een concrete bewaartermijn voor camerabeelden.
Alleen pagina's die daadwerkelijk zijn geopend. Allemaal geraadpleegd op 8 september 2026.
Wetgeving — wetten.overheid.nl
1. Wet IB 2001 art. 3.30 (afschrijving) — https://wetten.overheid.nl/BWBR0011353/2026-01-01
2. Wet IB 2001 art. 3.30a (beperking afschrijving gebouwen) — https://wetten.overheid.nl/BWBR0011353/2026-01-01
3. Wet IB 2001 art. 3.41 (KIA) — https://wetten.overheid.nl/BWBR0011353/2026-01-01
4. Wet IB 2001 art. 3.43 (begrip investeren) — https://wetten.overheid.nl/BWBR0011353/2026-01-01
5. Wet IB 2001 art. 3.44 (nog niet in gebruik genomen bedrijfsmiddelen) — https://wetten.overheid.nl/BWBR0011353/2026-01-01
6. Wet IB 2001 art. 3.45 (uitgesloten bedrijfsmiddelen) — https://wetten.overheid.nl/BWBR0011353/2026-01-01
7. Wet IB 2001 art. 3.47 (desinvesteringsbijtelling) — https://wetten.overheid.nl/BWBR0011353/2026-01-01
8. Wet Vpb 1969 art. 13 (deelnemingsvrijstelling) — https://wetten.overheid.nl/BWBR0002672/2026-01-01
9. AWR art. 52 (administratie- en bewaarplicht) — https://wetten.overheid.nl/BWBR0002320/2026-01-01
10. Wwft art. 1a en 1f (toepassingsbereik en contantverbod) — https://wetten.overheid.nl/BWBR0024282/2026-01-01
Belastingdienst
11. Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 2026 — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/winst/inkomstenbelasting/veranderingen-inkomstenbelasting-2026/investeringsaftrek-2026/kleinschaligheidsinvesteringsaftrek-2026
12. Voorwaarden investeringsregelingen — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/winst/inkomstenbelasting/inkomstenbelasting_voor_ondernemers/investeringsaftrek_en_desinvesteringsbijtelling/voorwaarden_investeringsregelingen
13. Excessief lenen van bv beperkt vanaf 2023 — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/werk_en_inkomen/bijzondere_situaties/geld_lenen_van_uw_bv/excessief-lenen-van-bv-beperkt
14. Geld lenen aan de aandeelhouder — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/winst/vennootschapsbelasting/geld_lenen_aan_de_aandeelhouder/geld_lenen_aan_de_aandeelhouder
15. Vof en gevolgen voor uw belastingen — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/ondernemen/onderneming_starten/rechtsvorm/vennootschap-onder-firma-vof
16. Meewerkaftrek — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/winst/inkomstenbelasting/inkomstenbelasting_voor_ondernemers/ondernemersaftrek/meewerkaftrek
17. Zelfstandigenaftrek 2026 — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/winst/inkomstenbelasting/veranderingen-inkomstenbelasting-2026/ondernemersaftrek-2026/zelfstandigenaftrek-2026
18. Mkb-winstvrijstelling 2026 — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/winst/inkomstenbelasting/veranderingen-inkomstenbelasting-2026/mkb-winstvrijstelling-2026
19. Veranderingen vennootschapsbelasting 2026 — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/zakelijk/winst/vennootschapsbelasting/veranderingen-vennootschapsbelasting-2026/
20. Loon en aanmerkelijk belang (gebruikelijk loon 2026) — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/vermogen_en_aanmerkelijk_belang/aanmerkelijk_belang/loon_en_aanmerkelijk_belang/loon_en_aanmerkelijk_belang
KVK en Ondernemersplein
21. Vennootschap onder firma (vof) — https://ondernemersplein.overheid.nl/vennootschap-onder-firma-vof/
22. Aansprakelijkheid bij rechtsvormen — https://ondernemersplein.overheid.nl/bedrijfsvoering/juridische-zaken/aansprakelijkheid-bij-rechtsvormen/
23. Scheiden als je een eigen zaak hebt — https://www.kvk.nl/wetten-en-regels/scheiden-als-je-een-eigen-zaak-hebt-zo-werkt-het/
24. Vergoeding voor je meewerkende partner — https://www.kvk.nl/geldzaken/vergoeding-voor-je-meewerkende-partner/
25. Uiterste termijn deponeren jaarrekening — https://www.kvk.nl/deponeren/uiterste-termijn-deponeren-jaarrekening/
26. In welke bedrijfsklasse valt je bedrijf — https://www.kvk.nl/deponeren/in-welke-bedrijfsklasse-valt-je-bedrijf/
27. UBO-opgave — https://www.kvk.nl/ubo/opgave-doen/
28. Moet je organisatie UBO-opgave doen — https://www.kvk.nl/ubo/moet-je-organisatie-ubo-opgave-doen/
29. Wie zijn de UBO's van een bv, nv, SE of SCE — https://www.kvk.nl/ubo/wie-zijn-de-ubos-van-je-organisatie-g1/
30. Wie zijn de UBO's van een cv, maatschap, vof, EESV of rederij — https://www.kvk.nl/ubo/wie-zijn-de-ubos-van-je-organisatie-g3/
31. Bedrijfspand huren of kopen — https://ondernemersplein.overheid.nl/bedrijfshuisvesting/bedrijf-vestigen-of-verhuizen/bedrijfspand-huren-of-kopen/
32. Zakelijk leasen — https://ondernemersplein.overheid.nl/geldzaken-en-belastingen/financiering-regelen/zakelijk-leasen/
33. Loon doorbetalen bij ziekte — https://ondernemersplein.overheid.nl/wetten-en-regels/loon-doorbetalen-bij-ziekte/
34. Verzuimverzekering — https://ondernemersplein.overheid.nl/bedrijfsvoering/verzekeringen/verzuimverzekering/
35. Verzekeringen voor ondernemers — https://ondernemersplein.overheid.nl/bedrijfsvoering/verzekeringen/
36. Werknemersverzekeringen en volksverzekeringen — https://ondernemersplein.overheid.nl/wetten-en-regels/werknemersverzekeringen-en-volksverzekeringen/
37. Risico-inventarisatie (RI&E) voor personeel — https://ondernemersplein.overheid.nl/wetten-en-regels/risico-inventarisatie-rie-voor-personeel/
38. Prijs vermelden op een product — https://ondernemersplein.overheid.nl/wetten-en-regels/prijs-vermelden-op-een-product/
RVO, AP en ACM
39. Energie-investeringsaftrek (EIA) voor ondernemers — https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/eia/ondernemers
40. MIA en Vamil voor ondernemers — https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/mia-vamil/ondernemers
41. Verwerkersovereenkomst — https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/themas/basis-avg/avg-algemeen/verwerkersovereenkomst
42. Stap 2: bepaal of u deze gegevens mag gebruiken (grondslagen) — https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/avg-voor-ondernemers/stappenplan-avg-op-orde-voor-ondernemers-en-mkb/stap-2-bepaal-of-u-deze-gegevens-mag-gebruiken
43. Regels cameratoezicht voor organisaties — https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/themas/cameratoezicht/cameratoezicht-bij-organisaties/regels-cameratoezicht-voor-organisaties
44. Cameratoezicht bij organisaties — https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/cameratoezicht/cameratoezicht-winkels-horeca-en-sportclubs
45. ACM, prijzen vermelden — https://www.acm.nl/nl/verkoop-aan-consumenten/consumenten-informeren/prijzen-vermelden
Verzekeringen, arbo en CAO
46. Verplichte AOV voor zelfstandigen — https://www.rijksoverheid.nl/themas/werk/hervormingen-arbeidsmarkt/meer-zekerheid-voor-werkenden/verplichte-arbeidsongeschiktheidsverzekering-voor-zelfstandigen
47. Kabinet komt met betaalbare basisverzekering (13-03-2026) — https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/03/13/kabinet-komt-met-betaalbare-basisverzekering-voor-zelfstandigen-bij-arbeidsongeschiktheid
48. Wetsvoorstel 36912, status — https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?qry=wetsvoorstel%3A36912&cfg=wetsvoorsteldetails
49. Broodfonds, veelgestelde vragen — https://www.broodfonds.nl/meest_gestelde_vragen
50. Arboportaal, wat zegt de wet over RI&E — https://www.arboportaal.nl/onderwerpen/risico-inventarisatie---evaluatie/wat-zegt-de-wet-over-rie
51. Arboportaal, waar moet het basiscontract aan voldoen — https://www.arboportaal.nl/onderwerpen/basiscontract/waar-moet-het-basiscontract-aan-voldoen
52. RI&E, toetsen — https://www.rie.nl/over-rie/toetsen/
53. Pensioenfonds Kappers, verplichtstelling — https://www.pensioenkappers.nl/verplichtstelling
54. ANKO, cao kappers algemeen verbindend verklaard — https://anko.nl/actueel/cao-kappers-algemeen-verbindend-verklaard-2/
Branchecijfers en financiering
55. Monitor Kerndata Kappers, editie 2026 (Panteia, juni 2026, data t/m 2025) — https://brancheplatformkappers.nl/wp-content/uploads/2026/06/Rapportage-Monitor-Kerndata-Kappers-editie-2026_10062026.pdf
56. Monitor Kerndata Kappers, editie 2024 (data 2023) — https://brancheplatformkappers.nl/wp-content/uploads/2024/07/2024-Rapportage-Monitor-Kerndata-Kappers-editie-2024-V1807.pdf
57. Monitor Kerndata Kappers, editie 2022 (data 2021) — https://brancheplatformkappers.nl/wp-content/uploads/2022/10/Rapportage-Monitor-Kerndata-Kappers-editie-2022-26092022.pdf
58. Sira Consulting, MKB-indicatorbedrijf: De kapsalon — https://open.overheid.nl/documenten/b4ef6b93-30c5-47d7-abfd-58ba20e77520/file
59. CBS tabel 83131NED, TypedDataSet (consumentenprijsindex) — https://opendata.cbs.nl/ODataApi/odata/83131NED/TypedDataSet
60. CBS tabel 83131NED, bestedingscategorieën — https://opendata.cbs.nl/ODataApi/odata/83131NED/Bestedingscategorieen
61. Qredits MKB Krediet — https://www.qredits.nl/zakelijk-krediet/mkb-krediet
62. Qredits MKB Duurzaamheidslening — https://www.qredits.nl/zakelijk-krediet/mkb-duurzaamheidslening
Aanvullend geopend bij de controle van 9 september 2026
63. Wet LB 1964 art. 12a (gebruikelijk loon) — https://wetten.overheid.nl/BWBR0002471/2026-01-01
64. Wet IB 2001 art. 2.10 (box 1-tarief), art. 2.12 (box 2-tarief), art. 3.46 (uitgesloten verplichtingen), art. 3.31 (Vamil) — https://wetten.overheid.nl/BWBR0011353/2026-01-01
65. KVK, Verplichte AOV in 2030, kies nu nog zelf (bijgewerkt 21 mei 2026) — https://www.kvk.nl/wetten-en-regels/de-verplichte-aov-voor-ondernemers-uitgelegd/
66. Interne cijfers: analyses/winst-voorspeller-2026.md, analyses/marge-per-medewerker-2025.md, analyses/driejaar-overzicht-2023-2025.md, analyses/leveranciers-overzicht-rijswijk-2023-2025.md, analyses/extractie-aangiftes-ib-2023.md
Geblokkeerd, dus niet gebruikt: rabobank.nl Cijfers & Trends (2× HTTP 403 — geen enkel Rabobank-cijfer in dit dossier) · anko.nl ledenrapport (302 naar ledenlogin) · kappersadministratie.nl (404) · nederlandsekappersunie.nl (522) · retailinsiders.nl, firmfocus.biz, sarasalonsoft.nl, tophair.nl (geopend, geen bruikbare of controleerbare cijfers — zie 4.5).
Slot. Dit is een onderzoeksdossier, geen fiscaal of juridisch advies. Elk bedrag en elke datum komt uit een bron hierboven; waar iets ontbreekt staat "niet gevonden" of "let op". Laat de acties uit hoofdstuk 6 toetsen door de accountant, en punt 1 en 3 door een notaris.
Onafhankelijke controle op 9 september 2026 door een tweede model. 120 claims getoetst:
83 KLOPT, 9 gedeeltelijk fout, 3 fout, 20 ontbrekende feiten, 5 onverifieerbaar. Volledig
rapport: rechtsvorm-risico-en-rendement-CHECK.md.
1. Vastgoed Spanje ± € 391.000 (kopregel en 3.5) — FOUT
Was: "Vastgoed Spanje | privé | — | ± € 391.000" en "er zit al € 391.000 in vastgoed in Spanje".
Nu: waarde niet vastgesteld; betalingen 2023-2025 ± € 419.000, expliciet als uitgavenstroom.
Bron: analyses/driejaar-overzicht-2023-2025.md — "Rijswijk privéopnamen 2025: €391.642
(2024: €14.039)". Het bedrag was de privéopname uit Rijswijk, niet een vastgoedwaarde. De
werkelijke Spanje-posten staan in analyses/leveranciers-overzicht-rijswijk-2023-2025.md.
2. VOF-winstverdeling "50/50" (kopregel en 1.5) — FOUT
Was: "HV Wateringen | VOF met echtgenote A. | 50/50", en 1.5 bouwde daarop de vraag of 50/50
zakelijk te verdedigen is.
Nu: winstverdeling als onvastgesteld gemarkeerd, met alle vier de varianten en de conclusie dat
het echte risico de onderlinge tegenspraak is.
Bron: analyses/marge-per-medewerker-2025.md — "De winst van Wateringen wordt ±90/10 verdeeld
met A. Benmessaoed-Demir — van de €58.886 is €52.997 voor haar toegewezen in 2025"; en
analyses/extractie-aangiftes-ib-2023.md — "De aangiftes gebruiken 20/80, de opdracht ging uit
van 10/90 en de jaarrekening noemt 50/50."
3. "De werkelijke omzet ken ik niet" (4.4 en hoofdstuk 7) — FOUT
Was: hoofdstuk 7 punt 5 "de werkelijke omzet van Rijswijk en Wateringen (alleen de winst is
bekend)"; 4.4 rekende met een aangenomen ± € 210.000.
Nu: omzetcijfers in de kopregel-tabel en een volledig derde spoor in 4.4 met de eigen ratio's.
Bron: analyses/winst-voorspeller-2026.md en analyses/marge-per-medewerker-2025.md.
4. Benchmarkconclusie 4.4 — omgekeerd
Was: bij € 70.054 per fte zou 3 FTE ± € 210.000 omzet betekenen; winst ligt "ver boven" het
modelsalon, maar de omzet is onbekend.
Nu: Rijswijk draait € 123.694 per fte, 77% boven het branchegemiddelde, met drie kanttekeningen
over vergelijkbaarheid, plus de eigen personeelsratio's (41,9% en 20,5%) tegenover de 30,4% uit
de CBS-cijfers.
Bron: analyses/marge-per-medewerker-2025.md + Monitor Kerndata Kappers 2026, tabel 39.
5. Box 1-tarieven 2026 (3.1 en hoofdstuk 7) — ontbrekend feit toegevoegd
Was: "De box 1-schijven 2026 heb ik niet kunnen verifiëren, dus ik noem geen netto voordeel."
Nu: volledige schijventabel plus de vaststelling dat de 11,94%-tariefsaanpassing de KIA niet
raakt, en dus een netto waardering van ± 50%.
Bron: art. 2.10 Wet IB 2001, versie 2026-01-01 — 8,10% / 37,56% / 49,50%; lid 3 somt de
grondslagverminderende posten limitatief op en noemt de investeringsaftrek niet.
6. Box 2-tarieven 2026 (1.10, actie 9) — ontbrekend feit toegevoegd
Was: "Niet gevonden: de box 2-tarieven 2026."
Nu: 24,5% tot € 68.843, 31% daarboven.
Bron: art. 2.12 Wet IB 2001, versie 2026-01-01.
7. Onder het gebruikelijk loon zakken (1.10) — ontbrekend feit toegevoegd
Was: "Niet gevonden: de voorwaarden om daaronder te zakken bij een BV zonder activiteit."
Nu: art. 12a lid 4 opgenomen.
Bron: Wet LB 1964 art. 12a lid 4 — "Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien
het ... vast te stellen loon ... in het kalenderjaar niet hoger is dan € 5.000."
8. Artikel 3.46 — uitgesloten verplichtingen (3.2, 3.8, actie 4) — ontbrekend feit toegevoegd
Was: niet genoemd.
Nu: eigen alinea met tabel; koop van Dani Jay BV (100%) geeft geen KIA, koop van Trend Brands
(25%) wel, koop van A. of zoon Dani niet.
Bron: art. 3.46 lid 1 Wet IB 2001 — "d. degene die voor ten minste een derde gedeelte belang
heeft in een lichaam en dat lichaam."
9. KIA naast EIA/MIA, en EIA versus MIA (3.3) — ontbrekend feit toegevoegd
Was: "Onzeker, niet uit een bron: of KIA en EIA op hetzelfde bedrijfsmiddel stapelen, en of MIA
en EIA elkaar uitsluiten."
Nu: EIA en MIA sluiten elkaar uit per investering; KIA mag daarnaast.
Bron: art. 3.42a lid 6 Wet IB 2001 — "Voorzover met betrekking tot een investering bij de
aangifte wordt gekozen voor energie-investeringsaftrek, blijft toepassing van de
milieu-investeringsaftrek achterwege"; art. 3.40; RVO MIA\Vamil — "Die aftrek komt bovenop uw
gebruikelijke investeringsaftrek."
10. Tweedehands bedrijfsmiddelen (3.2, 3.8) — ontbrekend feit toegevoegd
Bron: belastingdienst.nl Voorwaarden investeringsregelingen — "Voor de KIA hoeft een
bedrijfsmiddel niet nieuw te zijn."
11. Invoerdatum verplichte AOV (2.1, actie 7) — ontbrekend feit toegevoegd
Was: "Invoerdatum niet gevonden."
Nu: verwachte invoering 2030, expliciet als verwachting gelabeld.
Bron: KVK, bijgewerkt 21 mei 2026 — "Ondernemers hoeven tot 2030 nog geen verplichte
verzekering te hebben tegen arbeidsongeschiktheid. Dat verwacht de minister van Werk en
Participatie."
12. BAZ voor VOF-vennoten (2.1) — ontbrekend feit toegevoegd
Was: "of de BAZ geldt voor VOF-vennoten staat op geen geopende pagina."
Nu: ja, want IB-ondernemer; met de waarschuwing dat meewerkende levenspartners er wél buiten
vallen.
Bron: rijksoverheid.nl — "De verzekering is verplicht voor alle zelfstandige ondernemers die
winst uit de onderneming hebben (IB-ondernemers)."
13. Peildatum en overgangsrecht AOV (2.1, actie 7) — ontbrekend feit toegevoegd
Bron: KVK — "Alleen als je vóór de peildatum een eigen AOV hebt afgesloten, kun je gebruikmaken
van overgangsregeling" en "Voor de overgangsregeling geldt deze voorwaarde [premie minimaal
even hoog] niet."
14. Broodfonds als "alternatief" (2.2, actie 7) — gecorrigeerd
Was: kopje "Broodfonds als alternatief"; de suggestie dat een broodfonds de BAZ kan vervangen.
Nu: kopje "geen alternatief, wel de brug over de wachttijd", met het letterlijke citaat.
Bron: rijksoverheid.nl — "Zelfstandigen die zijn aangesloten bij een schenkkring zijn nog steeds
verplicht de basisverzekering arbeidsongeschiktheid af te sluiten."
15. CAO-loonsverhoging 1 juli 2026 (2.4) — ontbrekend feit toegevoegd
Bron: anko.nl — "1,5% loonsverhoging voor alle werknemers van 21 jaar en ouder per 1 juli 2026."
Ook toegevoegd: reiskostenverhoging per 1 juli 2025, afschaffing BOL-korting per 1 juli 2025.
16. Tweede ziektejaar in de CAO (2.4) — "niet gevonden" vervangen
Was: "Niet gevonden: ... of de CAO bij ziekte boven 70% aanvult."
Nu: geen aanvulling, maar wel een aangekondigde collectieve regeling per 1-1-2026.
Bron: anko.nl, studieafspraken bij de CAO.
17. RI&E-toetsing (2.4, actie 8) — gecorrigeerd van "hier zit winst" naar cumulatieve eis
Was: de twee voorwaarden als losse feiten, met de conclusie dat 3 FTE ruim onder de grens zit.
Nu: beide voorwaarden zijn cumulatief; het bestaan van een erkend branche-instrument is de
beslissende vraag.
Bron: rie.nl, schema "Moet ik mijn RI&E laten toetsen?"
18. Meewerkaftrek: het gat tussen € 0 en € 5.000 (1.6) — gecorrigeerd
Was: "De keuze is binair: onder € 5.000 → meewerkaftrek."
Nu: de meewerkaftrek eist géén vergoeding; een bedrag tussen € 1 en € 4.999 is de slechtste
optie.
Bron: art. 3.78 lid 1 Wet IB 2001 — "van wie de partner zonder enige vergoeding arbeid
verricht" — naast art. 3.16 lid 4.
19. Ongebruikelijk samenwerkingsverband: twee cumulatieve voorwaarden (1.5) — toegevoegd
Bron: art. 3.6 lid 2 onderdeel a Wet IB 2001 — "hoofdzakelijk van ondersteunende aard zijn én
het is ongebruikelijk dat een dergelijk samenwerkingsverband tussen niet-verbonden personen
wordt aangegaan". In Jamals voordeel.
20. Wet excessief lenen: oplopende drempel en verbod op salderen (1.9) — toegevoegd
Bron: belastingdienst.nl — "Leent u in een jaar meer dan de drempel? Dan wordt het meerdere het
jaar erna opgeteld bij de drempel voor dat jaar" en "Alleen uw schulden tellen mee. We houden
geen rekening met eventuele vorderingen die u hebt op uw bv."
21. Deponeren: 31 december bij maximaal uitstel, en de niet-vastgestelde jaarrekening (1.8)
Bron: kvk.nl — "Heb je maximaal uitstel gekregen? Dan is dit 31 december" en "Is de jaarrekening
niet op tijd vastgesteld? Dan deponeer je de opgemaakte nog niet-vastgestelde jaarrekening."
Tegelijk geschrapt: de niet te verifiëren claim "vanaf boekjaar 2025 digitaal via SBR/XBRL".
22. Loondoorbetaling: UWV-toeslag, volledig loonbegrip, 6 weken bij AOW (2.3) — toegevoegd
Bron: ondernemersplein.overheid.nl, Loon doorbetalen bij ziekte.
23. "Eén dag verzuim kost zeker € 250" (2.3, 2.5, actie 8) — toegevoegd
Was: "Indicatieve premies: niet gevonden. Geen enkele geopende bron noemt bedragen."
Nu: het bedrag staat op bron 34, die het dossier zelf al gebruikte.
Bron: ondernemersplein.overheid.nl, Verzuimverzekering.
24. Sociaal Fonds Kappers (2.4) — toegevoegd
Bron: pensioenkappers.nl — "Als je bedrijf onder de verplichtstelling valt, betaal je in de
meeste gevallen ook premie aan De Stichting Sociaal Fonds voor Opleiding en Ontwikkeling in het
Kappersbedrijf." Een tweede verplichte afdracht die in v1 ontbrak.
25. Kleine details rechtgezet
· art. 3.30 lid 4: kleine spullen worden ineens afgeschreven, niet "mogen" (3.4)
· MIA kent drie categorieën: 45%, 36% en 27% — "tot 45%" is het maximum (3.3)
· EIA/MIA-termijn telt vanaf de besteldatum, niet vanaf offerte, factuur of betaling; voor
voortbrengingskosten geldt een andere termijn (3.3)
· stoelverhuur: 5% geldt branchebreed, bij salons mét personeel is het 2% huurders en 4%
verhuurders (4.2)
· Qredits Duurzaamheidslening: de voorwaarde "je valt niet onder de energiebesparingsplicht"
toegevoegd (3.7)
· eigenrisicodragerschap ZW/WGA als premiedrukker toegevoegd (2.4, actie 8)
· Broodfondssaldo telt mee in box 3 (2.2)
· operational lease botst óók op art. 3.45 lid 2 a (3.6)
Bevestigd, niet gewijzigd: het KIA-hoofdstuk.
De controle toetste hoofdstuk 3.2 expliciet tegen art. 3.44 Wet IB 2001 en de
Belastingdienst-pagina met rekenvoorbeeld, omdat het fiscale dossier
analyses/research/fiscaal-2026-2027.md de nadruk op betalen legt. Uitkomst: dit dossier heeft
gelijk. Art. 3.44 lid 1 begint met "Indien bij het einde van het kalenderjaar het bedrijfsmiddel
nog niet in gebruik is genomen" — is het wél in gebruik, dan mist het artikel toepassing en
geldt de volle KIA ongeacht betaling. De Belastingdienst rekent dat voor: in het jaar van
ingebruikname valt het restant vrij, ook als er dat jaar niets betaald is. De zin in het fiscale
dossier dat de rest van de aftrek dan "definitief weg" is, klopt niet. De formulering in 3.2 en
de volgorde in de Q4-checklist (3.8) zijn daarom ongewijzigd gebleven.