Haarvisie verslagen
← Alle verslagen📄 Download als PDF
🎧 Luister dit verslag
1,0x
⬇️ Download naar telefoon
📖 Lees mee met de podcast

Hallo Jamal, welkom bij deze gesproken samenvatting van het financiële overzicht dat we voor je hebben opgesteld. Zie dit als een snelle duik in de belangrijkste punten van je kennisbank, om je te helpen begrijpen waar je staat, en vooral: waar je naartoe kunt werken. Het doel is simpel: je dagelijks inzicht geven in wat je overhoudt, zorgen dat je niet te veel belasting betaalt, en vooruitkijken naar je pensioen, de toekomst van Dani, en jouw uiteindelijke stop in de zaak.

Goed nieuws trouwens, dit dossier is net nog eens onafhankelijk nagelopen. Dat heeft gezorgd voor een betrouwbaarder beeld, omdat we daardoor een aantal zaken zoals bepaalde belastingtarieven en vrijstellingen definitief hebben kunnen vaststellen. De informatie die je nu hoort, is dus stevig gecheckt.

Laten we beginnen met een heel belangrijk inzicht voor je salons: Winst is geen geld. Dit klinkt misschien vreemd, maar het is cruciaal. Je kunt op papier veel winst maken en toch krap zitten op je bankrekening. Waarom? Omdat zaken als de aflossing van je leningen, je privé-opnames, de BTW die je afdraagt en je inkomstenbelastingaanslag niet als kosten in je winstberekening staan. Maar ze kosten je wel keihard contant geld! Een dashboard dat alleen je winst laat zien, geeft dus een vertekend beeld.

Daarnaast heeft een kapsalon een duidelijk seizoenspatroon. Denk aan de decembermaand, een piek door feestdagen en extra behandelingen. Maar daar staat een diepe dip in januari tegenover, terwijl je vaste lasten doorlopen. Ook de zomermaanden juli en augustus zijn traditioneel rustiger, met daarbovenop het vakantiegeld voor je personeel. Onthoud deze regel: de decemberpiek is eigenlijk geld dat je alvast reserveert voor januari, augustus en natuurlijk de Belastingdienst.

Om dit alles op te vangen, is een goede buffer essentieel. Ik hanteer de vuistregel van drie tot zes maanden vaste lasten apart op een aparte rekening. Voor jou, met personeelskosten, zit je eerder aan de bovenkant van die vuistregel, omdat je personeelsbestand niet zomaar afschaalt. Het Nibud adviseert overigens om maandelijks 10% van je inkomen opzij te zetten, maar geeft geen vaste maandenregel zoals ik die net noemde.

Het allerbelangrijkste om grip te krijgen is je belastingreservering. Jij hebt vier winststromen: je eenmanszaak in Rijswijk, de VOF in Wateringen, Dani Jay BV en je belang in Trend Brands BV. De winst uit Rijswijk en de VOF komt in Box 1 bij jou binnen en wordt, samen met Zvw en tariefaanpassing, al snel afgerekend tegen ongeveer vijftig procent. Er is op dit moment nog wat onduidelijkheid over jouw exacte aandeel in de VOF Wateringen, en dat is een punt dat je boekhouder snel moet vaststellen. Want die verdeling bepaalt niet alleen hoeveel je moet reserveren, maar ook bijvoorbeeld je jaarruimte voor pensioenopbouw.

Mijn advies: open een aparte spaarrekening voor belasting, naast je bufferrekening. Zet daar wekelijks of maandelijks een vast percentage van je winst op. IJk dat percentage op je laatste definitieve belastingaanslag. En de BTW? Die zet je op een derde rekening; dat geld is immers nooit van jou geweest. Ik noem hier bewust geen vast percentage, want jouw persoonlijke situatie, met vrijstellingen en aftrekposten, is uniek. Laat je boekhouder dit percentage één keer goed uitrekenen.

Ook je privé-opnames kunnen veel rust geven als je ze anders aanpakt. Nu doe je het waarschijnlijk ad hoc, wat voor onrust kan zorgen. Het is beter om één vast bedrag per maand naar privé over te maken, als een vast 'salaris'. Stel daar een automatische overboeking voor in. Alles wat overblijft na dit 'salaris', de belasting en de buffer, is dan pas echt vrij vermogen. Zo zie je meteen of de zaak dit vaste salaris kan dragen en koppel je je privé-uitgaven los van de pieken en dalen van je zaak.

Om dit alles te overzien, heb je een dashboard nodig dat je wekelijks of zelfs dagelijks vertelt wat je echt overhoudt. Dat gaat verder dan alleen winst. Het berekent je kale omzet min je inkoop, loonkosten, vaste lasten en je belastingreservering, en dat is dan je *echte* weekresultaat. Daarnaast zie je direct je cashpositie, inclusief aflossingen en privé-salaris. Je wilt tegels zien als 'Omzet per dag', je 'Dekkingspunt per dag' (hoeveel moet je minimaal omzetten om je loon en vaste lasten te dekken), en dan 'Wat hou ik over vandaag'. Ook belangrijk: hoe vol is je belastingpot en je buffer in maanden? En een 'Runway': hoeveel weken kun je verder met je buffer en je belastingoverschot. Let ook goed op je inkoopquote en loonquote per medewerker en vestiging; als die oplopen, daalt je resultaat sneller dan je omzet.

Dan kijken we naar Box 3, wat vooral relevant is voor je vastgoed in Spanje. De tarieven voor 2026 zijn deels voorlopig, maar voor 'overige bezittingen', waaronder je Spaanse vastgoed valt, is het forfaitaire rendement van 6,00% al vastgesteld. Dit wordt belast tegen 36%. Even een illustratieve rekensom: als je Spaanse pand een waarde heeft van bijvoorbeeld 391.000 euro, betekent dat een forfaitair rendement van ruim 23.000 euro, en daarover een Box 3-heffing van ongeveer 8.400 euro, nog vóór je heffingsvrij vermogen.

Maar let op: die 391.000 euro is nu nog een bedrag uit je privé-opnames van 2025. We hebben geen officiële taxatie of aankoopakte voor het Spaanse pand. En dit is heel belangrijk, want de Hoge Raad heeft geoordeeld dat je in Box 3 niet méér belasting hoeft te betalen dan je *werkelijke* rendement. Dit heet de 'tegenbewijsregeling'.

Wat betekent dit voor jou? Als jouw werkelijke rendement op je Spaanse vastgoed – denk aan huurinkomsten plus waardestijging, minus eventuele rente op de schuld – lager is dan die berekende 6,00%, dan kun je dat bewijzen. Je moet dan zelf onderbouwde feiten aanleveren, zoals een taxatie of goed gedocumenteerde marktvergelijking van de waarde per 1 januari en 31 december. Onthoud dat ongedane waardeveranderingen meetellen, maar kosten (behalve rente op schulden) niet aftrekbaar zijn. De Belastingdienst berekent dan zelf welke van de twee – het forfaitaire of jouw werkelijke rendement – voor jou gunstiger is en past die toe. Dit is dus een kans om mogelijk minder belasting te betalen op je Spaanse vastgoed, maar dan moet de waarde ervan wel vastgesteld en bewezen kunnen worden.

Kortom, Jamal, je hebt alle instrumenten in handen om je financiën strak te regelen. Het gaat erom inzicht te krijgen in je cashflow, op tijd te reserveren voor de Belastingdienst, een vast salaris voor jezelf in te stellen en zo je toekomstplanning helder te krijgen. De onzekerheid over je VOF-winst en de waarde van je Spaanse vastgoed zijn de belangrijkste actiepunten voor nu.

Pak dit op samen met je boekhouder en je zult merken dat je veel meer rust en controle krijgt. Zo kun je je richten op wat je het beste doet: prachtige kapsels creëren en ondernemen. Succes!

Dit dossier hoort bij de kennisbank van de digitale boekhouder (map kennis/ in financieel-advies). Verwijzingen naar analyses/... en -CHECK.md slaan op bestanden in die map; de -CHECK is het controlerapport van een tweede model.

Voor: Jamal Benmessaoud (Kapsalon Haarvisie Rijswijk eenmanszaak, HV Wateringen VOF, Dani Jay BV 100%, 25% Trend Brands BV, vastgoed Spanje — waarde nog vast te stellen, zie hoofdstuk 7 — eigen woning NL, zoon Dani 15).
Datum onderzoek: 8 september 2026. Herzien: 9 september 2026.
Doel: per dag zien wat je overhoudt, niet te veel belasting betalen, en vooruitkijken (pensioen, Dani, ooit stoppen).

Let op: dit is kennis, geen advies op maat. Bedragen en percentages zijn overgenomen uit de bronnen onderaan. Alles wat ik niet kon vaststellen staat in hoofdstuk 7.

Versie 2: dit dossier is op 9-9-2026 onafhankelijk nagelopen door een tweede model.
Van de 110 getoetste claims waren er 3 fout en 5 half fout, ontbraken 4 relevante feiten,
en konden 8 voorbehouden uit versie 1 juist worden geschrapt omdat de officiële bron
alsnog is gevonden (verdrag Nederland-Spanje, VPB-tarieven, deelnemingsvrijstelling,
Wet excessief lenen, minimumjeugdloon, groen beleggen, BOR-percentage en BOR-termijnen). Alle wijzigingen staan in het
Correctielogboek onderaan (hoofdstuk 9). Het volledige controlerapport staat in
vermogen-gezin-en-cashflow-CHECK.md.


1. Cashflow en liquiditeit voor een salon

1.1 Winst is geen geld

Winst en cash zijn twee verschillende dingen. Je kunt winst maken en toch krap zitten.

Wat Zit in de winst? Kost of levert cash?
Omzet op rekening (nog niet betaald) Ja Nee, nog niet
Inkoop kleurlijn op voorraad Nee (pas bij verbruik) Ja, meteen
Afschrijving stoelen/inrichting Ja Nee (cash was er al uit)
Aflossing lening Nee Ja
Privé-opname eenmanszaak Nee Ja
Inkomstenbelasting-aanslag Nee (is privé) Ja, hard
Btw-afdracht Nee Ja, elk kwartaal

Kern: de vier grootste cash-lekken zitten niet in de winst: aflossing, privé-opnamen, btw en de IB-aanslag. Een dashboard dat alleen winst toont, liegt.

1.2 Seizoenspatroon kapper

Vaste patronen in een salon (niet uit een bron; dit is een werkaanname die je met je eigen cijfers 2023-2025 moet toetsen):

Periode Patroon Cash-gevolg
December Piek (feestdagen, kleuringen, opsteken) Hoogste week van het jaar
Januari Diepe dip Vaste lasten lopen door
Februari-maart Langzaam herstel
April-juni Stabiel, bruiloftseizoen
Juli-augustus Vakantiedip + vakantiegeld personeel eruit Dubbele klap
September-november Herstel richting piek

Regel: de december-piek is niet van jou. Die is van januari, augustus en de Belastingdienst.

1.3 De buffer

Vuistregel die ik aanhoud: 3 tot 6 maanden vaste lasten apart op een aparte rekening.
Voor een salon met loonkosten zit je aan de bovenkant, want personeel is de grootste vaste post en die kun je niet in een maand afschalen.

Wat Nibud er wel over zegt: leg maandelijks 10% van je inkomen opzij als richtlijn, en gebruik de BufferBerekenaar voor een bedrag op maat. Nibud noemt geen vaste maandenregel.

Let op: de "3 tot 6 maanden" is een praktijkvuistregel, geen wettelijke of Nibud-norm. Ik heb er geen bron voor gevonden.

1.4 Belastingreservering — de belangrijkste knop

Jij hebt vier winststromen: eenmanszaak Rijswijk, VOF Wateringen, Dani Jay BV, en 25% Trend Brands BV. De eerste twee komen in box 1 bij jou binnen en worden aan de top bij 49,50% afgerekend (met Zvw en de tariefsaanpassing erbij: ruwweg 50%).

Let op de cijfers. De prognose 2026 (analyses/winst-voorspeller-2026.md, 7-9-2026) is: Rijswijk ±€99.000 en Wateringen ±€47.000 voor de hele VOF — samen ±€146.000. Die €47.000 is dus niet jouw helft. Jouw aandeel in de VOF staat bovendien niet vast: de winst-voorspeller rekent met ±20%, _TEGENSTRIJDIGHEDEN.md punt 1 noemt een bandbreedte van 10%, 20% en 50%. Jouw deel ligt daarmee ergens tussen ±€4.700 en ±€23.500. Laat de boekhouder de VOF-verdeling één keer hard vaststellen; dat getal bepaalt zowel je reserveringspercentage als je lijfrente-jaarruimte.

Werkwijze:

  1. Open een aparte spaarrekening "Belasting". Niet de buffer-rekening.
  2. Zet er wekelijks of maandelijks een vast percentage van de winst op.
  3. IJk dat percentage op je laatste definitieve aanslag: betaalde IB + Zvw ÷ winst vorig jaar.
  4. Btw gaat op een derde rekening. Btw is nooit van jou geweest.
  5. Herijk het percentage één keer per jaar, na de aanslag.

Let op: ik noem hier bewust geen vast reserveringspercentage. Jouw effectieve druk hangt af van MKB-winstvrijstelling, zelfstandigenaftrek (2026: €1.200), hypotheekrenteaftrek en box 3. Laat de boekhouder dit één keer uitrekenen en zet het daarna vast.

1.5 Privé-opname als salaris

Nu waarschijnlijk ad hoc. Dat is de grootste bron van onrust.

Beter:

Voordeel: je privé-uitgavenpatroon wordt los van de december-piek. En je ziet meteen of de zaak dat salaris kan dragen.

1.6 De weekstaat-formule voor het dashboard

Dit is de formule voor "wat hou ik echt over deze week":

KALE OMZET        = omzet inclusief btw − af te dragen btw
                    (behandeling + verkoop, per vestiging)

MINUS  inkoop     = verbruikte producten deze week (kleur, care, retail-inkoop)
MINUS  loon       = brutolonen + werkgeverslasten + pensioenpremie
                    (weekdeel van de maandloonkosten)
MINUS  vaste lasten = (huur + energie + verzekering + software + leasing
                       + boekhouder + marketing) ÷ 52
MINUS  reservering  = reserveringspercentage × (kale omzet − inkoop − loon − vaste lasten)

= WEEKRESULTAAT (wat er echt bijkomt)

En daarnaast, apart zichtbaar:

CASH DEZE WEEK    = weekresultaat
                    − aflossing leningen (weekdeel)
                    − privé-salaris (weekdeel)
                    + / − mutatie voorraad

Dashboard-tegels die dit vertaalt naar "per dag":

Tegel Berekening
Omzet per dag kale omzet ÷ geopende dagen
Dekkingspunt per dag (loon + vaste lasten per week) ÷ geopende dagen
Wat hou ik over vandaag dagomzet − inkoopquote × dagomzet − dekkingspunt − reservering
Belastingpot saldo reserveringsrekening vs. berekende schuld
Buffer in maanden saldo bufferrekening ÷ maandelijkse vaste lasten
Runway buffer + belastingpot-overschot, in weken

Twee ijkgetallen per medewerker en per vestiging: inkoopquote (inkoop ÷ kale omzet) en loonquote (loonkosten ÷ kale omzet). Loopt één van beide op, dan daalt het weekresultaat sneller dan de omzet.


2. Box 3 in 2026-2028

2.1 De cijfers 2026

Onderdeel 2026 2025
Forfait banktegoeden 1,28% (nog voorlopig) 1,37%
Forfait overige bezittingen 6,00% (definitief) 5,88%
Forfait schulden 2,70% (nog voorlopig) 2,70%
Tarief box 3 36% 36%
Heffingsvrij vermogen €59.357 p.p. €57.684 p.p.
Idem, fiscale partners samen €118.714 —
Schuldendrempel €3.800 p.p. (€7.600 samen) €3.800
Vrijstelling contant geld €672 p.p. (€1.344 samen) €661
Vrijstelling groene beleggingen €26.715 p.p. (€53.430 samen) —

De Belastingdienst zegt er expliciet bij dat de percentages voor banktegoeden en schulden nog voorlopig zijn. Ze worden begin 2027 definitief vastgesteld. Het percentage voor overige bezittingen (6,00%) staat al vast.

Groene beleggingen: de vrijstelling zakt per 1 januari 2027 naar €200 per persoon (€400 samen) en de heffingskorting naar maximaal €2 (€4 samen); de formele afschaffing is verschoven van 2027 naar 1 januari 2028, omdat het eerder voor de Belastingdienst technisch niet haalbaar was. Voor jou pas relevant als je groenfondsen zou aanhouden.

2.2 Wat betekent 6,00% voor Jamal

Spaans vastgoed valt onder "overige bezittingen": 6,00% forfaitair, belast tegen 36%.

Ruwe rekensom over €391.000 (illustratief): €391.000 × 6,00% = €23.460 forfaitair rendement; × 36% = €8.446 box 3-heffing — vóór heffingsvrij vermogen en vóór aftrek ter voorkoming dubbele belasting.

Let op waar die €391.000 vandaan komt. In de jaarrekening is €391.642 het bedrag aan privéopnamen uit Rijswijk in 2025 (analyses/driejaar-overzicht-2023-2025.md). Dat is niet automatisch de waarde van het Spaanse pand: een deel kan naar aankoopkosten, Spaanse belastingen, verbouwing of gewoon privé zijn gegaan. Deze verwarring is eerder al gesignaleerd in analyses/research/fiscaal-2026-2027-CHECK.md. Zolang er geen taxatie of aankoopakte ligt, is elke box 3-som hierboven illustratief, niet indicatief.

Dat is de reden om hoofdstuk 2.4 en 2.5 serieus te nemen.

2.3 Tegenbewijsregeling werkelijk rendement

Waar het vandaan komt: Hoge Raad 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:704 (en de arresten van dezelfde dag). De Hoge Raad oordeelde dat ook de Herstelwet in strijd is met artikel 1 EP en artikel 14 EVRM:

"In overeenstemming met de beslissing van de Hoge Raad in het arrest van 24 december 2021, moet daarom worden aangenomen dat ook bij degene die door het forfaitaire stelsel van de Herstelwet wordt geconfronteerd met een heffing naar een voordeel uit sparen en beleggen dat hoger is dan het werkelijke rendement, daardoor een schending optreedt van zijn door artikel 1 EP in samenhang met artikel 14 EVRM gewaarborgde rechten." (r.o. 5.3.7)

Hoe je het werkelijke rendement moet berekenen — de vijf regels van de Hoge Raad:

Regel Wat de Hoge Raad zei
Hele vermogen "dient het rendement op het gehele vermogen van de belastingplichtige in box 3 in de beschouwingen te worden betrokken" (5.4.2) — dus niet per bezitting cherry-picken
Ongerealiseerde waardeverandering telt mee "niet alleen de voordelen die worden getrokken uit vermogensbestanddelen in box 3, zoals rente, dividend en huur, maar ook de positieve en negatieve waardeveranderingen" (5.4.8)
Geen kostenaftrek "Bij de vaststelling van het rendement op bezittingen kan geen rekening worden gehouden met kosten" (5.4.9)
Wel renteaftrek op schulden "de werkelijke renten die met deze schulden verband houden [kunnen] worden afgetrokken" (5.4.10)
Nominaal, geen inflatiecorrectie "dient bij de bepaling van het werkelijke rendement te worden gekeken naar het nominale rendement" (5.4.4)
Geen heffingsvrij vermogen het rendement wordt berekend "zonder aftrek van het bedrag van het heffingvrije vermogen" (5.4.2)

Wie moet het bewijzen? Jij. De Hoge Raad (r.o. 5.4.11): de belastingplichtige "dient feiten te stellen, en in geval van betwisting aannemelijk te maken, waaruit volgt wat de omvang is van dat werkelijke rendement". Voor het Spaanse pand betekent dat: zelf een onderbouwde waarde per 1 januari én per 31 december regelen (taxatie of een goed gedocumenteerde marktvergelijking). Zonder dat bewijs is er geen tegenbewijs.

Hoe je het indient:

Wat de Belastingdienst zelf noemt als "werkelijk rendement": ontvangen rente, ontvangen dividend, kale huur (huur minus servicekosten), en de waardestijging = waarde 31 december minus waarde 1 januari, gecorrigeerd voor aan- en verkopen. Onderhouds- en servicekosten zijn niet aftrekbaar. Alleen betaalde rente op schulden gaat eraf. Er is één uitzondering op het kostenverbod: investeringen in een tweede woning die de WOZ-waarde verhogen.

Voor Jamal betekent dat: het Spaanse vastgoed is alleen kansrijk voor tegenbewijs als de waarde vrijwel niet stijgt in een jaar. Stijgt de Spaanse woning in waarde, dan telt die stijging mee als rendement, ook zonder verkoop. Dan is 6,00% forfaitair mogelijk gunstiger dan de werkelijkheid. Dit moet je per jaar narekenen, niet één keer.

2.4 Wet werkelijk rendement — status

Wat Stand
Beoogde ingangsdatum 1 januari 2028
Aangenomen Tweede Kamer 12 februari 2026
Eerste Kamer nog niet aangenomen. Plenaire behandeling 30 juni 2026, vier moties ingediend. De stemming over het wetsvoorstel is op verzoek van het lid Crone uitgesteld tot de plenaire behandeling van de aangekondigde novelle(s). Op 7 juli 2026 is gestemd over de motie-Schalk c.s. "over geen bezwaar tegen het intrekken van het wetsvoorstel". Op 19 juni 2026 deelde het kabinet mogelijke verbeteringen, uit te werken in het Belastingplan 2027
Was eerder gepland op 2027, uitgesteld in december 2024 vanwege de box 3-hersteloperatie en de ICT-vernieuwing bij de Belastingdienst

De ingangsdatum 2028 is dus niet zeker. Zolang de Eerste Kamer de stemming aanhoudt tot er een novelle ligt, kan zowel de datum als de inhoud nog schuiven. Blijf dit elk halfjaar checken.

Twee regimes, niet één. De hoofdregel is een vermogensaanwasbelasting: werkelijke inkomsten plus de waardeontwikkeling, ook ongerealiseerd. Maar voor onroerende zaken (en aandelen in startende ondernemingen) geldt een uitzondering: een vermogenswinstbelasting, waarbij de waardeontwikkeling pas belast wordt bij realisatie, zoals bij verkoop. Huur en dividend blijven belast in het jaar van ontvangst. Voor jouw Spaanse pand betekent dat: géén jaarlijkse heffing over papieren waardestijging, maar één afrekening bij verkoop.

Voor een tweede woning in eigen gebruik komt daar een jaarlijkse vastgoedbijtelling van 3,35% van de WOZ-waarde (cijfer 2028) bij, waarop werkelijke onderhoudskosten in mindering mogen komen. Die 3,35% is onderdeel van het wetsvoorstel zelf, niet een schatting van een adviseur.

Let op: voor buitenlands vastgoed bestaat geen WOZ-waarde — hoe de vastgoedbijtelling en de openingswaarde daar precies uitpakken, staat nog niet hard. Blijven volgen tot de wet definitief is.

2.5 Spaans vastgoed in box 3

Waardering: buitenlands vastgoed wordt gewaardeerd op de waarde in het economisch verkeer in onbewoonde en onverhuurde staat, per peildatum 1 januari. Niet op WOZ (die bestaat daar niet) en niet op de Spaanse valor catastral.

Voorkoming dubbele belasting: Nederland belast je wereldvermogen in box 3, maar geeft een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting volgens de vrijstellingsmethode met evenredigheidsbreuk. De rechtsgrond is niet het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 maar het belastingverdrag Nederland-Spanje van 16 juni 1971: het Bvdb geldt alleen "voorzover niet op andere wijze in het voorkomen van dubbele belasting is voorzien" (art. 1 lid 2 Bvdb), en met Spanje is er een verdrag. De relevante artikelen:

Dat is precies de evenredigheidsbreuk hieronder.

De breuk:

Situatie Teller Noemer
Forfaitair rendement forfaitair buitenlands inkomen forfaitair wereldinkomen
Werkelijk rendement (tegenbewijs) werkelijk buitenlands inkomen werkelijk wereldinkomen

Let op: de voorkoming gaat niet vanzelf. Ze wordt alleen verleend als het pand in de aangifte als buitenlands bezit is aangemerkt. Laat de boekhouder de aangiften 2023, 2024 en 2025 hierop nakijken en de aftrek narekenen op de laatste aanslag.

Praktisch: Spanje heft daarnaast zelf: IRNR (niet-ingezetenenbelasting, een forfait op de valor catastral), gemeentelijke IBI, en boven een drempel impuesto sobre el patrimonio per autonome regio. Die Spaanse kant is uitgewerkt in het zusterdossier kennis/spanje-vastgoed-en-verdrag.md — kort samengevat: de vermogensbelasting speelt pas boven €700.000 per persoon en is voor jou dus niet aan de orde, maar de jaarlijkse modelo 210 voor de IRNR wél, per eigenaar en per jaar, ook zonder verhuur.

2.6 Partnerverdeling box 3

De gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (box 3) mag door fiscale partners vrij verdeeld worden (art. 2.17 lid 2 Wet IB 2001: "in de onderlinge verhouding die zij daarvoor ieder jaar bij het doen van aangifte kiezen"). De regel: "iedere verdeling mag, als het totaal maar 100% is." Kies je niets, dan krijgt ieder de helft (lid 3).

Kleine maar nuttige precisering: de box 3-grondslag is formeel géén "gemeenschappelijk inkomensbestanddeel" — dat zijn alleen de eigen woning, het inkomen uit aanmerkelijk belang en de persoonsgebonden aftrek (art. 2.17 lid 5). De box 3-grondslag heeft een eigen regeling met dezelfde vrije verdeling.

Je kunt de verdeling nog wijzigen zolang de aanslag van jullie beiden nog niet onherroepelijk vaststaat, en zelfs tot zes weken na een arrest van de Hoge Raad waardoor de aanslag onherroepelijk wordt (art. 2.17 lid 4). Een verkeerde keuze in de aangifte is dus te herstellen.

Wanneer bewust bij Jamal laten:

Wanneer juist niet bij hem laten:

Praktisch: de online aangifte laat je de gevolgen van verschillende verdelingen zien voordat je kiest. Doe dat elk jaar opnieuw — de optimale verdeling verschuift.

2.7 Schulden en box 3

Schuld Telt mee in box 3?
Hypotheek eigen woning NL Nee — die zit in box 1 (eigenwoningregeling)
Financiering tweede woning / Spaans vastgoed Ja
Consumptief krediet Ja
Financiering aandelen/obligaties (privé) Ja
Studieschulden Ja
Erfbelastingschuld Ja
Nog te betalen rekeningen en andere kortlopende schulden Ja (boven de drempel)

Schulden gaan pas van de bezittingen af boven de schuldendrempel van €3.800 per persoon (€7.600 samen). De wet kent maar vier soorten schulden die helemaal niet meetellen (art. 5.3 lid 3 Wet IB 2001): verplichtingen die tot persoonsgebonden aftrek leiden, bepaalde periodieke uitkeringen, belastingschulden — met de erfbelasting als uitzondering daarop — en één Natuurschoonwet-verplichting. Een gewone kortlopende schuld telt dus gewoon mee; er bestaat géén uitzondering voor "termijnen korter dan een jaar". En ze tellen tegen 2,70%, terwijl het bezit tegen 6,00% telt. Dat verschil van 3,3 procentpunt is precies de reden waarom een box 3-bezitting met een lening erop fiscaal duur is: je wordt belast alsof het bezit 6% oplevert, maar je mag maar 2,70% van de schuld aftrekken.


3. Eigen woning

3.1 Eigenwoningforfait 2026

WOZ-waarde Percentage
tot €12.500 0%
€12.500 – €25.000 0,10%
€25.000 – €50.000 0,20%
€50.000 – €75.000 0,25%
€75.000 – €1.350.000 0,35%
boven €1.350.000 €4.725 + 2,35% over het meerdere

3.2 Hypotheekrenteaftrek 2026 — maximaal tarief

Onderdeel 2026 2025
Inkomensgrens waarboven de beperking speelt €78.426 €76.817
Percentage tariefsaanpassing 11,94% —
Maximaal aftrektarief hypotheekrente 37,56% 37,48%

De Belastingdienst schrijft: "Het percentage van de tariefsaanpassing is in 2026 11,94%. Door de aanpassing wordt in 2026 in de hoogste belastingschijf de aftrek van de hypotheekrente beperkt tot 37,56%."

De beperking geldt niet alleen voor rente, maar voor alle aftrekbare kosten eigen woning: erfpachtcanon, notaris- en advieskosten voor de hypotheek.

Voor Jamal, marginaal ±50%: hij betaalt over de top 49,50%, maar krijgt over hypotheekrente maar 37,56% terug. Het gat is bijna 12 procentpunt.

3.3 Wet Hillen 2026

Aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld: 71,867% van het verschil tussen eigenwoningforfait en aftrekbare kosten in 2026. De afbouw is versneld: einddatum gaat van 2048 naar 2041.

3.4 Aflossen versus beleggen bij marginaal 50%

Dit is de belangrijkste sommetjes-vraag in het dossier.

Argument Voor aflossen Voor beleggen
Rendement op aflossen hypotheekrente × (1 − 0,3756) netto, risicoloos —
Rendement op beleggen — verwacht rendement, maar belast in box 3 tegen 6,00% × 36% = 2,16% van de waarde per jaar
Zekerheid volledig zeker niet zeker
Liquiditeit geld zit vast in de stenen wel liquide
Effect op box 3 vermogen dat je aflost, zit daarna niet meer in box 3 vermogen blijft in box 3

De kern: aflossen verlaagt je box 3-vermogen én je box 1-rentelast. Beleggen in privé kost je 2,16% van de waarde per jaar aan box 3-heffing, ongeacht of je rendement haalt. Bij een lage hypotheekrente wint beleggen meestal alsnog; bij een hoge rente wint aflossen bijna altijd.

Let op: Jamals hypotheek is onbekend (rente, restschuld, aflosvorm, of het een aflossingsvrije pre-2013-hypotheek is). Zonder die drie gegevens is deze afweging niet te maken. Zie hoofdstuk 6, actie 3.

3.5 Hypotheek van de eigen BV

Het kan: Dani Jay BV verstrekt de hypotheek op de eigen woning in plaats van de bank.

Voorwaarden op hoofdlijnen:

Fiscaal effect: de rente is bij Jamal aftrekbaar in box 1 tegen maximaal 37,56%; bij de BV is de ontvangen rente belast met vennootschapsbelasting (19% tot €200.000). Het verschil is smal, maar positief, en het geld blijft in de familie.

Wet excessief lenen bij eigen vennootschap — de cijfers. Leen je meer dan €500.000 van je eigen BV, dan wordt het meerdere als fictief regulier voordeel in box 2 belast (art. 4.13 lid 1 onderdeel f en art. 4.14a lid 2 Wet IB 2001). Dat bedrag geldt voor jou en Asuman samen, niet per persoon (lid 3), en wordt gemeten op 31 december tegen nominale waarde (lid 4).

De eigenwoning-uitzondering is voorwaardelijk: een eigenwoningschuld telt alleen niet mee "voor zover ter zake van die eigenwoningschuld een recht van hypotheek op de eigen woning is verstrekt aan de vennootschap" (lid 6). Voor een op 31 december 2022 al bestaande eigenwoningschuld geldt overgangsrecht zonder die hypotheekeis. Vertaald: wil je dat Dani Jay BV de hypotheek verstrekt zonder dat het bedrag in de €500.000-teller loopt, dan moet er echt een hypotheekrecht naar de BV bij de notaris — niet alleen een leenovereenkomst.

3.6 Overwaarde

Overwaarde is geen cash. Drie routes: (1) laten zitten — kost niets, houdt box 3 laag want de eigen woning zit in box 1; (2) opnemen en beleggen — de opname is dan géén eigenwoningschuld, rente niet aftrekbaar in box 1, schuld telt in box 3 tegen 2,70% terwijl de belegging tegen 6,00% telt: fiscaal ongunstig; (3) opnemen en in de zaak stoppen — zakelijk vermogen, geen box 3, rente wordt bedrijfslast.

Bijleenregeling: verkoop je met overwaarde en koop je opnieuw, dan beperkt de bijleenregeling je nieuwe eigenwoningschuld. Zie het hoofdstuk in Fiscale Informatie 2026.


4. Gezin en overdracht

4.1 Huwelijksgoederenregime

Getrouwd Regime Gevolg
Vóór 1 januari 2018 Algehele gemeenschap van goederen Alles is samen: voorhuwelijks vermogen, erfenissen, schenkingen — tenzij expliciet anders bepaald
Vanaf 1 januari 2018 Beperkte gemeenschap "Al uw persoonlijke bezittingen en schulden die u vóór het trouwen heeft, blijven van u alleen." Erfenissen en schenkingen blijven privé, tenzij de gever anders bepaalde

Voor Jamal, als het huwelijk vóór 2018 is gesloten en er geen huwelijkse voorwaarden zijn:

Notaris.nl: bij beide regimes kunnen echtgenoten via huwelijkse voorwaarden alsnog het ondernemingsvermogen afschermen van het privévermogen. Huwelijkse voorwaarden kunnen ook tijdens het huwelijk worden gemaakt of gewijzigd, via de notaris. Richtprijs bij notaris.nl: vanaf ongeveer €950 inclusief btw en registratie.

Actiepunt: opvragen bij de notaris of er huwelijkse voorwaarden zijn en wat er precies in staat. Zie hoofdstuk 6, actie 1.

4.2 Testament en levenstestament voor een ondernemer

Twee verschillende documenten. Je hebt ze allebei nodig.

Testament Levenstestament
Werkt vanaf overlijden zodra je het zelf niet meer kunt (coma, ziekte, ongeval)
Regelt wie erft wat, executeur, bewind, voogdij wie je financiële, medische en persoonlijke zaken doet
Voor de salon wie krijgt de onderneming, en onder welke voorwaarden wie mag morgen de lonen betalen, de bank aansturen, de leveranciers betalen

Notaris.nl over het levenstestament: het is een document waarin je "vastlegt wie uw financiële, medische en persoonlijke zaken regelt als u dat zelf niet meer kunt." De notaris toetst daarbij je wilsbekwaamheid.

Het scenario dat Jamal moet uitsluiten: drie weken ziekenhuis. Zonder levenstestament kan niemand bij de zakelijke rekeningen — geen loon, geen leveranciers. De rechter moet dan een bewindvoerder benoemen, en dat duurt weken.

Wat er minimaal in moet:

4.3 Schenken aan Dani (15 jaar) — vrijstellingen 2026

Vrijstelling Bedrag 2026 Voorwaarde
Jaarlijkse vrijstelling ouder → kind €6.908 per kalenderjaar; beide ouders samen tellen als één schenker
Jaarlijkse vrijstelling → overige verkrijgers (kleinkind, ander) €2.769 per kalenderjaar
Eenmalig verhoogd, vrij besteedbaar €33.129 kind tussen 18 en 40 jaar, uiterlijk op de 40e verjaardag; kind doet aangifte
Eenmalig verhoogd, dure studie €69.009 kind 18-40; studie kost minstens €20.000 per jaar; notariële akte vereist
Eenmalig verhoogd, eigen woning ("jubelton") afgeschaft "Vanaf 1 januari 2024 bestaat de vrijstelling voor de eenmalig verhoogde vrijstelling voor de eigen woning niet meer"

Tarieven schenkbelasting 2026 boven de vrijstelling: kind 10% tot €158.669 en 20% daarboven; kleinkind 18% / 36%; overig 30% / 40%.

Voor Dani (15): de eenmalig verhoogde vrijstellingen kunnen nog niet; de jaarlijkse €6.908 wel. Vijftien jaar × €6.908 is meer dan €100.000 buiten de nalatenschap zonder één euro schenkbelasting. Doe het op een rekening op naam van Dani, of onder bewind tot bijvoorbeeld zijn 25e — dat regel je bij de notaris.

Let op: een schenking aan een minderjarig kind valt in box 3 bij de ouders — het vermogen van minderjarige kinderen wordt aan de ouders toegerekend. Het schuift dus wel uit de erfbelasting, maar nog niet uit jouw box 3.

4.4 Dani op de loonlijst — mag dat?

Ja, met harde grenzen. Dani is 15.

Uren (Arbeidstijdenwet, 15 jaar):

Maximum
Per schooldag 2 uur
Per niet-schooldag / vakantiedag 8 uur
Per schoolweek 12 uur
Per vakantieweek 40 uur
Dagen per week 5
Werktijden tussen 07:00 en 19:00
Vakantieweken per jaar 6, waarvan maximaal 4 aaneengesloten
Rust per etmaal minimaal 12 uur onafgebroken, met daarin 19:00-07:00 (in een vakantieweek 21:00-07:00)
Pauze 30 minuten aaneengesloten bij meer dan 4,5 uur werk
Zondag in beginsel niet; en minstens 5 zondagen per 16 weken helemaal vrij
Schooltijd nooit onder schooltijd werken

Onder strikte voorwaarden mag doorgewerkt worden tot 20:00 op een schooldag en 21:00 in een vakantie. Alle normen hierboven staan in de Nadere regeling kinderarbeid (art. 4:2 voor schoolweken en art. 5:2 voor vakantieweken); het verbod op werken onder schooltijd in art. 3:2 lid 2 Arbeidstijdenwet.

Werk (wat mag en niet mag):

Mag Mag niet
Licht, niet-industrieel werk Fabriekswerk of werken met machines
Winkelwerk: vakken vullen, helpen inpakken Kassa bedienen
Lichte keuken- en voorbereidingswerkzaamheden Werken met gevaarlijke of giftige stoffen
Klusjes in recreatie, camping, museum Tillen boven 10 kg; duwen/trekken boven 20 kg
Bedienen waar alcohol wordt geschonken

Vertaald naar de salon: Dani mag opruimen, handdoeken vouwen, voorraad wegzetten, klanten ontvangen, koffie zetten, schoonmaken (mits zonder gevaarlijke middelen). Hij mag geen kassa bedienen en niet met kleur- of blondeermiddelen werken — dat zijn gevaarlijke stoffen.

Tarief: het wettelijk minimumjeugdloon voor 15-jarigen is €4,41 bruto per uur per 1 januari 2026 en €4,50 bruto per uur per 1 juli 2026 (30% van het volwassen minimumuurloon, dat per 1 juli 2026 €14,99 is). Bij 12 uur in een schoolweek is dat ±€54 bruto per week.

Fiscaal: een reëel loon voor reëel werk is een aftrekbare bedrijfslast bij ±50% marginaal, terwijl Dani zelf onder de algemene heffingskorting valt en waarschijnlijk niets betaalt. Dat is een legitieme verschuiving. Het moet wel écht werk zijn, met een echte urenregistratie. Een schijnloon is een correctie plus boete.

4.5 Erfbelasting 2026 — vrijstellingen

Verkrijger Vrijstelling 2026
Echtgenoot / geregistreerd partner €828.035
Kind / stiefkind €26.230
Kleinkind €26.230
Achterkleinkind €2.769
Kind met een beperking (voorwaarden) €78.671
Ouder €62.110 (ouders samen)
Overig (broer, zus, vriend) €2.769

4.6 Erfbelasting 2026 — tarieven

Deel van de erfenis boven de vrijstelling Partner / kinderen Kleinkinderen Overige erfgenamen
tot €158.669 10% 18% 30%
boven €158.669 20% 36% 40%

Wijziging per 2026: de aangiftetermijn erfbelasting is verlengd van 8 naar 20 maanden (art. 45 lid 1 Successiewet 1956: "niet eerder verstrijkt dan twintig maanden na het overlijden"). De nieuwe termijn geldt voor overlijdens vanaf 1 januari 2026; bij een overlijden in 2025 geldt nog de oude termijn van 8 maanden.

Ruwe orde van grootte: een nalatenschap van €1 miljoen volledig naar Dani = €26.230 vrij, 10% over €158.669 (€15.867) en 20% over de rest (ruim €163.000). Samen zo'n €179.000 erfbelasting. Vandaar: nu schenken en de BOR bekijken.

4.7 Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) — hoofdlijnen

De BOR is de grootste vrijstelling in de Successiewet. Wie een onderneming erft of geschonken krijgt en die voortzet, krijgt in 2026 tot €1.543.500 aan ondernemingsvermogen volledig vrijgesteld.

Boven dat bedrag geldt een vrijstelling van 75% van het meerdere. Beide percentages staan gewoon in de wet: art. 35b lid 1 Successiewet 1956.

Voorwaarden, met de termijnen erbij (art. 35b t/m 35e SW):

Wat dit voor Dani betekent. Dani is 15. Een BOR-schenking van de salons kan pas vanaf zijn 21e — dat is over ongeveer zes jaar. Tot die tijd werkt de BOR alleen als vangnet bij overlijden. Dat is geen reden om te wachten met de scan: de bezitstermijn van 5 jaar voor de schenker en de vraag welk vermogen als ondernemingsvermogen kwalificeert, wil je nú weten.

Wijzigingen per 1 januari 2026: de langere bezitseis voor oudere schenkers ("rollatorconstructies") staat in de wet: de termijnen worden verlengd met zes maanden per jaar dat de erflater bij overlijden meer dan twee jaar ouder is dan de AOW-leeftijd, respectievelijk de schenker meer dan zes jaar ouder (art. 35d lid 2 en 3 SW). Volgens PwC (samengevat in zoekresultaten, door mij niet in een officiële bron teruggevonden) gelden daarnaast: een verbod op dubbele BOR-toepassing, een wettelijke definitie van preferente aandelen die in beginsel niet meer kwalificeren, en het uitgangspunt dat herstructureringen niet meer automatisch tot een nieuwe bezits- of voortzettingstermijn leiden.

Let op: het bedrag €1.543.500, de 75%, de bezits- en voortzettingstermijnen en de leeftijdseis komen rechtstreeks uit de Successiewet 1956 (tekst 1-1-2026). Alleen de drie PwC-punten hierboven over 2026 (verbod dubbele BOR, definitie preferente aandelen, herstructureringen) heb ik niet in een officiële bron kunnen terugvinden — laat die door een estate planner bevestigen.

Voor Jamal: de salons zijn echte ondernemingen en kwalificeren waarschijnlijk. Het Spaanse vastgoed en spaargeld in de BV zijn beleggingsvermogen en kwalificeren waarschijnlijk niet. Hoe meer vermogen je in beleggingsvorm ophoopt in plaats van in de onderneming, hoe kleiner het BOR-bereik.

4.8 Spanje: erfrecht en erfbelasting

Welk recht geldt? De Europese erfrechtverordening (650/2012) regelt dat één rechtsstelsel de hele nalatenschap beheerst. Hoofdregel: het recht van het land van je laatste gewone verblijfplaats. Maar je mag kiezen voor het recht van je nationaliteit.

Voor Jamal betekent dat: maak in het testament een expliciete rechtskeuze voor Nederlands recht. Zonder die keuze en met een woonplaats in Nederland geldt Nederlands recht al, maar de rechtskeuze maakt het hard richting de Spaanse notaris en het Spaanse kadaster.

Waarom dat uitmaakt: het Spaanse erfrecht kent een legítima, een dwingend erfdeel: "The legitimate portion of children and descendants comprises two-thirds of the estate." Onder Spaans recht ben je dus veel minder vrij dan onder Nederlands recht. Spanje kent bovendien zeven erfrechtstelsels: het Burgerlijk Wetboek plus eigen regimes in Aragón, Catalonië, de Balearen, Navarra, Baskenland en Galicië.

Europese erfrechtverklaring: met dit document bewijs je in heel de EU je positie als erfgenaam, zonder extra formaliteiten per land. Denemarken en Ierland doen niet mee aan de verordening.

Belangrijk: de erfrechtverordening gaat niet over belasting. "Succession tax matters fall outside the regulation's scope." Spanje kan dus erfbelasting heffen over het Spaanse onroerend goed, ook als Nederlands erfrecht van toepassing is. Nederland heft daarnaast op grond van woonplaats.

Let op: de Spaanse Impuesto sobre Sucesiones y Donaciones verschilt sterk per autonome regio en de tarieven heb ik niet kunnen verifiëren. Zie hoofdstuk 7.


5. Vermogen opbouwen naast de zaak

5.1 De tarieven waar je tussen kiest — 2026

Stelsel Tarief 2026
Box 1, schijf 1 (tot €38.883) 35,75%
Box 1, schijf 2 (€38.883 – €78.426) 37,56%
Box 1, schijf 3 (boven €78.426) 49,50%
Box 2, tot €68.843 (partners €137.686) 24,50%
Box 2, daarboven 31%
Box 3 36% over forfaitair rendement
Vennootschapsbelasting, winst tot €200.000 19%
Vennootschapsbelasting, winst daarboven 25,8%

Alle bedragen en percentages in deze tabel staan letterlijk in de wettekst per 1-1-2026: box 1 in art. 2.10 Wet IB 2001, box 2 in art. 2.12, box 3 in art. 2.13 en de VPB in art. 22 Wet Vpb 1969 (tot €200.000 → 19%; daarboven €38.000 + 25,8%).

Kanttekening bij schijf 1: de wet noemt daar 8,10%. Dat is alleen het belastingdeel; met 27,65% premie volksverzekeringen erbij kom je op de 35,75% die je feitelijk betaalt. In schijf 2 en 3 zit geen premiedeel meer.

5.2 Sparen of beleggen in de BV versus privé

Privé (box 3): een belegging van €100.000 kost je jaarlijks €100.000 × 6,00% × 36% = €2.160 aan box 3-heffing, ook in een jaar met nul rendement.

In de BV: het werkelijke rendement is belast met VPB (19% tot €200.000 winst). Haal je het er later uit als dividend, dan komt daar box 2 overheen (24,5% / 31%).

Gecombineerde druk bij uitkeren, ruw: ±38,8% in de eerste box 2-schijf en ±44,1% in de tweede.

Privé (box 3) In de BV
Basis van heffing fictief rendement, ook bij verlies werkelijk resultaat
Jaarlijkse last bij 0% rendement 2,16% van de waarde nihil
Jaarlijkse last bij 10% rendement 2,16% van de waarde 19% VPB over het resultaat
Bij uitkeren naar privé niets extra box 2 erbovenop
Deelnemingsvrijstelling n.v.t. n.v.t. bij gewone beleggingen — die geldt alleen bij belangen van minimaal 5% in een andere vennootschap

Kern: in een jaar met weinig of geen rendement is de BV goedkoper. In een jaar met hoog rendement is box 3 relatief goedkoper, want die 6,00% is dan lager dan het werkelijke rendement. Zolang je het geld niet nodig hebt in privé, houdt de BV het langer onbelast aan het werk.

Let op: de Wet werkelijk rendement (2028) haalt dit voordeel grotendeels weg, want dan wordt box 3 ook op werkelijk resultaat belast. Bouw geen structuur die alleen op het huidige forfait leunt.

5.3 Deelnemingsvrijstelling — wat het wel en niet is

De deelnemingsvrijstelling stelt voordelen uit een deelneming vrij van vennootschapsbelasting. Vuistregel: een belang van minimaal 5% in een andere vennootschap.

De wettelijke basis staat in art. 13 Wet Vpb 1969: lid 2 onderdeel a eist "ten minste 5% van het nominaal gestorte kapitaal". Lid 9 kent één belangrijke uitzondering: de vrijstelling geldt niet voor een "als belegging gehouden deelneming (beleggingsdeelneming) ... tenzij sprake is van een kwalificerende beleggingsdeelneming". Trend Brands is een echte onderneming, dus die uitzondering speelt daar niet.

Actie: laat de boekhouder vaststellen hoe het 25%-belang in Trend Brands nu gehouden wordt — privé of via een BV. Dat ene feit bepaalt of een verkoopwinst straks onder box 2 valt of onder de deelnemingsvrijstelling.

5.4 Lijfrente

Zie het pensioendossier. Kort: een lijfrentestorting is aftrekbaar in box 1 tegen het marginale tarief (bij Jamal richting 49,50%) en het opgebouwde vermogen valt buiten box 3. Bij uitkering betaal je box 1 over een lager tarief, want dan is er meestal geen 49,50% meer. Voor een ondernemer met ±50% marginaal is dit vrijwel altijd het eerste dat je vult voordat je in box 3 gaat sparen.


6. Wat dit voor Jamal betekent — 11 acties op prioriteit

# Actie Waarom Prioriteit Bij wie
1 Huwelijksgoederenregime opvragen bij de notaris: zijn er huwelijkse voorwaarden, en zo nee, is het algehele gemeenschap (huwelijk vóór 2018)? Bepaalt of de salons, de BV-aandelen en het Spaanse pand civiel van jullie samen zijn. Alle andere planning hangt hieraan. Nu Notaris
2 Levenstestament laten maken met zakelijke volmachten per vestiging + reservegevolmachtigde Zonder dit staat de salon stil bij ziekte of ongeval. Personeel krijgt geen loon. Nu Notaris
3 Hypotheekgegevens op tafel: restschuld, rente, rentevastperiode, aflosvorm, WOZ Zonder deze vier getallen kan de aflossen-versus-beleggen-vraag niet beantwoord worden. Nu Zelf / bank
3b Twee eigen cijfers hard vaststellen: (a) jouw winstaandeel in de VOF Wateringen, (b) de waarde van het Spaanse pand Zonder (a) klopt je belastingreservering én je lijfrente-jaarruimte niet; zonder (b) is elke box 3-som een slag in de lucht. Nu Boekhouder / taxateur
4 Belastingreservering instellen: aparte rekening, vast percentage, geijkt op de laatste aanslag Grootste bron van cashstress. Fixt december-piek versus januari-dip. Nu Boekhouder
5 Privé-opname omzetten in vast maandsalaris met automatische overboeking Haalt de ad-hoc-opnamen uit de cashflow en maakt het dashboard betrouwbaar. Nu Zelf
6 Testament (her)zien met rechtskeuze Nederlands recht, expliciet vanwege Spanje Zonder rechtskeuze kan een Spaanse legítima-discussie ontstaan. Ook: wie neemt de salon over? Kwartaal Estate planner / notaris
7 Box 3-tegenbewijs voor Spanje narekenen, per jaar: is de werkelijke waardestijging + huur lager dan 6,00%? Kan meerdere duizenden euro's per jaar schelen. Maar alleen in jaren zonder waardestijging. Kwartaal Boekhouder
8 Schenkplan Dani starten: €6.908 per jaar, onder bewind tot bijvoorbeeld 25 jaar Vijftien jaar × €6.908 gaat belastingvrij uit de nalatenschap. Elk overgeslagen jaar is weg. Kwartaal Notaris
9 BOR-scan op de twee salons en de BV's: wat kwalificeert als ondernemingsvermogen en wat als belegging? Bepaalt of Dani straks €1.543.500 vrijgesteld erft of vol 10%/20% betaalt. Let op: schenken onder de BOR kan pas als Dani 21 is; tot die tijd werkt de BOR alleen bij overlijden. De bezitstermijn van 5 jaar voor de schenker begint wel nú te tellen. Halfjaar Estate planner
10 Vermogensroute kiezen: lijfrente eerst, dan BV, dan box 3 — en vastleggen wat waar heen gaat Bij ±50% marginaal is de volgorde belangrijker dan het rendement. Halfjaar Boekhouder + pensioendossier

Twee bonusacties zonder prioriteitsscore:


7. Wat ik niet kon vaststellen

Onderwerp Waarom niet Wat te doen
Jamals hypotheek Niet aangeleverd: restschuld, rente, aflosvorm, WOZ-waarde onbekend Opvragen bij de bank
Huwelijksgoederenregime Ik weet niet of er huwelijkse voorwaarden zijn en van wanneer het huwelijk dateert Notaris raadplegen
Waarde van het Spaanse pand De €391.000 die overal rondgaat, is in de jaarrekening de privéopname uit Rijswijk in 2025, niet een taxatie Taxatie of aankoopakte opvragen; tot die tijd zijn alle box 3-sommen illustratief
Jouw aandeel in de VOF Wateringen 50%, 20% of 10%? De aangifte IB 2023 wijst op 20%, jouw eigen opgave op 50% Boekhouder één keer laten vaststellen (staat ook als open vraag in _TEGENSTRIJDIGHEDEN.md punt 1)
BOR 2026: verbod dubbele toepassing, preferente aandelen, herstructureringen Alleen bij PwC in zoekresultaten gevonden, niet in de wettekst of bij de Belastingdienst Estate planner
Spaanse erfbelasting (ISD): tarieven per autonome regio Geen betrouwbare bron geopend; verschilt sterk per regio Spaanse gestor of NL-adviseur met Spanje-praktijk
Nibud-buffer in maanden vaste lasten Nibud noemt geen maandenregel, alleen de 10%-spaarregel en de BufferBerekenaar De "3 tot 6 maanden" is een praktijkvuistregel, geen norm
Buitenlands vastgoed onder de Wet werkelijk rendement Er bestaat geen WOZ-waarde in Spanje; hoe de vastgoedbijtelling en de openingswaarde daar uitpakken, staat nergens hard Volgen tot de wet definitief is
Wet werkelijk rendement: definitieve inhoud en datum De Eerste Kamer houdt de stemming aan tot er een novelle ligt Halfjaarlijks herchecken op eerstekamer.nl, dossier 36.748
Vergelijkingscijfers 2025 (heffingsvrij vermogen €57.684, contant geld €661) De 2025-pagina's zijn bij de hercontrole niet geopend Alleen relevant bij een oude aangifte
Cijfers Jamal zelf Ik heb geen aangiften of jaarrekeningen zelf gezien; de winstcijfers komen uit analyses/winst-voorspeller-2026.md en zijn prognoses Alle rekensommen in dit dossier zijn illustratief

8. Bronnen

Alle bronnen hieronder zijn daadwerkelijk geopend op 8 september 2026.

Belastingdienst

  1. Box 3-inkomen 2026 (forfaits, heffingsvrij vermogen, schuldendrempel) — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/box-3/content/berekening-box-3-inkomen-2026
  2. Box 3: uitleg en tarieven — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/inkomstenbelasting/heffingskortingen_boxen_tarieven/boxen_en_tarieven/box_3/box_3
  3. Box 3 hoofdpagina / herstel en tegenbewijs — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/box-3/box-3
  4. Box 3-inkomen met fictief rendement — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/box-3/content/berekening-box-3-inkomen-fictief-rendement
  5. Rekenvoorbeelden werkelijk rendement — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/box-3/content/rekenvoorbeelden-berekening-werkelijk-rendement
  6. Oude berekening box 3-inkomen (historische percentages) — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/box-3/content/oude-berekening-box-3-inkomen
  7. Fiscale Informatie 2026 — Belastingberekening (box 1, box 2, box 3-tarieven) — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/fisin/fisin2026/belastingberekening
  8. Fiscale Informatie 2026 — Bezittingen en schulden box 3 — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/fisin/fisin2026/bezittingen_en_schulden_box_3_
  9. Fiscale Informatie 2026 — Eigen woning en restschuld — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/fisin/fisin2026/eigen_woning_en_restschuld_vroegere
  10. Fiscale Informatie 2026 — Fiscaal partnerschap (verdeling box 3) — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/fisin/fisin2026/fiscaal_partnerschap
  11. Eigenwoningforfait — hoe bereken je het — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/koopwoning/content/hoe-werkt-eigenwoningforfait
  12. Minder aftrek eigen woning bij hoog inkomen (tariefsaanpassing 2026) — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/koopwoning/content/tariefsaanpassing-eigen-woning
  13. Tot welk bedrag is een schenking belastingvrij in 2026 — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/schenken/content/tot-welk-bedrag-belastingvrij-schenken
  14. Hoeveel mag ik mijn kind belastingvrij schenken (jubelton afgeschaft) — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/schenken/content/hoeveel-mag-ik-mijn-kind-belastingvrij-schenken
  15. Vrijstellingen erfbelasting 2026 — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/erfbelasting/content/vrijstelling-erfbelasting
  16. Tarieven erfbelasting 2026 — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/erfbelasting/content/tarieven-erfbelasting

Rechtspraak

  1. Hoge Raad 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:704 (volledige tekst) — https://data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:HR:2024:704

Rijksoverheid

  1. Tijdlijn Wet werkelijk rendement box 3 (ingangsdatum 2028) — https://www.rijksoverheid.nl/themas/werk/inkomstenbelasting/plannen-werkelijk-rendement-box-3/tijdlijn-werkelijk-rendement-box-3
  2. Belastingwijzigingen 2026 — https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2025/12/17/kabinet-zet-met-belastingwijzigingen-2026-stappen-naar-een-beter-belastingstelsel
  3. Hoeveel uur mogen kinderen van 15 jaar werken — https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bijbaan-vakantiewerk-en-stage-door-jongeren/vraag-en-antwoord/hoeveel-uur-werken-15-jaar
  4. Wat voor werk mag ik doen als ik 15 jaar ben — https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bijbaan-vakantiewerk-en-stage-door-jongeren/vraag-en-antwoord/wat-voor-werk-15-jaar

Notariaat

  1. Notaris.nl — Levenstestament — https://www.notaris.nl/levenstestament
  2. Notaris.nl — Huwelijkse voorwaarden en partnerschapsvoorwaarden — https://www.notaris.nl/samen-verder/huwelijkse-voorwaarden-en-partnerschapsvoorwaarden
  3. Notaris.nl — Nieuwe wet beperkte gemeenschap van goederen (2018) — https://www.notaris.nl/samen-verder/nieuwe-wet-beperkte-gemeenschap-van-goederen
  4. KNB — kennisbank familie- en erfrecht / internationaal recht (ingang) — https://www.knb.nl/

Europese Unie

  1. e-Justice — Erfopvolging, Europese erfrechtverordening 650/2012 — https://e-justice.europa.eu/166/NL/succession
  2. e-Justice — Erfrecht Spanje (legítima, notaris, autonome regio's) — https://e-justice.europa.eu/166/NL/succession?SPAIN&member=1

Overig (geen overheidsbron — als "let op" gemarkeerd in de tekst)

  1. Nibud — Sparen (10%-regel, BufferBerekenaar) — https://www.nibud.nl/onderwerpen/sparen-en-lenen/sparen/
  2. De Jong & Laan — Box 3 percentages, vrijstellingen en bedragen 2026 — https://www.jonglaan.nl/nieuws/box-3-percentages-vrijstellingen-bedragen-2026
  3. Jongbloed Fiscaal Juristen — Vakantiewoning in het buitenland en box 3 (voorkomingsmethode) — https://www.jongbloed-fiscaaljuristen.nl/databank/inkomstenbelasting/box_3/vakantiewoning_in_buitenland_en_box_3/
  4. Moore DRV — Overzicht belastingtarieven 2026 (VPB 19% / 25,8%) — https://www.moore-drv.nl/belastingtarieven-ondernemers-fiscale-wijzigingen/

Let op bij bron 31: Moore DRV noemt een heffingsvrij vermogen box 3 2026 van €52.048 en een derde box 1-schijf vanaf €79.137. Beide wijken af van belastingdienst.nl (€59.357 en €78.426) én van de wettekst (art. 5.5 en art. 2.10 Wet IB 2001). Ik houd de Belastingdienst en de wet aan. Voor de VPB-tarieven is Moore DRV niet meer nodig: die staan in art. 22 Wet Vpb 1969 (bron 40).

Wetgeving en verdragen (toegevoegd in versie 2, opgehaald via wetten.overheid.nl, tekst 1-1-2026)

  1. Wet inkomstenbelasting 2001 — art. 2.10, 2.12, 2.13, 2.14, 2.15, 2.17, 3.76, 3.79a, 3.119a, 3.119c, 3.119g, 3.123a, 4.13, 4.14a, 5.2, 5.3, 5.5, 5.13 — https://wetten.overheid.nl/BWBR0011353/2026-01-01
  2. Successiewet 1956 — art. 24, 26, 28, 33, 35b, 35c, 35d, 45 — https://wetten.overheid.nl/BWBR0002226/2026-01-01
  3. Wet op de vennootschapsbelasting 1969 — art. 13, 22 — https://wetten.overheid.nl/BWBR0002672/2026-01-01
  4. Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 — art. 1, 22, 23, 24 — https://wetten.overheid.nl/BWBR0012095/2026-01-01
  5. Verdrag Nederland-Spanje tot het vermijden van dubbele belasting, 16 juni 1971 — art. 6, 24, 25 — https://wetten.overheid.nl/BWBV0003462/1972-09-20
  6. Nadere regeling kinderarbeid — art. 1:1, 4:2, 5:2 — https://wetten.overheid.nl/BWBR0007195/2024-11-18
  7. Arbeidstijdenwet — art. 1:1, 1:2, 3:2, 5:3, 5:4 — https://wetten.overheid.nl/BWBR0007671/

Aanvullend (toegevoegd in versie 2)

  1. Eerste Kamer — dossier 36.748 Wet werkelijk rendement box 3, stand van zaken — https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/36748_wet_werkelijk_rendement_box
  2. Rijksoverheid — Bedragen minimumloon 2026 — https://www.rijksoverheid.nl/themas/werk/minimumloon/bedragen-minimumloon/bedragen-minimumloon-2026
  3. Belastingdienst — Wat is mijn werkelijk rendement? — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/box-3/content/wat-is-mijn-werkelijk-rendement
  4. Belastingdienst — Hoe zit het met belastingvrij schenken voor een studie? — https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/schenken/content/schenken-voor-een-dure-studie
  5. Baker Tilly — Tweede Kamer akkoord met WWR: dit zijn de box 3-regels vanaf 2028 (vastgoedbijtelling 3,35%) — https://www.bakertilly.nl/inzichten/kennisartikel/tweede-kamer-akkoord-met-wwr-dit-zijn-de-box-3-regels-vanaf-2028
  6. Interne bronnen: analyses/winst-voorspeller-2026.md, analyses/driejaar-overzicht-2023-2025.md, analyses/research/fiscaal-2026-2027-CHECK.md, kennis/_TEGENSTRIJDIGHEDEN.md, kennis/spanje-vastgoed-en-verdrag.md

9. Correctielogboek (versie 1 → versie 2)

Op 9-9-2026 is dit dossier onafhankelijk nagelopen door een tweede model. Het volledige
controlerapport met alle 110 getoetste claims staat in vermogen-gezin-en-cashflow-CHECK.md.
Hieronder alleen wat er inhoudelijk is veranderd.

Fouten hersteld

1. VOF Wateringen — §1.4
- Was: "VOF Wateringen (±€47k, jouw helft)".
- Nu: €47.000 is het verwachte resultaat van de hele VOF in 2026; jouw aandeel staat niet vast (10%, 20% of 50%) en ligt tussen ±€4.700 en ±€23.500.
- Bron: analyses/winst-voorspeller-2026.md (7-9-2026), tabel §2: Rijswijk ±99.000, Wateringen ±47.000, totaal ±146.000; kennis/_TEGENSTRIJDIGHEDEN.md punt 1.

2. Kortlopende schulden in box 3 — §2.7
- Was: "Lopende termijnen korter dan 1 jaar | Nee".
- Nu: nog te betalen rekeningen en andere kortlopende schulden tellen gewoon mee, boven de drempel van €3.800.
- Bron: art. 5.3 lid 3 Wet IB 2001 — de wet kent maar vier uitzonderingen, en "korter dan een jaar" zit daar niet bij.

3. De 3,35%-vastgoedbijtelling — §2.4
- Was: "die 3,35% komt van Jongbloed Fiscaal Juristen, niet van de wetgever zelf".
- Nu: de vastgoedbijtelling van 3,35% van de WOZ-waarde bij eigen gebruik is onderdeel van het wetsvoorstel zelf; werkelijke onderhoudskosten mogen er in mindering op komen.
- Bron: Baker Tilly over het aangenomen wetsvoorstel: "Belastingheffing over een jaarlijks forfait van 3,35% (2028) van de WOZ-waarde."

Half fout, aangescherpt

4. Nieuw box 3-stelsel: twee regimes — §2.4
- Was: "Onder de nieuwe wet wordt belast op werkelijk rendement inclusief gerealiseerde én ongerealiseerde waardestijging."
- Nu: dat is alleen de hoofdregel. Voor onroerende zaken geldt een vermogenswinstbelasting: waardeontwikkeling pas belast bij realisatie.
- Bron: eerstekamer.nl, samenvatting wetsvoorstel 36.748: "Voor onroerende zaken ... geldt als uitzondering op de hoofdregel een vermogenswinstbelasting. Daardoor wordt waardeontwikkeling voor deze vermogensbestanddelen belast bij realisatie, zoals bij verkoop."

5. Rechtsgrond voorkoming dubbele belasting — §2.5
- Was: "artikelen 23/24 Besluit voorkoming dubbele belasting 2001".
- Nu: met Spanje loopt het via artikel 25 van het verdrag van 16 juni 1971; het Bvdb geldt alleen subsidiair.
- Bron: art. 1 lid 2 Bvdb 2001: "Dit besluit vindt slechts toepassing voorzover niet op andere wijze in het voorkomen van dubbele belasting is voorzien."

6. Term "gemeenschappelijk inkomensbestanddeel" — §2.6
- Was: de box 3-grondslag werd een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel genoemd.
- Nu: dat zijn alleen eigen woning, aanmerkelijk belang en persoonsgebonden aftrek; de box 3-grondslag heeft een eigen regeling met dezelfde vrije verdeling.
- Bron: art. 2.17 lid 2 en lid 5 Wet IB 2001.

7. Citaat Hoge Raad r.o. 5.3.7 — §2.3
- Was: een parafrase die als letterlijk citaat was opgemaakt.
- Nu: de echte tekst van r.o. 5.3.7 staat er.
- Bron: data.rechtspraak.nl, ECLI:NL:HR:2024:704, volledige tekst.

8. Waarde Spaans vastgoed — kop en §2.2
- Was: "vastgoed Spanje ±€391k" als vaststaand gegeven.
- Nu: €391.642 is in de jaarrekening de privéopname uit Rijswijk 2025; de waarde van het pand is niet vastgesteld. Alle box 3-sommen zijn daarmee illustratief.
- Bron: analyses/driejaar-overzicht-2023-2025.md; de verwarring werd al gesignaleerd in analyses/research/fiscaal-2026-2027-CHECK.md.

9. Status Eerste Kamer — §2.4
- Was: "staat op de rijksoverheid-tijdlijn nog niet als afgerond".
- Nu: de plenaire behandeling was 30 juni 2026 en de stemming is uitgesteld tot de behandeling van de aangekondigde novelle(s); op 7 juli 2026 is gestemd over een motie over het intrekken van het wetsvoorstel. De ingangsdatum 2028 is dus onzeker.
- Bron: eerstekamer.nl, dossier 36.748.

Ontbrekende feiten toegevoegd

10. BOR: leeftijdseis 21 jaar bij schenking — §4.7 en actie 9. Art. 35b lid 5 SW: bij schenking moet de verkrijger "op het tijdstip van de verkrijging 21 jaar of ouder" zijn. Dani is 15.

11. BOR: de termijnen — §4.7. Bezitstermijn 1 jaar (erflater) / 5 jaar (schenker), art. 35d lid 1; voortzettingstermijn 3 jaar, art. 35b lid 5 en 6.

12. Bewijslast bij tegenbewijs — §2.3. HR r.o. 5.4.11: de belastingplichtige "dient feiten te stellen, en in geval van betwisting aannemelijk te maken, waaruit volgt wat de omvang is van dat werkelijke rendement".

13. Partnerverdeling is te wijzigen — §2.6. Art. 2.17 lid 4 Wet IB 2001: tot de aanslag onherroepelijk vaststaat, en tot zes weken na een arrest van de Hoge Raad.

14. Zondag en schooltijd voor een 15-jarige — §4.4. In beginsel geen arbeid op zondag, minstens 5 zondagen per 16 weken helemaal vrij, en nooit onder schooltijd (Nadere regeling kinderarbeid art. 4:2; Arbeidstijdenwet art. 3:2 lid 2).

15. Aangiftetermijn erfbelasting geldt vanaf 2026 — §4.6. De 20 maanden gelden voor overlijdens vanaf 1 januari 2026; bij een overlijden in 2025 nog 8 maanden.

16. Dure studie: besteden vóór 2029 — §4.3-toelichting in het controlerapport. De notariële akte moet vermelden dat de vrijstelling vervalt als het bedrag niet vóór 2029 aan de opleiding is besteed.

Voorbehouden geschrapt (bron alsnog gevonden)

17. Wet excessief lenen — §3.5. Drempel €500.000 voor belastingplichtige en partner samen; eigenwoningschuld telt niet mee mits de BV een hypotheekrecht krijgt (art. 4.13 lid 1 f en art. 4.14a lid 2, 3 en 6 Wet IB 2001).

18. VPB-tarieven — §5.1. 19% tot €200.000 en 25,8% daarboven staan letterlijk in art. 22 Wet Vpb 1969. Moore DRV is hiervoor niet meer nodig.

19. Deelnemingsvrijstelling — §5.3. 5%-eis in art. 13 lid 2a Wet Vpb 1969, met de beleggingsdeelneming-uitzondering in lid 9-11.

20. Belastingverdrag Nederland-Spanje — §2.5. Art. 6, 24 en 25 zijn opgehaald en geciteerd.

21. Minimumjeugdloon 15 jaar — §4.4. €4,41 per 1-1-2026 en €4,50 per 1-7-2026.

22. Groene beleggingen — §2.1. Per 1-1-2027 naar €200 p.p. (€400 samen), formele afschaffing per 1-1-2028.

Nog te controleren buiten dit dossier

Het zusterdossier kennis/spanje-vastgoed-en-verdrag.md noemt voor box 3-jaar 2026 een
peildatum van 1-1-2025. Art. 5.2 lid 1 Wet IB 2001 spreekt van "de rendementsgrondslag
aan het begin van het kalenderjaar (peildatum)", wat voor belastingjaar 2026 op 1-1-2026
uitkomt. Laat dat verschil in dat dossier nakijken; hier is bewust alleen "peildatum
1 januari" blijven staan.


Einde dossier. Volgende herziening: bij het Belastingplan 2027 (Prinsjesdag september 2026), zodra de box 3-forfaits voor 2026 definitief worden vastgesteld (begin 2027), en zodra de Eerste Kamer de Wet werkelijk rendement box 3 alsnog behandelt.

🎙️ Bespreek met Jarvis